Aanpassing statuten vzw na 1 mei 2019 en na 1 januari 2020

08 mei 2019

Besturen stellen ons regelmatig vragen over de timing die zij moeten volgen voor hun statutenwijzigingen. We zetten hier nog even alles op een rijtje.

Op 1 mei 2019 trad het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) in werking. Daardoor moeten verenigingen die na 1 mei 2019 worden opgericht, hun oprichtingsstatuten overeenkomstig de bepalingen van het nieuwe WVV opstellen. Wij werkten voorbeeldstatuten uit voor die nieuwe vzw’s.

Voor verenigingen die al bestonden op 1 mei 2019 is het WVV voor het eerst automatisch van toepassing op 1 januari 2020. In principe gelden dus voor die verenigingen tot 1 januari 2020 nog steeds alle oude regels van de Wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen.
 
Als je voor 1 januari 2020 nog een statutenwijziging, bijvoorbeeld een naamswijziging, zou willen doorvoeren, dan kan dat zonder dat je rekening moet houden met de nieuwe wetgeving. Als je na 1 januari 2020 een statutenwijziging doet, dan ben je verplicht om in één beweging de statuten volledig in overeenstemming te brengen met de nieuwe wetgeving. Daarom raden wij aan om tegen 1 januari 2020 de statuten aan te passen aan de nieuwe wetgeving. In het kader van BOS-operaties is het ook belangrijk dat alle vzw’s binnen eenzelfde rechtssysteem opereren.
 

Je kunt als bestaande vzw ook beslissen om de nieuwe wetgeving toch al eerder toe te passen en dus niet te wachten tot 1 januari 2020. Dat kan enkel door je statuten al vóór 1 januari 2020 volledig te conformeren aan het nieuwe WVV. Op die manier wordt het WVV op de vereniging van toepassing vanaf de dag van de bekendmaking van de statutenwijziging in het Belgisch Staatsblad.

Je moet in elk geval tegen uiterlijk 1 januari 2024 de statuten in overeenstemming brengen met de nieuwe wetgeving. Wij werkten voorbeeldstatuten uit voor de aanpassing van de statuten van bestaande vzw’s. Ook vind je in de leidraad meer duiding bij de verschillende onderdelen van de statuten. De leden van het bestuur zijn persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de niet-nakoming van die verplichting.