Plenaire vergadering 27-03-2019 – Hervisitatierapport pedagogische begeleiding

28 maart 2019

Het was niet meteen de bedoeling dat het in de krant stond op deze dag, want er was met de hoofdrolspelers van het thema ’s ochtends een persconferentie gepland. Maar het liep anders: Barbara Moens van De Tijd kon het desbetreffende hervisitatierapport van de pedagogische begeleidingsdiensten voordien al inkijken blijkbaar en citeerde in haar artikel één Vlaamse onderwijscommissaris, Jo De Ro, en de Vlaamse onderwijsminister, Hilde Crevits. Resultaat: geen journalisten op de geplande persconferentie (voor andere onderwijsthema’s durft dat weleens anders zijn…). En vervolgens, niet onverwacht, twee actuele vragen van Koen Daniëls en Jo De Ro.

Daniëls sloeg op zijn intussen heel bekende spijker: onderwijsmiddelen moeten in de klas, in de school zijn, waar de leraren zijn, die het werk van pedagogische begeleiders als echte ondersteuning moeten ervaren. Hoe ging minister Crevits daarvoor zorgen want het hervisitatierapport geleek nog erg op het oorspronkelijke visitatierapport van vijf jaar eerder?

De Ro beoordeelde het nieuwe resultaat een stukje positiever, maar ook hij somde een aantal verbeterpunten op, met zeker een accent op meer samenwerking. Hoe dacht de minister in de korte resterende eindfase van de legislatuur nog een aantal aanpassingen te doen, zodat er meer hulp op het terrein zichtbaar aanwezig zou zijn voor leraren en scholen?

Minister Crevits schetste de bovenvermelde communicatiesituatie, wat dan weer wel het voordeel gehad had dat ze met de onderwijsverstrekkers al een eerste denkoefening over de rapporten had kunnen doen. Ze vergat zeker de positieve zaken niet, maar ook over het pijnpunt van de focus voor de pedagogische begeleiding (nl. de begeleiding van de leraar op school) was ze genuanceerder dan wat sommige anderen daarover in dit Parlement al eerder zegden. Maar de focus moest nog duidelijker, oké. De minister herhaalde haar eerdere voorstel om bij een negatief doorlichtingsresultaat een school te verplichten een beroep te doen op de pedagogische begeleiding. Er zou na de paasvakantie nog een nieuw overleg volgen en dan konden wellicht nog maatregelen genomen worden voor het einde van de legislatuur.

Vragensteller Daniëls vertelde opnieuw zijn concrete ervaring met een pedagogische begeleiding, die hij op 7 februari in de Onderwijscommissie verteld had. Er moest niet alleen gepleit worden voor een samenwerking over de netten heen (“Laat ons eerlijk zijn, een leerkracht is niet bezig met de overtuiging van die begeleider als het gaat over kinderen die geen Nederlands kennen.”; vreemd toch dat blijkbaar de (levensbeschouwelijke) overtuiging van een begeleider verward wordt met de verbondenheid van diens begeleiding met een pedagogisch project). Ook de lerarenopleiding, de hogescholen, de private begeleiding en nascholing moesten betrokken worden. Met de voorgaande zin kon ik het dan weer wél eens zijn. Maar men mag ook niet doen alsof op dat stuk nog compleet niets gedaan wordt. Vragensteller De Ro ging op eenzelfde manier ook door op die samenwerkingskwestie en haalde daarbij nog even zijn stokpaardje i.v.m. de zgn. ondersteuningsnetwerken aan.

Interveniënt Elisabeth Meuleman wist voorlopig een en ander alleen uit de krant en wilde weten hoe het precies zat met de tijd die de pedagogische begeleiders op de klasvloer doorbrachten. Interveniënt Jos De Meyer uitte zijn respect voor de meeste mensen van de pedagogische begeleidingsdiensten, begreep dat er verbeterpunten waren, maar was bovenal geen voorstander van begeleidingsdiensten die uitsluitend aangestuurd zouden worden door de overheid.

Minister en vragensteller Daniëls herhaalden ten slotte hun belangrijkste overwegingen. Vragensteller De Ro viel nog op door zijn verwijzing naar de begeleiding voor kunstacademies en de ongerustheid over de implementatie van het nieuwe DKO-decreet.

Lees de bespreking van de “Actuele vraag over de pedagogische begeleiding die te weinig in de klas komt van Koen Daniëls en over het rapport-Monard betreffende pedagogische begeleiding van Jo De Ro” aan minister Hilde Crevits.

Reageren kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Plenaire%20vergadering%2027-03-2019%20%E2%80%93%20Hervisitatierapport%20pedagogische%20begeleiding) (Wilfried Van Rompaey).