Pakketreizen

27 juni 2018

Op 1 juli 2018 treedt de nieuwe wet van 21 november 2017 betreffende verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten in werking. Die is een omzetting van een Europese Richtlijn.

De wet is van toepassing op alle organisatoren en doorverkopers van pakketreizen. In de wet staan een aantal voorwaarden over consumentenbescherming bij insolventie en de informatieverplichtingen, waaraan ze moeten voldoen. Daarnaast dragen zij de aansprakelijkheid voor de uitvoering van de reisdiensten.

Het is niet ondenkbaar dat ook schoolbesturen die meerdaagse uitstappen (langer dan 24 uur, met overnachting) organiseren, onder de wet zouden vallen. Denken we bijvoorbeeld aan bosklassen, laatstejaarsreizen, ontmoetings- en bezinningsdagen, tweedaagse cultuurreizen naar Parijs of Londen ... Schoolbesturen zouden dan verplicht zijn om een insolventieverzekering af te sluiten, en zouden specifieke administratieve verplichtingen hebben bij het afsluiten van het reiscontract met hun leerlingen.

De wet bevat wel een expliciete uitzondering: reizen die incidenteel, zonder winstoogmerk en uitsluitend aan een beperkte groep reizigers worden aangeboden, vallen niet onder het toepassingsgebied. De drie voorwaarden zijn cumulatief:

  • 'zonder winstoogmerk': de organisator werkt louter kostendekkend. Daar voorzien we normaliter geen problemen voor schoolbesturen.
  • 'beperkte groep reizigers': de reis wordt enkel aangeboden aan een welomlijnd doelpubliek (bv. leerlingen van het vijfde leerjaar basisonderwijs, leerlingen van het zesde middelbaar uit de studierichting moderne talen), zonder openstelling voor derden. Ook daar voorzien we geen problemen voor schoolbesturen.
  • 'incidenteel': er bestaat geen wettelijke definitie van 'incidenteel'. De preambule van de richtlijn stelt enkel dat het 'niet meer dan enkele keren per jaar' mag voorkomen. Er is echter geen aanwijzing op welk niveau die 'enkele keren per jaar' moeten worden beoordeeld: op het niveau van het schoolbestuur, school, richting, klas …? Ook de guidelines van de FOD Economie geven geen uitsluitsel. De voorbeelden die in de guidelines worden opgesomd, zijn soms tegenstrijdig en bijgevolg onduidelijk.

Katholiek Onderwijs Vlaanderen verdedigt het standpunt dat de wetgeving niet van toepassing is voor onze leden. Uit de voorgaande besprekingen die vanuit onze Dienst Bestuur & organisatie gevoerd zijn met het kabinet van minister Peeters en met de ambtenaren van de FOD Economie leiden we af dat dit ook niet de intentie geweest is van de wetgever.

Katholiek Onderwijs Vlaanderen overlegt de komende tijd met de andere onderwijskoepels en de FOD economie om meer duidelijkheid te krijgen. Van zodra we meer zicht hebben op het toepassingsgebied brengen we je daarover zeker op de hoogte.

Voor bijkomende informatie kun je terecht bij Stefanie Gryson.