Plenaire vergadering 03-04-2019 – Dalende onderwijskwaliteit

03 april 2019

Door de commotie de voorgaande dagen was het te verwachten dat dit thema ook opnieuw de revue zou passeren in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement. Naast meerdere krantenartikelen had directeur-generaal Lieven Boeve er op 1 april in Terzake al over gedebatteerd met N-VA-voorzitter Bart De Wever. Professor Jan Van Damme en zijn collega’s van de KU Leuven hadden in een recent TORB-artikel enkele bekende internationale onderwijsonderzoeken uit het verleden gecombineerd in een nieuwe studie, waaruit een dalende onderwijskwaliteit bleek in Vlaanderen. Maar om oorzaken te kennen was vervolgonderzoek nodig. De regelmatige lezer van deze parlementaire rubriek in onze nieuwsbrief zal zich herinneren dat ik zelf ook al enkele keren gevraagd heb, met name voor wiskunde (in PISA), naar oorzaken van de dalende resultaten. Op deze zelfde dag stond overigens in De Standaard een heel lezenswaardig stuk te lezen van Stijn Cools (voor abonnees), waarin o.a. professor Bieke De Fraine zich van haar meest wijze kant toonde. Ik kan iedereen al die stukken (ook de Terzake-uitzending) en nog andere aanbevelen opdat, voor wie daaraan nog zou twijfelen, zou duidelijk worden dat dit een complex verhaal is en de oplossing ervan alvast niet ligt in het ongenuanceerd op één hoopje gooien van: resultaten van specifiek onderwijsonderzoek over een situatie in het verleden, van recent genomen maatregelen (zoals taalbaden) én van zaken die nog geen realiteit zijn maar wel goedgekeurd zijn door de huidige voltallige Vlaamse regering (zoals de modernisering secundair onderwijs) om daaruit dan te concluderen dat het nu niet gaat om kritiek op minister Crevits, want ze heeft het goed gedaan, maar dat ze alleen de confrontatie met de koepels te weinig aangegaan zou zijn. Voor zulke sloganeske redeneringen kan ik alleen maar passen. Het zij zo. Maar over nu naar het parlementaire gesprek dat al bij al hoffelijk en redelijk genuanceerd verliep en zonder verrassingen, maar dat is dan weer op zijn beurt geen verrassing.

Vragensteller Koen Daniëls vroeg hoe minister Crevits ervoor ging zorgen dat genomen maatregelen ook effectief in de scholen uitgevoerd zouden worden tegen bepaalde adviezen van onderwijskoepels in. Vragensteller Elisabeth Meuleman wilde van de minister horen wat die concreet ging doen om het probleem voort te onderzoeken (bv. via een onderzoekscommissie). Vragensteller Caroline Gennez vroeg hoe de minister het basisonderwijs wilde versterken en een fundamentele hervorming van het secundair onderwijs zou realiseren. Vragensteller Jo De Ro ten slotte betrok het hervisitatierapport van de pedagogische begeleiding en vooral de Onderwijsspiegel 2019 (N.B. met de eerste doorlichtingen volgens het nieuwe referentiekader) van de Onderwijsinspectie bij het voorliggende thema om te vragen of de minister met dit alles de pedagogische begeleiding nog extra zou gaan aanmoedigen om werk te maken van de geschetste problematiek.

Minister Crevits had niet gewacht op het rapport van professor Jan Van Damme om actie te ondernemen en ze somde de bekende (geplande of nog te plannen) maatregelen op (voor secundair en voor basisonderwijs). Er was wel een specifieke bezorgdheid over handboeken die bij eindtermen zouden moeten aansluiten. Ze wees op het belang van de Onderwijsinspectie 2.0 en dat van deelname aan peilingtoetsen i.p.v. een centraal examen aan het einde van het secundair onderwijs. Op 30 april zou er een nieuw overleg zijn met de pedagogische begeleiding (recent ook al aangekondigd in de Onderwijscommissie) en zelf was ze er voorstander van om scholen bij een slechte doorlichting te verplichten een beroep te doen op de pedagogische begeleiding. Een andere mogelijke decretale aanpassing zou kunnen zijn dat het voeren van een kwaliteitsbeleid door een school een erkenningsvoorwaarde zou kunnen worden. Zo’n onderzoekscommissie zag ze ook wel zitten en ze was het eens met vragensteller Meuleman dat dit hele probleem een langdurige inzet vergde. Terecht.

Bij de replieken werden vele bekende zaken herhaald door de diverse vragenstellers. Voorzitter Peumans kreeg het ook af en toe wat op de heupen over het voorlezen van teksten aan het spreekgestoelte, maar dat terzijde. Daniëls citeerde nog uit een document over onderwijs Frans van een niet nader genoemde pedagogische begeleiding, waarbij allerlei zaken niet geoorloofd zouden zijn. Meuleman stelde niet onterecht vast dat er aan de vooravond van nieuwe verkiezingen steevast een grote consensus geëtaleerd werd tussen de partijen i.t.t. wat er nadien in het beleid slechts mogelijk wordt. Gennez verwees terug naar de besparingen deze legislatuur en wilde niet voor het eerst dat eindtermen door àlle leerlingen gehaald moesten worden. De Ro herhaalde voor dat gesprek van 30 april van de minister de discrepantie tussen een bepaald leeraanbod in scholen (vastgesteld door de inspectie) en de eindtermen/leerplannen. Interveniënt Jos De Meyer kantte zich tegen oneliners en vijandbeelden in dit debat: het basisonderwijs was prioritair en het hele verhaal was een zaak van cocreatie, van alle onderwijspartners samen dus. Ook terecht.

Lees de bespreking van de “Actuele vraag over de dalende kwaliteit van het onderwijs in Vlaanderen van Koen Daniëls, over de metastudie betreffende de dalende onderwijskwaliteit van Elisabeth Meuleman, over de dalende onderwijskwaliteit van Caroline Gennez en over de kwaliteit van het onderwijs van Jo De Ro” aan minister Hilde Crevits.

Reageren kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Plenaire%20vergadering%2003-04-2019%20%E2%80%93%20Dalende%20onderwijskwaliteit) (Wilfried Van Rompaey).