Goed rapport voor begeleiders van scholen en CLB

27 maart 2019

Vanmorgen maakte de commissie Monard haar evaluatie van de pedagogische begeleidingsdiensten (PBD) en permanente ondersteuningscellen (POC) van de diverse onderwijsverstrekkers bekend. Dit rapport is een weergave van een opvolgingsevaluatie die liep in het voorjaar van 2018 met conclusies en aanbevelingen zowel aan het adres van alle diensten als naar de overheid. Een gemeenschappelijke reactie.

Waardering voor omvangrijke opdracht met beperkte middelen

De commissie waardeert de werking van de begeleiding en ondersteuning voor scholen, centra en academies en erkent de cruciale rol die deze diensten vervullen in het realiseren van kwaliteitsvol onderwijs. Het stevig onderbouwde rapport maakt duidelijk dat er sterk geïnvesteerd werd in begeleiding op de klasvloer. Ondanks minimale bezetting nemen de begeleidingsdiensten enorm veel opdrachten voor hun rekening. Op basis van het kwaliteitsdecreet beschikken PBD’s gemiddeld (en afhankelijk van het onderwijsniveau) over één voltijdse begeleider voor de ondersteuning van 407 voltijdse personeelsleden, “een absoluut minimum” volgens de commissie. De commissie beveelt de overheid dan ook uitdrukkelijk aan om te blijven investeren in begeleiding en ondersteuning van scholen en CLB om zo kwaliteitsvol onderwijs te garanderen.

Scherpe keuzes maken

Het rapport biedt een waardevolle externe blik om de kwaliteit van de eigen werking continu te ontwikkelen. De commissie stuurt terecht aan op het ontwikkelen van expertise en kennisdelen, wat tijd voor studie- en ontwikkelingswerk vraagt. Tegelijk stelt de commissie vast dat begeleidingsdiensten bekender zijn geworden en vaker op de werkvloer aanwezig zijn, maar vraagt ze hen deze aanwezigheid nog te versterken… De commissie ziet efficiëntiewinst in nog meer samenwerking tussen de netten. Voor de onderwijsverstrekkers is het evident dat zij blijven investeren in samenwerking daar waar dit de efficiëntie bevordert en de scholen ten goede komt, maar ze benadrukken dat samenwerken organisatorisch en inhoudelijk ook tijd vraagt. Om al deze aanbevelingen waar te maken met dezelfde middelen, zijn dus scherpe keuzes nodig. 

Bevestiging van de ingeslagen weg

Het rapport is gebaseerd op gesprekken en bezoeken die een jaar geleden plaatsvonden. Ondertussen hebben alle PBD’s en POC’s de nieuwe begeleidingsplannen voor 2018-2021 ingediend bij de overheid. Daarin werden proactief beleidslijnen uitgezet die vandaag ook in het rapport terug te vinden zijn. Denk maar aan thema’s als kwaliteitszorg, ondersteuning van implementatie van nieuwe decreten, datageletterdheid of afstemming tussen begeleiding en nascholing.

Stabiliteit en continuïteit versterken kwaliteit

De voorwaarden voor een kwaliteitsvolle ondersteuning zijn, volgens de commissie, de aansluiting bij het eigen pedagogisch project, de vertrouwensband met de onderwijsinstelling en de langdurige aanwezigheid in het veld. Ondersteuning en vorming zijn geen eenmalige initiatieven, maar maken deel uit van duurzame professionaliseringstrajecten. Pedagogische begeleidingsdiensten en permanente ondersteuningscellen zijn de bevoorrechte en betrouwbare partner van de overheid om de kwaliteit van het onderwijs te ondersteunen. Daarom pleiten we voor een structurele investering in de ondersteuning en begeleiding van scholen en centra – liever dan in een lawine van versnipperde projecten.