Wat met werkplekleren en stages?

22 april 2020

Ten gevolge van de corona-crisis kunnen heel wat stages niet doorgaan. Er is een grote bezorgdheid over de mogelijke consequenties voor de evaluatie en deliberatie. Zaak is om er tijdig op te anticiperen.

In het gewoon voltijds secundair onderwijs en het buitengewoon onderwijs OV4  bepaalt de regelgeving (Codex S.O., art. 157, §6): “Indien geen of onvoldoende stageplaatsen, moet de school ten aanzien van de onderwijsinspectie kunnen aantonen dat dit het gevolg is van factoren buiten haar wil om.” 

De scholen kunnen verwijzen naar de corona-crisis om stages voor de rest van het schooljaar te annuleren (ook wanneer die door het leerplan of via onderwijsreglementering eigenlijk verplicht zijn). Ze kunnen die beslissing vandaag nemen. Straks kunnen die stages wellicht gedeeltelijk worden vervangen door praktijk op school.

Het is voor bovenvermelde onderwijsvormen wel van belang om ervoor te zorgen dat leerlingen doorheen de praktijklessen (vóór en na de periode van opschorten van de lessen) voldoende kansen hebben gekregen om de nagestreefde competenties in voldoende mate te verwerven, en dat permanent te evalueren. Eventueel kan voor bepaalde studierichtingen in het gewoon voltijds secundair onderwijs bekeken worden of alternatieve vormen van leerlingenstages mogelijk zijn (bv. leerlingen van Jeugd- en gehandicaptenzorg als stagiair inzetten in lagere scholen).

Op het einde van het schooljaar zullen de delibererende klassenraden dan een beslissing nemen op basis van de beschikbare informatie. Die zal er wat anders uit zien dan gebruikelijk, maar in deze ongeziene tijden kon het ook niet anders …

Dat neemt niet weg dat (inhaal)stages tijdens de zomervakantie mogelijk zijn mits de leerling vier aaneensluitende weken vakantie heeft in de periode juni tot en met augustus. Daarbij moet je er wel rekening mee houden dat:

  • elke uitgestelde beslissing eigenlijk een individuele beslissing is, en
  • wanneer die stages ook dan niet mogelijk zijn, de slaagkansen van die leerling(en) gehypothekeerd worden. Voor specialisatiejaren bso en Se-n-Se zou er volgens ons dan moeten kunnen worden afgeweken van de bepaling dat na 31 augustus geen leerlingenstages mogelijk zijn die betrekking hebben op het voorbije schooljaar. Katholiek Onderwijs Vlaanderen vraagt die wijziging aan de reglementering, maar dat is nog niet verworven.

In het buitengewoon secundair onderwijs ligt voor de kwalificatiefase van OV3 een minimale duur vast van de verplichte individuele leerlingenstage; het is niet zeker dat die kan worden gehaald. Ook het aantal uren (ononderbroken) werkervaring in de integratiefase (met of zonder ESF) komt in het gedrang. Katholiek Onderwijs Vlaanderen bepleit bij de overheid afwijkingen van die bepalingen. Voor BuSO – OV3 zou in dezelfde afwijking moeten worden voorzien als in Codex S.O., art. 157, §6. Zo krijgen ook de BuSO-scholen voldoende flexibiliteit om op een correcte manier met die speciale situatie om te gaan.

In de opleiding Verpleegkunde HBO5 is men voor de stages afhankelijk van Europese en Federale regelgeving. Op dit ogenblik is het niet zeker dat het is toegelaten om de regelgeving met meer flexibiliteit te hanteren. Katholiek Onderwijs Vlaanderen dringt aan op duidelijkheid en vraagt de overheid om zelf initiatief te nemen om een versoepeling te vragen van de Europese regelgeving. Daarnaast vraagt Katholiek onderwijs Vlaanderen om voor de opleiding Verpleegkunde HBO5 en de bacheloropleiding verpleegkunde een zelfde flexibiliteit aan de dag te leggen. Dat laatste zal waarschijnlijk vooral van toepassing zijn voor de modules in het eerste en tweede jaar van de opleiding.

Wordt vervolgd, wanneer er meer duidelijkheid is over de reglementaire afwijkingen waarin men zal voorzien.