De nieuwste editie van de Onderwijsspiegel legt een aantal duidelijke werkpunten bloot. Katholiek Onderwijs Vlaanderen erkent de ernst van die signalen, maar wijst tegelijk op de context waarin scholen vandaag werken en op de vele inspanningen die schoolteams dagelijks leveren om kwaliteitsvol onderwijs te blijven garanderen.
“De Onderwijsspiegel is een belangrijk instrument om zicht te krijgen op de kwaliteit van ons onderwijs. Deze cijfers vragen aandacht en verdienen een zorgvuldige lezing. Ze tonen werkpunten die we onder ogen moeten zien, en vanuit een collectieve verantwoordelijkheid opnemen”, zegt Bruno Vanobbergen, directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen.
Dat een grote meerderheid van de scholen nog altijd positief of positief met werkpunten scoort, blijft volgens Vanobbergen een belangrijk deel van het verhaal. “De Onderwijsspiegel laat niet alleen zien waar scholen het moeilijk hebben, maar ook waar zij, ondanks een uitdagende context, kwaliteit blijven realiseren. Onze scholen zetten door en verdienen daarbij een duwtje in de rug.”
De inspectie wijst onder andere op terugkerende werkpunten zoals instructie, feedback, evaluatie en onderwijs op maat van de leerling. Die signalen bevestigen een realiteit die al langer voelbaar is op de klasvloer. Katholiek Onderwijs Vlaanderen is daarnaast bezorgd door de stijging van het aantal ongunstige adviezen. Meer scholen hebben het moeilijk om hun kwaliteit voldoende stevig te borgen. Dat geldt intussen niet alleen voor de meest complexe contexten, maar ook steeds meer voor het basisonderwijs. Ook op het vlak van kwaliteitszorg en onderwijskundig beleid blijven er uitdagingen, vooral in het verbinden van visie, klaspraktijk en opvolging.
“Het gaat vaak om scholen waar meerdere uitdagingen samenkomen: complexe en diverse leerlingennoden, directiewissels, lerarentekorten en druk op de dagelijkse werking. In zo’n context is het niet eenvoudig om tegelijk ook structureel aan kwaliteitsontwikkeling te werken”, zegt Vanobbergen. “Tegelijk zien we dat scholen wel degelijk stappen zetten: ze versterken hun organisatie, begeleiden startende leraren en werken samen met ouders en andere partners. De uitdaging zit vaak in de samenhang. Duurzame kwaliteitsontwikkeling vraagt dat beleid, praktijk en opvolging op elkaar afgestemd zijn.”
Naast werkpunten laat de Onderwijsspiegel ook duidelijke sterktes zien. Over de aanwending van GOK‑middelen zijn de beoordelingen in alle onderwijsniveaus vaker gunstig. Ook voor leerlingenbegeleiding overheerst een bemoedigend beeld, zeker in het buitengewoon onderwijs, waar het aandeel uitgesproken gunstige beoordelingen relatief groot is. Tegelijk blijkt vooral in het gewoon onderwijs dat scholen geregeld nog aandachtspunten meekrijgen. De basis zit vaak goed, al is er nog ruimte om verder te versterken.
“Die resultaten verdienen erkenning. Ze tonen de deskundigheid, ervaring en het engagement van teams die elke dag werken aan kansen voor elke leerling”, zegt Vanobbergen, die een duidelijke boodschap geeft aan de scholen zelf: “Neem de signalen ernstig, maar verlies ook niet uit het oog wat er al goed loopt. Jullie staan daar niet alleen in. Samen blijven we bouwen aan een onderwijs dat het verschil maakt voor elke leerling.”
Voor Katholiek Onderwijs Vlaanderen zijn de resultaten een bevestiging om de organisatie en de pedagogische begeleiding verder te versterken en te hertekenen, zoals in het nieuwe beleidsplan geïnitieerd. De netwerkorganisatie wil meer samenhang brengen tussen beleid, professionalisering en klaspraktijk, de uitvoering en effecten beter opvolgen en sterker inzetten op duurzame veranderingen die verankerd raken in het dagelijkse werk van scholen en leraren.
Die beweging is al ingezet, zegt Vanobbergen. “Onze pedagogische begeleiding evolueert daarbij van losse interventies naar meer planmatige en evidence-informed trajecten, met een sterke focus op wat werkt in de klas en een nauwe betrokkenheid van ons hele netwerk. In het basisonderwijs uit zich dat in het kennisrijk curriculum van ons nieuwe leerplan Op.Stap, met hoge verwachtingen voor elke leerling.”
Tot slot benadrukt Katholiek Onderwijs Vlaanderen dat kwaliteitsontwikkeling een gedeelde opdracht is van scholen, overheid en ondersteunende partners.
“Kwaliteit groeit niet door alleen te controleren of te sanctioneren. Ze groeit wanneer verantwoordelijkheid gepaard gaat met vertrouwen, ondersteuning en tijd. Duurzame verbetering vraagt volgehouden inspanningen, en precies daar blijven we samen met onze scholen op inzetten”, besluit Vanobbergen.