Plenaire vergadering 27-03-2019 – Meertalig onderwijs in Brussel

28 maart 2019

Zo vaak komt onderwijscommissaris Kris Van Dijck niet meer aan bod voor zijn fractie, maar nu was het nog eens aan hem voor een actuele vraag die haar oorsprong vond in een artikel in De Standaard van 26 maart. Daarin pleitten de rectoren van de Brusselse universiteiten VUB en ULB voor meertalig secundair onderwijs in Brussel. Vragensteller Van Dijck was verrast door hun voorstel want het Nederlandstalig onderwijs was volgens hem al een prototype van meertalig onderwijs, waaruit jongeren afstuderen die én Nederlandstalig, én Franstalig, én ook Engelstalig zijn. Was minister Crevits bereid om over datgene wat Vlaanderen in Brussel inzake onderwijs doet, met haar Franstalige collega het gesprek aan te gaan, zodat ook het Franstalig onderwijs daar hetzelfde zou doen?

Haar antwoord was affirmatief. Maar dat zou te simpel zijn voor het Vlaams Parlement en dus volgde nog een heel gesprek met minister, vragensteller en diverse interveniënten. De minister legde nog eens, voor wie mocht twijfelen, de huidige bevoegdheidsverdeling inzake onderwijs alsook de onderwijstaalsituatie uit en er waren geen plannen om die te wijzigen. Er waren nieuwe eindtermen en er was al CLIL-onderwijs, dat in Brussel echter nog in zijn kinderschoenen stond. Dus eigenlijk al mogelijkheden genoeg, waarbij de universitaire ondersteuning wel welkom was. Vragensteller Van Dijck beklemtoonde het vele goede dat Vlaanderen al deed. De Franse Gemeenschap moest ook maar over de brug komen.

Tegen meertalig onderwijs in Brussel zei CD&V, bij monde van Joris Poschet: ‘no pasaran’. De Open Vld-fractie van Jo De Ro was veel positiever over het VUB/ULB-voorstel en vond dat het ten minste kon worden onderzocht, bijvoorbeeld door toestemming te verlenen om een proeftuin te starten. Sp.a-parlementslid Katia Segers sloot zich daarbij aan en wilde de volgende Vlaamse regering aansporen om de ministers van het Franstalig en het Nederlandstalig onderwijs over deze specifieke problematiek in Brussel te laten overleggen. Elisabeth Meuleman was het met de twee vorige interveniënten helemaal eens.

Minister Crevits herhaalde omstandig dat ze zeker werk wilde maken van meertaligheid, maar dan wel binnen een context van een expliciet Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Vragensteller Van Dijck ten slotte herhaalde dan weer zijn oproep dat de Franstaligen dezelfde verantwoordelijkheid zouden nemen zoals de Vlamingen, voor onderwijskwaliteit en voor scholenbouw in de hoofdstad. In zijn voorafgaande tussenkomst had hij overigens ook niet toevallig een verband gelegd met het hangende Franstalige belangenconflict inzake het zgn. Inschrijvingsdecreet.

Lees de bespreking van de “Actuele vraag over meertalig onderwijs in Brussel van Kris Van Dijck” aan minister Hilde Crevits.

Reageren kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Plenaire%20vergadering%2027-03-2019%20%E2%80%93%20Meertalig%20onderwijs%20in%20Brussel) (Wilfried Van Rompaey).