Commissie Onderwijs 25-06-2020 – Ouderbevraging over thuisleren

30 juni 2020

Het leven in coronatijden is toch in technologisch opzicht niet altijd ideaal. Ik dacht al dat het aan mijn verouderde, digitale infrastructuur lag dat er de eerste ruim 20 minuten een zwart beeld verscheen, maar neen. Drie dagen later, bij nazicht van de website van het Vlaams Parlement, bleek er geen schriftelijke neerslag van dat eerste deel ook niet door de medewerkers van het Vlaams Parlement geakteerd te zijn. Dus het mankement was ruimer dan mijn computer. Misschien wordt het later nog wel hersteld, maar een mens moet soms door met zijn werk, niet?

Ik kan dus ook alleen maar vermoeden dat vragensteller Elisabeth Meuleman het over de bevraging had van de Koepel van ouderverenigingen van het officieel gesubsidieerd onderwijs en het ging dus nog steeds over… corona. Of ook kon het gegaan zijn over een analoge enquête van VCOV, de Vlaamse Confederatie van Ouders en Ouderverenigingen (vrij onderwijs). Wellicht vroeg ze naar een reactie van minister Weyts. Haar vraag was al eerder ingediend, maar kwam nu toevallig de dag nadat de minister met het onderwijsveld zes uur samengezeten had met het oog op een plan voor de heropening van de scholen op 1 september (cf. de intussen gekende pandemieniveaus via vier verschillende kleuren en dito veiligheidsmaatregelen).

Het was, in haar repliek, nog net hoorbaar dat vragensteller Meuleman uitkeek naar de draaiboeken van de minister en dan zaten we meteen bij de drie interveniënten, Jo Brouns, Kathleen Krekels en Loes Vandromme. Brouns vroeg of de minister ook een groot onderzoek naar de coronabevindingen van iedereen zou plannen en verwees daarbij naar de nieuwe parlementaire ad-hoccommissie, die op 26 juni van start zou gaan. Krekels stelde dat de ondersteuningsnetwerken tijdens de coronacrisis waren blijven werken, maar dat die misschien te weinig proactief waren geweest en/of dat er onvoldoende van gebruikgemaakt was. Vandromme wees daar ook op en verbond de zaak met het nieuwe Begeleidingsdecreet.

Minister Weyts duidde op de rol van afstandsonderwijs in het plan waarover hij de dag voordien gecommuniceerd had, met name een vaste plaats voor afstandsonderwijs op woensdagvoormiddag, zowel voor bijspijkeren als voor verdiepen naargelang van de behoefte van de leerling. Inzake de gevraagde evaluatie, met name van de ondersteuningsnetwerken, verwees de minister naar de eerdere evaluatie van hun werking, waaruit wel wat diversiteit bleek. Zijn analogie met leraren leek mij wel een beetje voorbarig.

Vragensteller Meuleman bevestigde de nood aan evaluatie, zeker ook wat kinderen met ontwikkelingsstoornissen betrof. Die geplande regeling op woensdagvoormiddag vond ze een opportuniteit, waarbij ze zich niet echt kon vinden in een blijkbaar kritisch Twitterbericht van professor Wouter Duyck. Maar zo’n woensdagvoormiddag moest dan wel goed en uniform ingevuld worden door de scholen. Hoewel ze wellicht daar een punt had: met de door haar gewenste situatie (en zulks zeker niet voor het eerst) van “scholen, jullie hebben de vrijheid om dat zelf te organiseren, maar het moet dan wel uniform gebeuren”… had  ik het dan weer een beetje moeilijk, evenmin voor het eerst.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de resultaten van de ouderbevraging over het thuisleren, in het bijzonder voor leerlingen met ontwikkelingsstoornissen van Elisabeth Meuleman” aan minister Ben Weyts.

Reageren kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2025-06-2020%20%E2%80%93%20Ouderbevraging%20over%20thuisleren) (Wilfried Van Rompaey).