Doelgroepen buitengewoon onderwijs

Bij het omschrijven van doelgroepen gaan we uit van de onderwijs- en opvoedingsbehoeften van de leerlingen en de noodzakelijke leerondersteuning ongeacht de plaats waar ze les volgen gewoon of buitengewoon onderwijs. 

  • Bij een aantal leerlingen kent de taalontwikkeling een vertraagd of afwijkend verloop. Wanneer spreken we over een vertraagde spraak-taalontwikkeling? Wat is een spraak-taalontwikkelingsstoornis (STOS) of ontwikkelingsdysfasie (OD)? Hoe spelen we daar binnen onderwijs zo goed mogelijk op in?

  • Leerlingen met een verstandelijke beperking hebben een ontwikkelingsachterstand. We onderscheiden subgroepen op basis van de ernst of impact van hun beperking op hun leven of participatie aan de samenleving. Ze hebben in de levensdomeinen als wonen, leren, werken, vrije tijd en bij sociale interactie in meer of minder mate ondersteuning nodig om te functioneren op een manier die past bij hun eigen leeftijd en cultuur.

  • Algemeen wordt aangenomen dat gedrags- en emotionele problemen multifactorieel bepaald zijn. Genetische en biologische factoren, neuro-fysiologische dysfuncties, psychische trauma’s, gezinsklimaat, gezinsrelaties, factoren in de opvoeding, in de school en in de buurt, werken op elkaar in en kunnen gedragsproblemen tot gevolg hebben.

  • De lichamelijke (neuro-) motorische beperking kan zich op verschillende manieren en in verschillende gradaties uiten. Daarnaast is er is binnen de groep een onderscheid tussen enerzijds aangeboren en anderzijds verworven stoornissen met of zonder hersenbeschadiging.

  • Langdurig en chronische zieke kinderen en jongeren zijn kinderen en jongeren die door ziekte, ongeval of psychische aandoening een tijdje of gedurende een aantal maanden regelmatig niet naar school kunnen.

  • Zien doen we niet alleen met onze ogen. Er is een heel visueel systeem van ogen, zenuwbanen en een netwerk van verschillende visuele hersencentra aan het werk. Als het ergens fout loopt, dan heeft dit gevolgen voor wat we aan visuele informatie opnemen, verwerken en interpreteren. Voor kinderen, jongeren, volwassenen met een visuele beperking vraagt kijken meer tijd en meer inspanning!

  • Dove en slechthorende leerlingen zitten erg verspreid over het gehele onderwijsland. Zij zijn niet gewoon horende kinderen en jongeren die minder goed of niet kunnen horen. Zij hebben specifieke onderwijsbehoeften omdat hun cognitieve, sociale en taalvaardigheden verschillen van die van hun horende leeftijdsgenoten. Om onderwijs op maat te kunnen bieden zijn er verschillende onderwijs- of ontwikkeltrajecten nodig

  • Kinderen met een leerstoornis voldoen aan alle onderstaande criteria:

    • er is een ernstige achterstand;
    • de achterstand die door metingen op twee momenten in kaart gebracht wordt, blijft bestaan;
    • er is geen afdoende alternatieve verklaring voor de ernstige achterstand en de didactische resistentie.
  • Elke leerling met autisme is uniek, met eigen talenten en mogelijkheden en eigen zorgvragen. Wanneer we hen begeleiden moeten we verder kijken dan hun gedrag of reacties. Want hoe verschillend ze ook zijn, autisme zit binnenin, het gaat over anders denken, over een andere informatieverwerking. Leerlingen met autisme begeleiden, betekent dat we hen leren begrijpen, hun specifieke onderwijsbehoeften leren zien en hierop reageren.

  • Met “kinderen en jongeren met ernstige meervoudige beperkingen” verwijzen wij naar kinderen en jongeren die op meerdere domeinen van hun functioneren zeer ernstige beperkingen ondervinden. Deze kunnen het gevolg zijn van genetische afwijkingen, aangeboren hersenbeschadigingen, degeneratieve aandoeningen, metabolismestoornissen en/of problemen tijdens de zwangerschap of de geboorte.