Eerste uitrusting schoolgebouwen: 6% btw of toch 21%?

26 april 2016
De btw op scholenbouw is sinds 2016 verminderd van 21% naar 6%.  Niet alle eerste uitrusting kan de 6%-regeling genieten. Er bestaan geen criteria waarmee eenduidig kan worden ingeschat of de btw-administratie het 6%-tarief zal aanvaarden. Om te vermijden dat leveranciers ten onrechte 21% btw aanrekenen, dien je hen te informeren door middel van de verklaring 6% btw voor opdrachtgevers. Als je met een leverancier van mening verschilt over het btw-tarief, dan kan je informatie inwinnen bij het contactcenter van de FOD Financiën of de lokale btw-administratie.
 
Soms kan worden gekozen voor algemene aanneming van werken, indien hierdoor meer werken van het 6%-tarief genieten (principe 'bijzaak volgt hoofdzaak').
 
AGIOn definieert op zijn website wat subsidieerbaar is inzake eerste uitrusting. De definitie van AGIOn sluit niet altijd aan bij de criteria die de btw-administratie hanteert om te bepalen of het 6%-tarief van toepassing is. Wat AGIOn 'onroerend uit zijn aard of door bestemming' noemt, stemt niet altijd overeen met de interpretatie die (lokale) btw-administraties aan deze termen geven. Het is dus mogelijk dat gesubsidieerde eerste uitrusting onderhevig is aan 21% btw.
 
Het is vaak niet eenvoudig om te bepalen of het 6%-tarief van toepassing is:
  • het wettelijke kader is ingewikkeld en bevat veel uitzonderingen die voor occasionele gebruikers niet altijd logisch zijn
  • het ingewikkelde wettelijke kader heeft tot gevolg dat verschillende interpretaties de ronde doen
  • het wettelijke kader evolueert doorheen de tijd.

Zelfs lokale btw-administraties kunnen onderling van mening verschillen.

Wat wel algemeen erkend en duidelijk is, is dat leveringen apart, zonder montage, installatie of werk in onroerende staat, altijd onderhevig zijn aan het tarief van 21% btw.

Zowel het schoolbestuur als de leverancier kunnen aansprakelijk worden gesteld voor het gebruik van een te laag btw-tarief.  Beide kunnen door de btw-administratie worden aangesproken om de extra btw, verhoogd met boetes en intresten, te betalen.

Het wettelijke kader dat de btw-verlaging van toepassing maakt op scholenbouw verwijst naar algemene wetgeving.  Die algemene wetgeving is van toepassing op diverse sectoren die btw-verlaging of –vrijstelling kunnen genieten.  Leveranciers zijn meestal goed op de hoogte van de uitwerking van die algemene regelgeving op hun activiteitendomein.

Waar nog niet alle leveranciers mee vertrouwd zijn, is het nieuwe gegeven dat scholenbouw nu ook het 6%-tarief kan genieten. Dat wordt verholpen door hen de verklaring 6% btw voor opdrachtgevers te bezorgen.

Door middel van de verklaring 6% btw voor opdrachtgevers  garandeert een schoolbestuur aan leveranciers dat de investeringen/werken in aanmerking komen voor de btw-verlaging voor scholenbouw.  De verklaring kan in bepaalde gevallen echter ook tot gevolg hebben dat de btw-administratie het schoolbestuur als enige verantwoordelijk stelt voor een te laag btw-tarief.  Met name in de gevallen waarin leveranciers het toe te passen btw-tarief niet objectief kunnen vaststellen, kan de verklaring leveranciers ontlasten van hun aansprakelijkheid

Daar waar er, na overleg met de leverancier, onduidelijkheid blijft bestaan over het te hanteren btw-tarief, kan er advies gevraagd worden aan het contactcenter van de FOD Financiën of de lokale btw-administratie.  Een schriftelijk advies is aan te raden zodat het kan worden ingezet indien de lokale btw-administratie in de vestigingsplaats van de leverancier bezwaar zou maken. 

Eigenaardige adviezen of reacties van de btw-administratie kunnen worden gemeld aan Trui Vermeerschtrui.vermeersch [at] katholiekonderwijs.vlaanderen.  Deze meldingen kunnen gebruikt worden om andere schoolbesturen te ondersteunen of om een overkoepelend advies voor het Vlaams katholiek onderwijs te vragen bij de btw-administratie.

Ten slotte kan je ook nagaan of een groter deel van de uit te voeren werken in aanmerking komt voor het 6%-tarief indien gekozen wordt voor algemene aanneming van werken.  Ingeval van algemene aanneming kan het btw-principe “bijzaak volgt hoofdzaak” tot gevolg hebben dat werken die onderhevig zijn aan het tarief van 21% indien ze afzonderlijk worden uitgevoerd, toch in aanmerking komen voor het 6%-tarief indien ze samen worden uitgevoerd met een groter pakket aan werken dat onderhevig is aan het 6%-tarief.  Bij de afweging moeten altijd prijzen inclusief btw worden vergeleken.