Het eindtermendebat: wat is er aan de hand en waarom is dat nu belangrijk?

29 augustus 2017

In de voorbije dagen trok Katholiek Onderwijs Vlaanderen aan de alarmbel rond het eindtermendebat. We wilden een duidelijk signaal geven dat de voorstellen die in de discussie in het Vlaams Parlement de ronde doen, voor ons een fundamentele aantasting van de vrijheid van onderwijs betekenen. Katholiek onderwijs staat sinds oudsher en wereldwijd voor kwaliteitsonderwijs, maar dat kunnen we niet realiseren zonder voldoende vrijheid.

Wat is er aan de hand?

Enigszins in de luwte van het parlementaire werk, buigt een werkgroep van parlementsleden uit de commissie onderwijs zich over de actualisatie van de eindtermen en ontwikkelingsdoelen. In de voorbije maanden verschoof de discussie meer en meer van het herwerken van eindtermen, naar het massief vergroten van de reële impact van de eindtermen op het onderwijs. Waar ze nu een kwaliteitsinstrument zijn om leerplannen aan te toetsen, worden ze meer en meer naar voor geschoven als unieke basis voor het onderwijs, met als kroon op het werk de onverkorte letterlijke opname ervan in de leerplannen. Waar wij nu vertrekken vanuit onze visie op vorming van leerlingen, en in dat kader de eindtermen vertalen, wordt die logica omgekeerd: de eindtermen worden de letterlijke basis van het leerplan, en de onderwijsverstrekkers mogen eventueel doelen toevoegen.

Komt daarbij dat ook het format van de eindtermen sterk uitgebreid wordt: ze worden niet alleen duidelijker (wat uiteraard geen probleem is), maar zullen omstandig omschreven worden: kennis wordt daarbij apart en uitvoerig geëxpliciteerd, naast inzicht, vaardigheden en attitudes. Een valideringscommissie moet overigens toezien op de coherentie, consistentie, volledigheid en evalueerbaarheid van de eindtermen en ontwikkelingsdoelen. Van minimumdoelen voor kwaliteit evolueren ze zo tot een stringent geheel. Het Arbitragehof (nu: Grondwettelijk Hof) waarschuwde daarvoor in zijn arrest van 18 december 1996.

Vermeldenswaard is dat ook eindtermen inzake attitude vanaf nu gerealiseerd in plaats van nagestreefd dienen te worden – en die realisatie moet evalueerbaar zijn. Dat lijkt al helemaal in tegenspraak met de vrijheid van onderwijs, want dat ze enkel nagestreefd dienden te worden was de voorwaarde voor hetzelfde Arbitragehof om dat soort eindtermen toe te staan.

Ook de mogelijkheid om een afwijking op de eindtermen te bekomen wordt ernstig ingeperkt: die kan niet meer op niveau van de set van eindtermen, maar zou via een zwaardere procedure eindterm per eindterm gemotiveerd moeten worden. En ook een goede afwijkingsmogelijkheid is voor het Arbitragehof een noodzaak.

Kortom: de bestaande situatie, die een mooi compromis is tussen minimumdoelen opgelegd door de overheid en vrijheid van aanpak via de leerplannen, wordt ernstig aangetast. Sommigen betwijfelen zelfs of er nog wel leerplannen nodig zijn.

Waarom is dat nu belangrijk?

In de discussie gaat het niet zomaar om een machtsspel. Fundamenteel gaat het over een van de grondbeginselen van onze democratische samenleving, de vrijheid van onderwijs. Die wil het onderwijs behoeden voor te grote overheidssturing. Katholiek Onderwijs Vlaanderen keert zich niet tegen eindtermen als kwaliteitstoets voor onze leerplannen. Dat staat voor ons buiten kijf. Maar de kern van een leerplan is ons pedagogisch project, gebaseerd op het christelijke  mens- en wereldbeeld. Te veel en omvangrijke eindtermen die de kern van het leerplan moeten vormen, maken dat onmogelijk.

Sowieso klinkt dat de inspectie niet langer goedgekeurde leerplannen zal gebruiken voor de kwaliteitscontrole in scholen,  maar de eindtermen en ontwikkelingsdoelen. En dat zal het comfort van scholen verminderen. En het laat zich aanzien (volgens de logica van het hellend vlak) dat over niet al te lange tijd ook de evaluatie van leerlingen enkel nog op basis van de eindtermen zal kunnen gebeuren. Terwijl ze daar in se niet voor bedoeld zijn.

In de nieuwe constellatie zal het ontwerpen van een innovatief leerplan zoals ‘Zin in leren! Zin in leven!’ voor het basisonderwijs  niet meer mogelijk zijn. Terwijl we dat type leerplan toekomstgericht naar voor schuiven. Vanuit onze pedagogische visie wil dat leerplan ruimte geven aan leraren met ervaring, en structuur aan wie dat nodig heeft. Lerarenteams hebben het mee ontworpen en vanuit hun ervaringen is het gegroeid tot wat het nu is. Schoolteams worden erdoor bevestigd in het eigenaarschap van wat op hun school gebeurt. Dat soort leerplannen willen we in de komende jaren samen met vele lerarenteams ook voor het secundair onderwijs vorm geven.

(c) Afbeelding: congreskolom met de vier liberale vrijheden uit de grondwet van 1831: vrijheid van onderwijs, vrijheid van vereniging, vrijheid van pers en vrijheid van godsdienst.