Conclusies consultatieronde n.a.v. nieuw financieringsmechanisme kleine types

21 maart 2019

In de meerderheidsamendementen bij Onderwijsdecreet XXIX is een nieuw model voor de financiering kleine types geschetst. De raad van bestuur besliste daarop om een consultatieronde te organiseren. De voorbije weken werd in de diverse directiecommissies en adviesraden besproken hoe de samenwerking tussen gewoon en buitengewoon onderwijs vorm kan krijgen, onder meer in relatie tot de ondersteuningsnetwerken. Per regio werden ook de scholen buitengewoon onderwijs van de kleine types uitgenodigd voor een overleg.

De betrokkenen zochten een antwoord op deze vragen:

  • Wat begrijpen we onder “vereiste expertise”? Dient een buo-school gekozen te worden van het overeenkomstige type of kan expertise ook op een andere manier worden aangetoond? Hoe kunnen we daarover Vlaanderenbreed en regionaal tot samenwerking komen?
  • Hoe garanderen we dat scholen gewoon onderwijs voor de ondersteuning van leerlingen met een (G)V type 2, 4, 6 en 7 in overleg met de betrokken ouders de buo-school aanduidt die “over de vereiste expertise beschikt”?
  • Hoe garanderen we voor scholen gewoon onderwijs een geïntegreerde ondersteuning die het zorgbeleid op school faciliteert, en wat is de rol van de ondersteuningsnetwerken en hun zorgloket hierbij?  

Vandaag werden de bevindingen aan de raad van bestuur gepresenteerd. De raad van bestuur keurde deze conclusies goed:

  • Vereiste expertise betekent dat de expertise komt vanuit een school voor buitengewoon onderwijs van het overeenkomstige type. Uitzonderingen daarop vertrekken steeds vanuit een samenwerking en in overleg met een van deze scholen.
  • Waar worden de ondersteuningsvragen aangemeld? Het doel is dat iedere vraag voor ondersteuning op de juiste plek belandt. Daarom zijn er twee wegen voor aanmelding voorzien. ‘Een vraag kan niet verkeerd gesteld worden.’
    • Scholen zijn lid van een regionaal ondersteuningsnetwerk. Ze kunnen met al hun vragen terecht bij hun zorgloket. Een ondersteuningsvraag type 2, 4, 6 en 7 die in het zorgloket van het ondersteuningsnetwerk terechtkomt, zal steeds onmiddellijk en rechtstreeks worden doorgestuurd naar de buo-school met de vereiste expertise. Op expliciete vraag van de scholen gewoon onderwijs is dat de standaardprocedure.
    • Daarnaast blijven rechtstreekse aanmeldingen bij de school van deze kleine types mogelijk. In dat geval brengt de buo-school het zorgloket op de hoogte.
  • Alle betrokkenen (scholen, CLB, en ook de ouders) vragen transparantie over de manier waarop leerlingen met een ondersteuningsvraag type 2, 4, 6 en 7 regionaal ondersteund worden, en hoe ze in Discimus geregistreerd dienen te worden. Daarvoor zetten we een informatiecampagne op.  

Deze regeling geldt enkel voor de scholen die lid zijn van een regionaal ondersteuningsnetwerk van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Scholen behorend tot andere netwerken kunnen uiteraard te allen tijde rechtstreeks aanmelden bij de betrokken buo-school.