Plenaire vergadering 04-05-2016 – Katholiek onderwijs

10 mei 2016

Niemand zal tegenspreken dat het hier voorliggende thema een belangrijk verhaal is, maar het is gelijk ook een complex verhaal. Dat is niet nieuw. Media, waarin de meeste actuele vragen op woensdagochtend hun oorsprong vinden, creëren in zulke gevallen, bewust of onbewust, weleens een beeld dat de oorspronkelijke spreker niet op het oog had. Zeker is in dezen ook bewezen dat, gelet op de omstandige actie die hierrond de voorbije dagen is ontplooid, dat media een enorme impact (kunnen) hebben, maar ook dat is niet nieuw. In die talrijke schriftelijke en mondelinge “debatten” werd de discussie in grote mate ook gekleurd door de karikatuur die gemaakt werd van de katholieke dialoogschool in het mediatieke en politieke opbod. Nieuw, zo’n karikatuurredenering? Geenszins. In de plenaire vergadering waarover het hier gaat, werden allerlei woorden gebruikt zonder dat de gebruiker ervan veel maalde om de precieze betekenissen van die woorden. Mijn verhaal wordt eentonig: ook dát is niet nieuw. Inderdaad, er is in dezen nogal wat nog niet ingevuld, nog niet beslist. Er is dus op dit moment een gebrek aan duidelijke en concrete, laat staan volledige, informatie ter zake.

Bij deze beschouwing vertrek ik nu eens graag van 2 politieke accenten en 2 inhoudelijke statements van minister Crevits i.p.v. van de niet onverwacht 2 totaal verschillende vragen van de vragenstellers. Eén. Het verbaasde de minister (terecht) dat ze hier voor de derde week na elkaar stond om vragen te beantwoorden waarin ze haar mening moest geven over iets dat ook tot de vrijheid van onderwijs behoort. Lees: wat per definitie niet het doel is van parlementaire vragen want die hebben tot doel de minister te bevragen over haar beleid i.k.v. de controlebevoegdheid van het Vlaams Parlement. Twee. De minister hield, zeer actueel overigens, een zeer kort maar krachtig pleidooi om de Grondwet niet te beschouwen als een zomaar snel te wijzigen vodje papier. Daarmee samenhangend dan de 2 eerder inhoudelijke statements. Eén. De minister had begrepen dat er nog heel wat discussie was binnen het katholiek onderwijs, zei dat ze die discussie zeker zou volgen en zich uiteraard nog wat beter zou informeren over wat Lieven Boeve allemaal bedoeld had. Twee. Inzake het eenheidsvak ‘levensbeschouwing en burgerschap’, i.e. woorden van onderwijscommissaris Elisabeth Meuleman (met bepaald lidwoord als zou dat vak al perfect gedefinieerd zijn, quod non quoque), herhaalde de minister wat ze daarover recent al zei in het Vlaams Parlement: er is plaats op school voor onze democratische waarden en al die zaken die ook in de Grondwet staan, maar gelijk ook voor levensbeschouwing. Eigenlijk ook daar dus niets nieuws.

Ten slotte viel het op dat voor 2 meerderheidspartijen het woord niet werd gevoerd door de gebruikelijke effectieve onderwijscommissarissen.

De vragen zelf dan. Chris Janssens kon volop zijn anti-islamregisters opentrekken en wilde weten wat de minister van een en ander vond en welke actie zij overwoog. Elisabeth Meuleman plaatste haar vaststellingen en vragen in de context van de diversiteit: ze deed daarbij alsof het katholiek onderwijs nu pas zou beginnen met open te staan voor iedereen, wees op de dialoog in de dialoogschool tussen levensbeschouwingen, ook niet-religieuze en zag “de oplossing” in het bovenvermelde eenheidsvak ‘levensbeschouwing en burgerschap’ in de verschillende netten in ons land als instrument om die dialoog met elkaar effectief aan te gaan.

Een paar elementen uit het debat. De minister en Elisabeth Meuleman legden beiden de link naar het lopende eindtermendebat, maar die laatste verwees voor een actief diversiteitsbeleid voor alle scholen ook naar het inschrijvingsbeleid. Een aantal Vlaams Parlementsleden werkt al een tijdje aan het decretale deel daarvan. Voorts sprak ze over het inzetten op gelijke kansen en de toegankelijkheid van het onderwijs, bijvoorbeeld via de schoolkosten. Op al die vlakken is de overheid dus wel betrokken, zo zei ze en dat klopt. 

