Commissie Onderwijs 21-06-2018 – Diploma 7e jaar beroepsonderwijs

27 juni 2018

In het kader van de modernisering van het secundair onderwijs kon men hierover al in de krant lezen, overigens ook al in de loop van het decretale proces ter zake. Hoe zat dat precies met die diplomakwesties (N.B. Het precieze woordgebruik bleek in dezen belangrijk te zijn: diploma, getuigschrift, onderwijskwalificatie, beroepskwalificatie) en de civiele effecten daarvan? Veel recenter (en meteen de rechtstreekse aanleiding tot deze vragen om uitleg van onderwijscommissarissen Koen Daniëls en Elisabeth Meuleman, die ook citeerde uit het krantenartikel in kwestie) trok onder andere Michel Cardinaels (voor De Standaard-abonnees) van TISM in Bree aan de alarmbel. Minister Crevits zette een iets uitgebreidere versie van het artikel ook zelf op haar website. Ze had intussen al een delegatie van die mensen ontvangen.

Minister Crevits zette de hele regeling, de bestaande en de nieuwe, nauwgezet uiteen. De nieuwe Se-n-Se-opleidingen worden in twee soorten onderverdeeld, maar wel op een andere manier dan nu het geval is en daarin zit nu net het probleem dat gesignaleerd werd. Dat de decreetgever wil dat de doorstroom vanuit het secundair onderwijs naar het (hele) hoger onderwijs goed geregeld wordt, daar kan men gemakkelijk inkomen, want net daar loopt het in de huidige regeling soms mis. Maar de ‘nieuwe’ beroepsgerichte specialisaties reduceren tot uitsluitend beroepskwalificaties (van niveau 3 of 4), daar kunnen we vanuit Katholiek Onderwijs Vlaanderen niet inkomen: in het kader van een vertrouwde schoolomgeving krijgen jongeren in een Se-n-Se de kans om veel meer te verwerven dan louter beroepsgerichte vorming. In elke Se-n-Se komen, in tegenstelling tot wat minister Crevits stelde, bepaalde aspecten van algemene vorming en beroepsgerichte vorming op een geïntegreerde manier aan bod. Elke Se-n-Se zou daarom ook moeten leiden tot een onderwijskwalificatie van niveau 4, voor zover ze uiteraard een beroepskwalificatie van niveau 4 omvat. Het cruciale punt zal natuurlijk dit zijn: wat zit er precies aan algemene vorming (en quid met beroepskwalificatie(s)?) in dat zgn. ‘naamloos jaar’ als voorbereiding op het hele hoger onderwijs versus de algemene vorming (en daar zeker wel een of meerdere beroepskwalificaties!) in de andere soort Se-n-Se’s, die alleen toegang geeft tot graduaatsopleidingen van het hoger onderwijs (maar die toegang was sowieso al mogelijk voor wie geen Se-n-Se van die tweede soort gedaan heeft en zich beperkt heeft tot zes jaar arbeidsmarktgericht secundair onderwijs)?

De minister maakte ten slotte gewag van een nieuw denkspoor: nét het punt waarop ik hierboven wijs, waaruit dan drie soorten Se-n-Se zouden volgen, indien dat haalbaar zou zijn (een zuiver beroepsgerichte, die van het naamloos jaar én een mengvorm van de twee). Voor de tewerkstelling in de publieke sector zou er volgens de minister sowieso geen probleem zijn. Dat lijkt mij toch nog te bezien, wanneer duidelijk wordt voor die sector dat er in de toekomst twee soorten diploma’s secundair onderwijs gaan zijn: één van niveau 3 en één van niveau 4.

Vragensteller Daniëls was het eens met de minister wat haar bekommernis betrof over doorstroom naar hoger onderwijs. Er moest snel ook een matrix komen voor de 7e jaren. En hij begreep niet dat het ‘naamloos leerjaar’ (maar dan wel met een meer aantrekkelijke benaming) blijkbaar tegenkanting kreeg. Vragensteller Meuleman wees nog op de toegang tot de hele arbeidsmarkt (niet alleen de publieke sector), waarbij ze het diplomaprobleem omstandig herhaalde. Ik vond het toch ook wat bizar: de minister die zo benadrukte dat wat nu nog ‘getuigschrift’ heette, een ‘diploma’ zou worden (na hetzelfde traject als nu); welk probleem heb je dan opgelost, denk ik dan. Meuleman zei dat de perceptie en de communicatie daarover zouden moeten worden bijgestuurd, ook voor werkgevers, terecht!

Interveniënt Jos De Meyer concludeerde dat de door Cardinaels c.s. gesignaleerde zorg, een genuanceerd antwoord vergde. De bewuste zin uit het Masterplan so hierover was duidelijk en de Se-n-Se-afgestudeerden zouden gegeerd blijven op de arbeidsmarkt.

In de slotbeschouwingen stond eigenlijk niets nieuws, behalve dan misschien wat vragensteller Daniëls zei (en ik parafraseer) over het feit dat aan de doorsneeburger die hele systematiek van beroepskwalificaties en onderwijskwalificaties met verschillende niveaus niet uit te leggen valt. Het zou te ver leiden om dat hele verhaal hier te doen, maar heeft misschien het Decreet betreffende de kwalificatiestructuur van 30 april 2009 de zaak toch niet echt vergemakkelijkt? Ik denk het…

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het 7e jaar beroepsonderwijs bij de modernisering van het secundair onderwijs van Koen Daniëls en over de waardevermindering van het diploma van het technische 7e specialisatiejaar als gevolg van de modernisering van het secundair onderwijs van Elisabeth Meuleman” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2021-06-2018%20%E2%80%93%20Diploma%207e%20jaar%20beroepsonderwijs) (Wilfried Van Rompaey).