Commissie Onderwijs 04-10-2018 – Nepuniversiteiten

09 oktober 2018

Eerder stelde onderwijscommissaris Koen Daniëls over dit thema vragen om uitleg. Dit werd dus een opvolgingsvraag, met ook enkele nieuwe elementen én de eerste tussenkomst van de nieuwe onderwijscommissaris voor Open Vld, Franc Bogovic. Er was nu al wel een  nieuwe website www.hogeronderwijsregister.be met alle erkende opleidingen en diploma’s, maar er bleken nog altijd malafide organisaties werkzaam. Vragensteller Daniëls was naar zo’n organisatie gaan kijken in de Brusselse Guimardstraat of all places. Hij herhaalde zijn twee eerdere suggesties: ook een zgn. afgepunte zwarte lijst publiceren en de statuten (niet alleen de benaming) van onderwijsorganisaties controleren. Wat was nu de stand van zaken, ook wat betrof strafrechtelijke procedures?

Minister Crevits herhaalde, wat de gevolgde werkwijze betrof, in haar antwoord wat ze daarover bij een eerdere gelegenheid al gezegd had (niet echt dag op dag een jaar geleden, maar het scheelde toch niet veel). Die aanpak gold alleen voor het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. In Brussel kon men zich ook beroepen op de regels voor het onderwijs van de Franse Gemeenschap, waar de instellingsbenamingen bijvoorbeeld veel minder streng beschermd zijn. De minister verwees ook naar de twee lopende gerechtelijke procedures. Bijzonder daarbij was dat in een van die zaken het hof van beroep in Antwerpen ingegaan was op het verzoek van de verwerende partij om de strafbepaling uit de Codex Hoger Onderwijs te toetsen aan de Europese richtlijn inzake oneerlijke handelspraktijken en aan de Dienstenrichtlijn. Daarover waren prejudiciële vragen gesteld aan het Europees Hof van Justitie. Een beetje vreemd leek mij dat dat in Straatsburg gesitueerd werd: als de EU-instelling bedoeld is, resideert die volgens mij in Luxemburg, maar dat terzijde. De zaak was alleszins nog hangende. Dit was een nieuwe en niet onbelangrijke ontwikkeling.

Vragensteller Daniëls suggereerde vervolgens nog om de buitenlandse instellingen die ook erkende diploma’s afleveren in het kader van de Europese erkenningen door het National Academic Recognition Information Centre (NARIC), aan te bieden ook hen mee op te nemen in het Hogeronderwijsregister. En hij herinnerde aan de Europese afspraken in verband met de erkenning van kwaliteit en kwaliteitsstandaarden in het hoger onderwijs, waarvan hij hoopte dat ook die betrokken zouden worden in de bovenvermelde gerechtelijke procedure en dus niet alleen de Dienstenrichtlijn (en de richtlijn inzake oneerlijke handelspraktijken).

Onderwijscommissarissen Jos De Meyer en nieuwkomer Franc Bogovic deelden de kern van Daniëls’ bekommernis, maar de laatste voegde nog iets toe, waar zijn voorgangster Ann Brusseel het ook al over had. Met name, de dubbele houding van de Vlaamse overheid ten aanzien van private organisaties voor afstandsonderwijs: geen erkende diploma’s maar toch financiering vanuit de kmo-portefeuille van minister Muyters.

Voor dat laatste verwees de minister naar haar collega in de Vlaamse regering. Vragensteller Daniëls rondde de vraag af met zijn tevredenheid over de ontwikkelingen en een korte herhaling van zijn aandachtspunten.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de nepuniversiteiten van Koen Daniëls” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Nepuniversiteiten) (Wilfried Van Rompaey).