Nederlands op school: katholieke scholen maken doordachte keuzes

23 december 2019

Hoe zat dat nu weer met dat uur Nederlands in het eerste jaar van het katholiek secundair onderwijs? En hoe zijn scholen omgegaan met de pedagogische vrijheid die de lessentabellen van Katholiek Onderwijs Vlaanderen hen bieden? Vele scholen volgden alvast het advies om, waar nodig, bijkomende uren Nederlands te programmeren. Dat blijkt uit een steekproef van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, die onderzocht hoeveel uur Nederlands wordt aangeboden in het eerste jaar in katholieke secundaire scholen. “Onze nieuwe generatie leerplannen geeft onze scholen maximale ruimte om hun onderwijs af te stemmen op de noden en sterktes van hun leerlingen. We kunnen nu met cijfers aantonen dat scholen die vrijheid doordacht benutten”, zegt Lieven Boeve, directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. “Tegelijk maken we duidelijk wat onze nieuwe rol als netwerkorganisatie is: scholen ondersteunen om hun eigen afgewogen beslissingen te nemen.”

Scholen maken bewust eigen keuzes

Uit een steekproef bij 372 scholen blijkt dat meer dan twee derde (68%) van de scholen ervoor kiest om meer dan vier uur Nederlands per week te bieden. Van deze groep voorziet 72% bovenop de voorziene vier uur één of meerdere bijkomende (flex)uren Nederlands, vaak naargelang de optie die leerlingen kiezen. 22% programmeert standaard minstens vijf uur Nederlands voor alle leerlingen, eventueel ook nog op te hogen met één of meerdere (flex)uren. Op vijf procent van de scholen krijgen alle leerlingen zelfs standaard minstens zes uur Nederlands per week.

32 procent van de scholen houdt het op vier uur Nederlands per week. Daarvoor kiezen ze bijvoorbeeld op basis van het leerlingenprofiel, of wanneer ze meer op verdieping of remediëring van andere vakken willen inzetten, of soms ook omdat ze een sterkere klemtoon op STEM (technologische, technische, exact-wetenschappelijke en wiskundige richtingen) willen leggen. Dat het profiel van de leerlingen daarbij wel degelijk een verschil uitmaakt, blijkt uit de grote verschillen tussen provincies: ongeveer 50% van de scholen in West-Vlaanderen en Limburg houden het op vier uur. Omgekeerd kiest 7 op 10 scholen in Oost-Vlaanderen, 8 op 10 in Antwerpen en 9 op 10 Vlaams-Brabantse scholen om meer dan vier uur Nederlands te geven. Dat betekent dat scholen bewust rekening houden met hun al dan niet verstedelijkte context, en dus ook met hun doelpubliek (bijvoorbeeld veel leerlingen met thuistaal niet-Nederlands).

Omvattend talenbeleid in de hele modellessentabel

Op vraag van haar scholen voorziet Katholiek Onderwijs Vlaanderen een modellessentabel. Die heeft enkel betrekking op de algemene vorming en dus op 27 van 32 lesuren. Scholen kunnen zowel met de lessentabel als de vijf overige lesuren aan de slag om eigen accenten te leggen op basis van hun visie op onderwijs, regionale context en leerlingenpopulatie. Naast het bieden van ruimte voor eigen beleid ondersteunt Katholiek Onderwijs Vlaanderen scholen bij de uitwerking ervan. “Onze modellessentabel voorziet vier uur Nederlands in het eerste jaar van de eerste graad. Tegelijk adviseerden we scholen een of meer uren Nederlands meer te programmeren als hun specifieke leerlingenpopulatie of context daarom vraagt” verduidelijkt Lieven Boeve, “en dat advies is dus zeer goed opgevolgd”.

Bovendien zet Katholiek Onderwijs Vlaanderen met haar nieuwe generatie leerplannen in op een omvattend taalbeleid in alle vakken en het gehele schoolleven. Taal, leren en denken zijn immers onlosmakelijk met elkaar verbonden. Taalgericht vakonderwijs zoekt naar mogelijkheden om leren en taal aandacht te geven in alle lessen. Kortom: niet alleen het aantal lesuren Nederlands is van belang, maar ook hoe het vak Nederlands samen met alle andere vakken effectief inzet op het belang van taal. Concreet betekent dit dat informatieverwerving en -verwerking; bronnen en informatie beoordelen op betrouwbaarheid, correctheid en bruikbaarheid; informatie verwerken tot een samenhangend geheel… niet zijn opgenomen in het leerplan Nederlands, maar in het Gemeenschappelijk funderend leerplan, een leerplan voor alle leraren van de eerste graad. Ook van de leraar geschiedenis en aardrijskunde mag dus verwacht worden dat hij expliciet aandacht heeft voor taal. Op zijn beurt kan de leraar Nederlands de taalcoach worden van alle leraren.

“Uit onze steekproef stellen we vast dat de aandacht voor Nederlands in de lessentabellen van onze scholen niet minder is dan vroeger, maar dat scholen vanuit eigen visie en context doordachte keuzes maken die hun leerlingen ten goede komen”, zegt Lieven Boeve. “In onze nieuwe leerplannen zetten we bovendien versterkt in op een omvattende taalbeleid in alle vakken en het gehele schoolleven. Katholieke scholen nemen wel degelijk hun verantwoordelijkheid op ten behoeve van een versterkt taalonderwijs”.