Commissie Onderwijs 04-10-2018 – Vak 'mens en samenleving' in het katholiek secundair onderwijs

09 oktober 2018

Na twee onschuldige vragen om uitleg over taalvaardigheid van studenten en over nepuniversiteiten ging het er wat steviger aan toe. Het probleem was traditioneel natuurlijk een beetje dat de kwestie al een maand oud was en er toen eigenlijk zo goed als alles al over gezegd was. Inderdaad, ook Katholiek Onderwijs Vlaanderen had zelf al in de nieuwsbrief van 30 augustus 2018 in een genuanceerd stuk de puntjes op de i gezet.

Maar intussen was er ook wel een nieuw element, met name het Vlor-advies over de nieuwe eindtermen (eerste graad secundair onderwijs) van 27 september 2018, dat vragensteller Daniëls bij de zaak betrok (cf. infra). Bovendien had onderwijscommissaris Jo De Ro de dag voordien nog een verwante actuele vraag gesteld.

Vragensteller Daniëls zag, met het Vlor-advies bij de hand, een contradictie tussen een boodschap in dat Vlor-advies en het advies van Katholiek Onderwijs Vlaanderen over het vak ‘mens en samenleving’ en het aantal uren Nederlands. Hij had een hele reeks vragen voor minister Crevits, inclusief over personeelsaangelegenheden en de onderwijsinspectie in dit verhaal.

De minister ging deels mee in de redenering van vragensteller Daniëls, maar was gelijk ook een stukje genuanceerder en voorzichtiger. We hebben dit verhaal over de aard van de adviezen/werking van de netwerkorganisatie en ledenvereniging Katholiek Onderwijs Vlaanderen deze legislatuur nu al ettelijke keren gehoord. En daarbij is het verschil in houding tussen de politici onderling een constante. Ook nu weer.

Bovendien stelde volgens de minister de bestaande personeelsregelgeving in dezen geen andere problemen dan bij andersoortige wijzigingen in het onderwijsaanbod van scholen. De vraag over de koppeling van het bewuste nieuwe vak met de eindtermen kon ze nog  niet beantwoorden, gewoon als gevolg van de regelgeving die de parlementsleden dus zelf opgesteld hadden. Ook voor de bestaande procedure over de werkwijze van de onderwijsinspectie bij dit soort aangelegenheden was er niets bijzonders aan de hand.

Maar vervolgens ging de minister ook in op het volgens de vragensteller “rare gegeven” van het Vlor-advies, waarbij ook zij een contradictie zag in de houding van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Volgens mij was de boodschap van het Vlor-advies echter vooral dat het voorliggende pakket eindtermen Nederlands (die voor alle leerlingen bedoeld zijn) te zeer ook uitbreidingsdoelen (die slechts voor een bepaald deel van de leerlingen bedoeld zijn) bevatten: met zulke correctere positionering van wat eindtermen zijn en wat uitbreidingsdoelen zijn hoeft er géén probleem te zijn met een eventueel uur Nederlands minder. Toegegeven dat men dat parlementsleden niet kwalijk mag nemen, maar het viel me op dat zgn. taalgericht vakonderwijs (en dat is iets helemaal anders dan “ook in andere vakken punten aftrekken voor spelling enz.”) geen gekend concept is bij hen, terwijl dat toch ook, naast inderdaad andere zaken, een belangrijke rol speelt in dit hele taalverhaal.

Vragensteller Daniëls bracht vervolgens opnieuw zijn uiteenzetting over de aard van de werking van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, waarbij mij zijn appreciatie voor een vakbond, de Christelijke OnderwijsCentrale, opviel. Vreemd dat het altijd over één “onderwijskoepel” gaat. Wat niet kon gezegd worden van onderwijscommissaris Jos De Meyer, die duidelijk zijn mening gaf over het aantal uur Nederlands maar ook verwees naar de werkwijze in de andere koepels…

Dat laatste deed dan weer onderwijscommissaris Jo De Ro reageren, deels op een analoge manier als de vragensteller, maar deels toch ook met een genuanceerdere uitspraak over het aantal uren dat aan een vak besteed wordt. Terecht. Hij maakte en passant ook van de gelegenheid gebruik om zijn actuele vraag van de dag voordien te herhalen en daaraan nog een argument toe te voegen, met name over het economische belang van een goede talenkennis (moedertaal en vreemde talen).

Minister Crevits concludeerde en vatte samen wat ze gehoord had met nog een laatste repliek. Het slotwoord van de vragensteller was, zoals vaak voorkomt in deze commissie, overbodig. Het verlengt de vergaderingen, die sowieso al lang duren, nog eens nodeloos. Misschien moet het Vlaams Parlement toch eens denken aan een aanpassing van het reglement ter zake. Overigens heb ik soms vragen bij het Nederlands dat soms door politici, ook in deze commissievergadering, gehanteerd wordt, maar dat terzijde.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het invoeren van het nieuwe vak 'mens en samenleving' in het katholiek secundair onderwijs van Koen Daniëls” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2004-10-2018%20%E2%80%93%20Vak%20Mens%20en%20samenleving%20in%20het%20katholiek%20secundair%20onderwijs) (Wilfried Van Rompaey).