Plenaire vergadering 24-10-2018 – Capaciteitsmiddelen

25 oktober 2018

We hadden nog maar net een vraag om uitleg gehad (cf. elders in de nieuwsbrief van 25 oktober 2018) in de Commissie voor Onderwijs, waarbij het ook over capaciteit én over diezelfde capaciteitsmiddelen gegaan was, of we kregen dus nu een actuele vraag over dat thema, weliswaar ook met een associatie naar een ander dossier, met name de perikelen rond een reorganisatie in het katholiek secundair onderwijs in Roeselare, waarover het vorig werkjaar ook al eens gegaan was in het Vlaams Parlement… Zoals vorige vrijdag bleek, had de Vlaamse regering inderdaad bijkomende capaciteitsmiddelen goedgekeurd, vooral voor het secundair onderwijs (ruim 150 miljoen euro in totaal). Onderwijscommissaris Jo De Ro wilde nu weten of er daarbij ook rekening gehouden was met het gegeven dat de prognosecijfers van de studiedienst van de Vlaamse regering rond bevolkingstoename doorgaans onderramingen zijn. Onderwijscommissaris Koen Daniëls vroeg of die middelen effectief zouden gaan naar die scholen die capaciteitsproblemen hebben, want hij vreesde dat die middelen (cf. 2,406 miljoen in de lijst voor Roeselare) in de Roeselaarse casus een breekijzer zouden zijn voor andere doeleinden dan capaciteitsnoden.

Minister Crevits lichtte de hele context en de beslissing van de vrijdag voordien toe, met aandacht voor het verschil tussen basis- en secundair onderwijs. Ze zei alleen rekening te kunnen houden met de officiële demografische cijfers, maar ook met de pendelbewegingen van leerlingen, met name in het secundair onderwijs, bv. tussen Brussel en de Vlaamse Rand.

Ze was zelf die ochtend in Roeselare geweest: samenwerking tussen scholen was een goede zaak, maar daarvoor waren goede informatie en een draagvlak nodig bij de betrokkenen. Samenwerking kon de betrokkenen niet door de strot geramd worden.

Voor de procedure inzake de capaciteitsmiddelen, die aan steden (niet aan scholen) toegekend waren, was het nu wachten op de door scholen (met capaciteitsnoden) ingediende projecten. Eind januari 2019 zou daarrond duidelijkheid zijn.

Er waren dan nog enkele reflecties, die we overigens in dezen ook al in het verleden konden horen, van de vijf gespreksdeelnemers: van de twee vragenstellers, van interveniënten Elke Van den Brandt en Jos De Meyer, en van de minister. De Ro vroeg of de middelen toch ook niet voor gronden gebruikt konden worden, waarvan hij gelijk ook wist dat ze in bepaalde regio’s erg schaars waren, en hoopte dat de scholen konden rekenen op de goede wil van andere Vlaamse (en federale) beleidsdomeinen zodat de middelen snel en effectief besteed konden worden.  Daniëls herhaalde een paar keer dat de middelen toch zouden toekomen op de scholen met capaciteitsproblemen. Van den Brandt loofde de goede stappen van minister Crevits, maar wilde ook een meerjarenplan ter zake en vroeg wat de minister zou doen indien er te weinig projecten ingediend zouden worden. De Meyer prees de beslissing van de Vlaamse regering, vroeg hoe de middelen snel ingezet konden worden, erkende de objectivering die de minister voor het eerst gerealiseerd had deze legislatuur, verwees naar de huursubsidies als een snel instrument, riep scholen op om iets meer voluntarisme te tonen om samen te werken en vond dat steden in dezen aangemoedigd mochten worden. Minister Crevits benadrukte dat het nu net ging om een meerjarenperspectief, waarvoor ze haar coalitiepartners dankbaar was, maar een perspectief van 5 of 10 jaar voor het secundair onderwijs was anderzijds niet mogelijk. En ze rekende vooral op een goede samenwerking tussen gemeenten en scholen en tussen scholen onderling.

Lees de bespreking van de “Actuele vraag over de capaciteitsdruk in de Brusselse Rand van Jo De Ro en over het gebruik van capaciteitsmiddelen secundair onderwijs voor scholen die effectief capaciteitstekorten hebben van Koen Daniëls” aan minister Hilde Crevits.

Reageren kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Plenaire%20vergadering%2024-10-2018%20%E2%80%93%20Capaciteitsmiddelen) (Wilfried Van Rompaey).