Plenaire vergadering 05-02-2020 – Evaluatierapport van de ondersteuningsnetwerken

06 februari 2020

Hoewel de meeste aandacht weggelegd was voor het actualiteitsdebat over de doorlichting van het Agentschap Integratie en Inburgering, mét een niet onverwacht stevige politieke dimensie, en voor de nieuwe huurprijsberekening bij sociale woningen, hadden Kathleen Krekels en Loes Vandromme beide een soortgelijke actuele onderwijsvraag over het recent vrijgegeven evaluatierapport van de commissie-Struyf over het ondersteuningsmodel. De voorbije maanden waren M-decreet, ondersteuningsnetwerken en het toekomstige Begeleidingsdecreet al meermaals aan bod gekomen bij de parlementaire vragen, maar nu was er dat evaluatierapport.

Hoe zou minister Weyts omgaan met de conclusies en aanbevelingen in het kader van het nieuwe Begeleidingsdecreet, zo wilde vragensteller Krekels weten. In de formulering van haar weliswaar verwante vraag leek vragensteller Vandromme mij nog wat meer oog te hebben voor de voorlopige en voorzichtige status van het rapport.

Minister Weyts begon met een herkenbare voorstelling van de situatie (cf. eerdere vragen, waarover ik ook al schreef op deze pagina’s): naast nog enkele andere thema’s blijft ook deze kwestie een van de topdossiers voor deze legislatuur, meteen ook verbonden met het dossier van de pedagogische begeleidingsdiensten. En dan valt steevast de netoverschrijdende samenwerking, alsof daarmee ineens alle problemen van de baan zijn, maar dat terzijde. Tegen volgende maand zou de minister al een conceptnota (met het oog op dat nieuwe Begeleidingsdecreet later; implementatie in september 2021) klaar hebben. Hij spiegelde alvast een visie voor van minder procedures, meer zgn. basiszorg en meer vertrouwen in leraren en scholen. Op zich klonk dat zeker niet slecht, maar zoals altijd, hangt alles af van de concrete modaliteiten: het precieze wat, hoe en hoeveel.

Vragensteller Krekels herhaalde de drie pijlers van haar fractie voor het nieuwe Begeleidingsdecreet: versterking van de basiszorg, objectieve, kwalitatieve diagnostiek door het CLB en een netoverstijgende ondersteuning voor de scholen (samengevat: een meer realistische inclusie). Vragensteller Vandromme was het eens met dat accent op basiszorg, maar zij keek ook wel wat verder, met name naar de opdrachten van de pedagogische begeleidingsdiensten, waarin ze verschilt van coalitiegenoot N-VA. Niet onlogisch (later in het gesprek werd dat ook nog bevestigd door interveniënt Elisabeth Meuleman, die ook haar eerdere bekommernissen herhaalde, met name over voldoende middelen voor inclusie, en ze prees de inspanningen van de mensen in het veld) vond Vandromme het nuttig om het rapport gedetailleerder te bekijken in de Onderwijscommissie.

Interveniënt Hannelore Goeman bevestigde de stelling van Meuleman, maar wees op nog een ander punt: van de geplande cocreatie in dezen tussen buitengewoon en gewoon onderwijs was nog niet veel sprake. Interveniënt Kim De Witte herhaalde enkele punten van Meuleman en Goeman, maar legde expliciet een accent op de zaak van de pedagogische begeleidingsdiensten en de daar geplande zware besparingen. Interveniënt Roosmarijn Beckers voegde een Limburgse invalshoek aan het gesprek toe en verwees daarbij naar onze oud-collega Lode De Geyter.

Minister Weyts herhaalde voor de financiële kant van de zaak alleen de toename van de middelen in de loop van de voorbije jaren, maar die moesten vooral efficiënt ingezet worden. Een standpunt dat heel herkenbaar was, maar in de concrete praktijk weleens geen soelaas wil bieden. On verra, zegt men in het Frans…

Beide vragenstellers spraken finaal wijze en genuanceerde woorden, maar de wijze waarop vragensteller Krekels bleef insisteren op de netoverschrijdende samenwerking, bleef ik dan weer vreemd vinden. Ik moest even denken aan die recente anekdote met de voorzitter van de MR in de federale regeringsvorming, Georges-Louis Bouchez en zijn autosleutels… Men kan misschien ineens de diverse pedagogische projecten gewoon afschaffen en dan wordt het hele onderwijsveld ongetwijfeld optimaal efficiënt… En als we dan toch bezig zijn, waarom niet meteen ook van alle politieke partijen één grote Staatspartij maken?

Lees de bespreking van de “Actuele vraag over het evaluatierapport van de ondersteuningsnetwerken van Kathleen Krekels en over de evaluatie van het M-decreet door de commissie-Struyf van Loes Vandromme” aan minister Ben Weyts.

Reageren kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Plenaire%20vergadering%2005-02-2020%20%E2%80%93%20Evaluatierapport%20van%20de%20ondersteuningsnetwerken) (Wilfried Van Rompaey).