Intussen bleef Chris Janssens zich verzetten tegen de islamisering van ons onderwijs om onze democratie en onze vrijheden te vrijwaren. Hij verwees en passant naar de vernietigende reacties op krantenwebsites en sociale media, naar het verzet van twee coalitiepartners tegen deze dwaze ideeën en het kon toch niet dat wereldvreemde figuren vanuit hun ivoren toren dergelijke beslissingen oplegden (nwvr: allemaal zijn woorden). De karikatuurredenering, weet je nog? Omdat deze mengeling van feiten en meningen voor deze tekst nodeloos ver zouden leiden, ga ik er hier niet op in.

Caroline Gennez juichte de gedeelde diversiteitsbezorgdheid van de grootste twee onderwijsnetten toe en zag al een grote politieke coalitie pro een vak burgerschapsvorming voor alle kinderen in alle netten in alle scholen in heel Vlaanderen. En toen volgde een statement, waarover later ook Jean-Jacques De Gucht even sprak, maar wat zo’n typisch voorbeeld zou kunnen zijn in deze vergadering van wat ik hierboven bedoelde met “werden allerlei woorden gebruikt zonder dat de gebruiker ervan veel maalde om de precieze betekenissen van die woorden” en wat dus wel een heel inhoudelijk debat waard zou zijn: “Het is niet de taak van ons onderwijs om goede gelovigen op te leiden, maar wel om sterke burgers voor een hechte en eerlijke samenleving te vormen.”
Koen Daniëls was onverwacht kort in zijn tussenkomst, maar schuwde daarbij de grote woorden van “Schoolstrijd 2.0” niet. Alle vergelijkingen lopen mank, maar deze… nou. Overigens leert het vak geschiedenis op school dat er een eerste Schoolstrijd was 1878-1884 en een tweede 1950-1958. Dus eigenlijk had hij van “Schoolstrijd 3.0” moet spreken, maar soit. Hij vond prioriteiten daarentegen in lessen Nederlands, bijsturing, huiswerkbegeleiding en verwees naar nog een ander punt uit het N-VA-onderwijsprogramma: netonafhankelijke CLB’s. 
Ward Kennes was de enige die verwees naar een eigen identiteit en een eigen project van het katholiek onderwijs en een daarin verankerd verbindend schoolklimaat. Hij zag goed wat al beslist was en wat niet, en wees op de verschillende contexten van 2.200 katholieke scholen en op het belang van vrijheid, wat sommige andere partijen blijkbaar alleen voorstaan wanneer het over andere zaken dan onderwijs gaat. 

Jean-Jacques De Gucht herhaalde zijn recente betoog over het zg. inclusieve onderwijs, waarbij vertrokken wordt van burgerschap in plaats van een levensbeschouwing. Hij zei dat politici de Grondwet kunnen wijzigen, wat op zich een objectieve waarheid is, en verwees daarbij impliciet naar de lopende werkzaamheden van de Kamercommissie Grondwet rond o.a. de scheiding van kerk en staat, waar overigens op 10 mei 2016 de volgende spreker in de hoorzittingen aan de beurt kwam, professor Marc Uyttendaele (ULB).

Elisabeth Meuleman kreeg het laatste woord en vermeldde een recente studie van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en de Université Libre de Bruxelles (ULB) waarin wordt gesteld dat onze jongeren in onze grootsteden – het ging over Brussel – van verschillende achtergronden en culturen eigenlijk parallelle levens leiden, dat ze elkaar niet tegenkomen. Daaraan moest iets gedaan worden, zo zei ze, maar toch bleef ik achter met de vraag hoe het op het stuk van die parallelle levens eigenlijk zoal gesteld is bij de Vlaams Parlementsleden zelf… Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Lees de bespreking van de “Actuele vraag over de koerswijziging van het katholieke onderwijsnet met betrekking tot de plaats van de islam van Chris Janssens en over het actief pluralisme in het katholiek onderwijs van Elisabeth Meuleman” aan minister Hilde Crevits.