Samenstelling scholengemeenschappen secundair onderwijs vanaf 2020-2021

08 mei 2019

Vanaf 2020-2021 start een nieuwe periode van zes schooljaren voor de scholengemeenschappen secundair onderwijs.

Elk schoolbestuur beslist vrijwillig om zijn scholen gewoon en/of buitengewoon secundair onderwijs tot een scholengemeenschap te laten toetreden. Anderzijds oordeelt Katholiek Onderwijs Vlaanderen dat elke school gewoon of buitengewoon secundair onderwijs de kans moet krijgen om deel uit te maken van een scholengemeenschap.

1 Informatie over de interne planningsprocedure

De vorming van de scholengemeenschap valt onder de interne planningsprocedure.

Elke scholengemeenschap stuurt ten laatste 30 november 2019 het formulier bijlage 1 van de omzendbrief SO 62 naar Katholiek Onderwijs Vlaanderen en naar de DPCC. Dat geldt zowel de scholengemeenschap waarvan de samenstelling ongewijzigd blijft en van rechtswege verlengd wordt, als de scholengemeenschap waarvan de samenstelling wijzigt, als voor een volledig nieuwe scholengemeenschap,  Je vindt hier de bestemmelingen.

Enkel de scholengemeenschappen waarvan de samenstelling wijzigt of volledig nieuwe scholengemeenschappen, voegen de adviezen toe van de schoolraden en van de LOC’s. Voor de registratie van die adviezen kun je gebruik maken van het modelformulier.

2 Informatie over de externe planningsprocedure

Elke scholengemeenschap stuurt ten laatste 31 maart 2020 het formulier bijlage 1 van de Omzendbrief SO naar AgODi (bestemmeling vermeld op het formulier). Dat geldt zowel de scholengemeenschap waarvan de samenstelling ongewijzigd blijft en van rechtswege verlengd wordt, als de scholengemeenschap waarvan de samenstelling wijzigt, als voor de nieuwe scholengemeenschap, 

Elke beslissing of overeenkomst met betrekking tot de vorming of de wijziging van een scholengemeenschap, deel je ook ten laatste op 31 maart 2020 aan de betrokken personeelsleden mee.

Voor bijkomende informatie over de planningsprocedures kun je terecht bij Patrick Deboutte.

3 Aanvullende informatie van de overheid over de scholengemeenschappen secundair onderwijs (criteria, voorwaarden, bevoegdheden, contingentering …)

4 Aanvullende informatie van Katholiek Onderwijs Vlaanderen over de scholengemeenschappen secundair onderwijs (criteria, voorwaarden, bevoegdheden, contingentering …)

  • Website Katholiek Onderwijs Vlaanderen ‘Scholengemeenschappen

  • Vanaf 13 mei 2019 worden in de vijf regio’s informatiesessies georganiseerd over de scholengemeenschappen. Meer informatie lees je op de website van de nascholing

  • Aandachtspunt: als het aantal aanvragen tot oprichting van scholengemeenschappen de decretaal vastgelegde contingentering (80) overstijgt, beslist Katholiek Onderwijs Vlaanderen in samenspraak met de vijf DPCC’s-SO welke scholengemeenschappen gevormd kunnen worden

5 Nieuwe scholengemeenschappen 2020-2026 en de interne planning

De organisatie van het studieaanbod secundair onderwijs is regionaal ingebed. Secundaire scholen van eenzelfde onderwijsregio maken afspraken over de organisatie van een aantrekkelijk, gedifferentieerd, stabiel en rationeel studieaanbod.

Ter implementatie van die stelling legt Katholiek Onderwijs Vlaanderen volgend kader vast:

1. Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden afgebakend in een 65-tal onderwijsregio’s. Binnen elke onderwijsregio groeperen de vrije katholieke secundaire scholen zich in één scholengemeenschap.

2. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen basisstudieaanbod en specifiek studieaanbod. Het basisstudieaanbod hoort in principe thuis in elke onderwijsregio. Zie geactualiseerde Planningstool 2de graad en Planningstool 3de graad. NB: de concordantietabellen (bijlage 3 van de Omzendbrief SO 61) zijn nog niet geactualiseerd.

3. De planningsbevoegdheid voor het basisstudieaanbod komt toe aan elke scholengemeenschap. Het specifiek studieaanbod blijft onderworpen aan de interne planningsprocedure, of is met andere woorden DPCC-materie. Scholengemeenschappen zullen enkel bezwaar kunnen indienen tegen initiatieven die ressorteren onder de planningsbevoegdheid van de DPCC.

Katholiek Onderwijs Vlaanderen houdt rekening met enkele varianten op het algemene kader:

4. In onderwijsregio’s waar meer dan één scholengemeenschap gevormd zal worden, kan de planningsbevoegdheid van de respectieve scholengemeenschappen overgedragen worden aan een regionaal platform. Een regionaal platform wordt opgericht zodra minimaal de helft van de betrokken scholengemeenschappen er bij de start van het schooljaar 2020-2021 om vraagt. In dat geval maken alle scholengemeenschappen deel uit van het regionaal platform. Bij de oprichting maakt men afspraken over de organisatie en de werking. Het regionaal platform kan naast de onderwijsplanning ook andere bevoegdheden opnemen ter behartiging van de belangen van het katholiek onderwijs binnen de onderwijsregio. De beslissingen die in de schoot van het regionaal platform gemaakt worden over programmaties, zijn bindend. Om die reden is het van cruciaal belang dat er een voldoende draagvlak gecreëerd wordt voor de werking van het regionaal platform. Dat draagvlak impliceert een klimaat van vertrouwen waarbij de betrokken scholengemeenschappen elkaar voldoende kansen gunnen en elkaar niet onnodig blokkeren inzake onderwijsplanning.

5. Scholen gewoon secundair onderwijs die niet behoren tot een scholengemeenschap of tot een regionaal platform, verwerven geen eigen planningsbevoegdheid. Alle programmatie-aanvragen zullen ter goedkeuring voorgelegd worden aan de DPCC.

6. Als bij de vorming van een scholengemeenschap één of meer scholen gelegen in een aangrenzende onderwijsregio, toegevoegd worden, zal onderzocht worden of de eigen planningsbevoegdheid van die scholengemeenschap al of niet kan raken aan de bestaande evenwichten inzake studieaanbod van twee onderwijsregio’s. Ook daar zal een voldoende vertrouwen in het planningsbeleid van elke individuele scholengemeenschap blijven primeren. Het toevoegen van een planningsrestrictie bij de goedkeuring van de samenstelling van de scholengemeenschap moet uitzonderlijk blijven. De bijsturing van de planningsbevoegdheid van een scholengemeenschap wordt bekrachtigd door de Raad van Bestuur van Katholiek Onderwijs Vlaanderen.

Voor elke programmatie is een akkoord van de scholengemeenschap decretaal vereist. Het niet bereiken van een dergelijk akkoord, hetzij bij consensus, hetzij bij een 2/3-meerderheid of een gewone meerderheid, kan de werking van de scholengemeenschap schaden.

In het geval een scholengemeenschap er niet in slaagt om rond een programmatie-initiatief afspraken te maken, kan één van de betrokken schoolbesturen vragen aan de DPCC om een bemiddeling op te starten. Als de bemiddeling geen resultaat oplevert, wordt ten vroegste in het volgende schooljaar de beslissingsbevoegdheid bij de DPCC gelegd. De aanvrager of de bezwaarmaker, naargelang van het geval, legt zich neer bij de beslissing van de DPCC (of van de Centrale beroepscommissie als men in beroep is gegaan) en blokkeert niet langer het decretaal vereiste akkoord binnen de scholengemeenschap.