Plenaire vergadering 13-03-2019 – Toekomst van het M-Decreet

14 maart 2019

De brief van juf Charlot (recent in de media) was de aanleiding voor de actuele vraag van onderwijscommissaris Jo De Ro. De brief bevatte inderdaad een gedetailleerde beschrijving van haar klas. Moeilijk inderdaad en meer dan casuïstiek, aldus De Ro, en hij vroeg wat er nog gedaan kon worden, rekening houdend met al de initiatieven die al genomen waren. Inderdaad, evenmin makkelijk zoiets, gelet op de huidige fase in de legislatuur.

Weer schetste minister Crevits een ruimer beeld van de zaak (dan alleen de associatie met het M-decreet). Zelf vind ik zoiets steevast echt informatief. Voor het basisonderwijs in dezen verwees ze naar het Toekomstplan ter zake, waarover nog voor de krokusvakantie in de Onderwijscommissie duidelijk gesproken werd.

Vragensteller De Ro reageerde met vooral twee elementen: moest er eens niet gedacht worden aan het invoeren van een maximumaantal leerlingen in Vlaanderen voor leraren met nogal wat zorgbehoevende kinderen in hun klas? En: hij zag nog altijd veel efficiëntieverlies omdat de ondersteuning nog altijd netgebonden aangeboden wordt. Laten we die oude ideologische strijdbijlen toch begraven, aldus nog De Ro.

Interveniënt Elisabeth Meuleman herhaalde haar klassieke standpunt en pleitte toch vooral ook voor geleidelijkheid op de weg naar een meer inclusief onderwijs (met aandacht voor de diverse voorwaarden die daarvoor vervuld moeten worden). Ze verwees daarbij naar de piste van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, zoals die ook in ons verkiezingsmemorandum staat. Interveniënt Caroline Gennez sprak eenzelfde taal en vroeg naar een evaluatie van de ondersteuningsnetwerken. Interveniënt Koen Daniëls herhaalde zijn basisstelling (gewoon onderwijs als dat kan, maar het buitengewoon onderwijs als dat nodig is voor de leerling zelf, voor de leraar en de medeleerlingen). Ik herinner er hier graag aan dat de partij van de huidige onderwijsminister lang voordien al precies diezelfde basisstelling in het partijprogramma had staan.

Minister Crevits overliep de diverse elementen van de interveniënten en sprak heel constructieve taal, zeker ook ten aanzien van de vele leraren die het beste van zichzelf geven. Het basisonderwijs moest in dezen de meeste aandacht krijgen, maar de minister wees ook op de te verkiezen autonomie van scholen.

Vragensteller De Ro besloot met het noodzakelijke professionaliseringsaspect in dit verhaal:  dat we met z'n allen, ook de koepels, pedagogische begeleiding en de lerarenopleiding, veel te weinig zouden investeren in leraren om hen te versterken en dat tijdens de volgende legislatuur in veel meer nascholing en professionalisering voorzien zou moeten worden voor leraren.

Lees de bespreking van de “Actuele vraag over de toekomst van het M-Decreet van Jo De Ro” aan minister Hilde Crevits.

Reageren kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Plenaire%20vergadering%2013-03-2019%20%E2%80%93%20Toekomst%20van%20het%20M-Decreet) (Wilfried Van Rompaey).