Hervorming vzw Wet

08 februari 2018

Op 20 juli 2017 werd het ‘voorontwerp van de Wet tot invoering van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en houdende diverse bepalingen’ goedgekeurd door de federale Ministerraad ter vervanging van het huidige Wetboek van Vennootschappen en de vzw-wet.

De hervorming wil het vennootschaps- en verenigingsrecht moderniseren. Het vennootschapsrecht vormde in het verleden vaak een inspiratiebron bij de lacunes in het verenigingsrecht (rechtspersoonlijkheid, beperkte aansprakelijkheid van de leden …). Het is dan ook geen verrassing dat door de vooropgestelde wetswijziging de bepalingen van het verenigingsrecht geïntegreerd zullen worden in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.
 
Het afschaffen van het verbod om economische activiteiten te voeren, zoals vastgelegd in artikel 1 van de huidige vzw-wet, vormt de belangrijkste wijziging voor verenigingen. In de praktijk worden economische activiteiten al op beperkte wijze toegelaten voor verenigingen en hanteert men het (bijzonder troebele) criterium ‘economische activiteiten van bijkomstige aard’. Dit leidt tot eindeloze discussies over de omvang van al dan niet toegelaten handelsactiviteiten. Verenigingen en stichtingen zullen in de toekomst onverkort commerciële activiteiten kunnen uitoefenen en zullen hierop winst mogen realiseren. Hierop zal wel nog steeds het verbod gelden om, onder welke vorm ook, rechtstreeks of onrechtstreeks, winst uit te keren aan hun leden of bestuurders. Niet het winstoogmerk, maar de winstuitkering wordt het nieuwe (en enige) criterium dat verenigingen van vennootschappen onderscheidt.
 
Daarnaast werden er nog een aantal minder ingrijpende wijzigingen opgenomen in het voorontwerp:
  • De belangenconflictenregeling zoals die bestaat voor vennootschappen, zal ook van toepassing zijn op grote vzw’s.
  • Het verbod van schriftelijke besluitvorming wordt enigszins versoepeld. Zo zullen, in uitzonderlijke omstandigheden en mits uitdrukkelijke motivatie door het bestuur, de besluiten van het bestuursorgaan bij eenparig schriftelijk besluit van alle bestuurders kunnen worden genomen.
  • Bij het verloop van de algemene vergadering zullen de bestuurders en de commissaris antwoord moeten geven op de vragen die door de leden van de algemene vergadering gesteld worden en die verband houden met de agendapunten. Ze hebben daarbij het recht om in het belang van de vereniging te weigeren op vragen te antwoorden.
Zoals blijkt uit de hogervermelde voorgestelde wijzigingen, brengt de hervorming geen grote grondverschuivingen teweeg in het Belgische verenigingslandschap.
 
Het voorontwerp is – na het advies van de Raad van State – nog onderworpen aan een tweede lezing in de Ministerraad. De tekst van het voorontwerp zal dus naar alle waarschijnlijkheid nog een aantal wijzigingen ondergaan. (Bron: C. Piette in vzw Actueel van Procura)
 
Dienst Bestuur & organisatie blijft dit dossier nauwgezet opvolgen. In de loop van dit jaar worden er, in samenwerking met Procura, verschillende vormingssessies aangeboden. Meer informatie daarover volgt nog.