Commissie Onderwijs 28-03-2019 – Financiering STEM-opleidingen

01 april 2019

Om de commissievergadering af te ronden, een erg boeiende én belangrijke vraag om uitleg van onderwijscommissaris Koen Daniëls, maar dan wel vooral met het oog op de volgende legislatuur. Het financieringsmechanisme van het hoger onderwijs heeft inderdaad enkele specifieke kenmerken die voor verbetering vatbaar zijn (nl. het gebruik van diverse zgn. OBE’s (onderwijsbelastingeenheden) voor verschillende studierichtingen (nadelig voor STEM-opleidingen), en nog aangevuld met de specifieke financieringssituatie van de graduaatsopleidingen in de hogescholen vanaf 1 september 2019): het thema is in het verleden al meermaals aan bod gekomen, de Vlaamse Hogescholenraad heeft er ook toen gedetailleerde berekeningen over gemaakt, maar één zaak was altijd duidelijk, met name, dat een gewenste ingreep extra geld zou kosten, wat overigens ook nu weer in dit gesprek bleek. Zoals vragensteller Daniëls in zijn intro terecht vermeldde, de eerdere evaluatie van de financiering in 2015 blijft een belangrijk document voor de toekomst. Ik voeg er ook nog graag het toenmalig advies van de Vlaamse Onderwijsraad aan toe. Wat dacht minister Crevits van een en ander?

Zij herinnerde aan de afspraak die ze met de hogescholen gemaakt had aan het begin van de legislatuur: nl., dat, zolang de budgettaire context was wat hij was, de verhoudingen inzake OBE’s het best gerespecteerd zouden blijven. Ze ging voort met enkele cijfers over de stijging van de studentenaantallen in STEM-opleidingen en een toelichting van de rationale achter de puntengewichtenregeling van graduaatsopleidingen. In de memorie van toelichting bij het decreet over de uitbouw van de graduaatsopleidingen was gesteld dat dat laatste een tijdelijke situatie was. Op het ogenblik dat de puntengewichten voor de hogeronderwijsopleidingen herbekeken en aangepast zouden worden, zouden die van de graduaatsopleidingen het best ook meegenomen worden, zodat er voor beide opleidingen dezelfde puntengewichten zouden komen, aldus nog de minister.

In zijn repliek bevestigde vragensteller Daniëls eigenlijk wat de minister gezegd had. Interveniënt Jos De Meyer maakte een korte zijsprong naar de recente gedachtewisseling over het STEM-actieplan, waarin Guy Tegenbos het o.a. had over de goede slaagkansen van STEM in de technische en beroepsrichtingen en over de domeinscholen in het secundair onderwijs. Voor het hoger onderwijs was hij het helemaal eens met vragensteller Daniëls en hij vond dat extra middelen in dezen in de eerste plaats moesten gaan naar STEM-georiënteerde richtingen en richtingen handelswetenschappen en bedrijfskunde.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de STEM-opleidingen (Science, Technology, Engineering and Mathematics) van Koen Daniëls” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2028-03-2019%20%E2%80%93%20Financiering%20STEM-opleidingen) (Wilfried Van Rompaey).