Commissie Onderwijs 09-03-2017 – Nederlandse Taalunie en onderwijs Nederlands

15 maart 2017

Om de vergadering af te ronden nog twee vragen van een totaal andere orde: over een advies van de Nederlandse Taalunie en het onderwijs Nederlands. 
Onderwijscommissaris Ann Brusseel wees op de gebrekkige communicatie over dat advies in bepaalde kranten en vroeg dan naar het wat, hoe, wanneer van het advies en de mogelijke band met het lopende eindtermendossier. Onderwijscommissaris Kathleen Krekels stelde een soortgelijke vraag en voegde als contextueel element toe dat taalleerkrachten nu al vinden dat het aanbod dat ze mogen aanbieden aan hun leerlingen, enorm vervlakt is de voorbije jaren. Als ex-taalleraar pleeg ik zelf voorzichtig te blijven om hierover te spreken in comparatieve termen (nu versus een haast nooit nader bepaald verleden), laat staan wat betreft de precieze betekenis van zo’n vervlakt aanbod.

Minister Crevits lichtte omstandig de genese van het vermelde advies en de verdere procedure toe: een globale visie over het onderwijs Nederlands in de 21e eeuw onder de titel ‘Iedereen taalcompetent!’. De voorliggende visie is ook afgestemd met de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren en wordt op de volgende vergadering van het Comité van Ministers van de Taalunie op 12 juni 2017 geagendeerd.
Het talenbeleid in het Vlaamse onderwijs vormt onderdeel van het lopende eindtermendebat. Het Vlaams Parlement kan het advies zeker gebruiken als er wordt gekeken naar de eindtermen, maar het behoort tot de autonomie van de onderwijsverstrekkers om het hoe van de implementatie te bepalen. Dat is iets wat minister Crevits zeer ter harte gaat: we bemoeien ons met het wat maar niet met het hoe, zo stelde zij niet voor het eerst.
Het gesprek werd des te interessanter, toen vragensteller Brusseel het had over zgn. tussentaal van sommige leraren, het wel en wee van het schrijfonderwijs en ruimer, het taalbeleid op een school. Het voorbeeld van het telefoongesprek in het Vlaamse onderwijs, dat vragensteller Krekels ten slotte vermeldde, geeft inderdaad ook te denken.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het advies van de Taalunie over de toekomst van het onderwijs in het Nederlands van Ann Brusseel en over het advies van de Taalunie met betrekking tot het onderwijs van de Nederlandse taal van Kathleen Krekels” aan Minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2009-03-2017%20%E2%80%93%20Nederlandse%20Taalunie%20en%20onderwijs%20Nederlands) (Wilfried Van Rompaey)

.