Mens & samenleving, Nederlands en Plastische opvoeding: de puntjes op de i

30 augustus 2018

Begin deze week kregen het nieuwe vak Mens & samenleving en de modellessentabel voor de eerste graad A-stroom (vanaf september 2019) – en dan meer bepaald het aantal lesuren voor de vakken Nederlands en Plastische opvoeding -  bijzonder veel media-aandacht. Met dit bericht zetten we de puntjes op de i.

In de lente van dit jaar werd de inhoud van het nieuwe vak afgetoetst, besproken en goedgekeurd op de directiecommissie en de adviesraad secundair onderwijs en de raad van bestuur. Vervolgens informeerden we directies en schoolbesturen op de regionale inforondes van juni (waarover we communiceerden in de nieuwsbrief van 23 juni), en plaatsen we alle informatie op de themapagina Modernisering so.

Onze visie op vorming

Vanuit onze visie op vorming komen in het hele curriculum van elke leerling secundair onderwijs alle vormingscomponenten aan bod (onder meer sociale vorming, economische vorming, maatschappelijke en historische vorming, talige vorming en culturele vorming). Die vormingscomponenten (of delen ervan) bepalen samen de krachtlijnen van een vak waarvoor een leerplan wordt ontwikkeld. Zo vertrekken de krachtlijnen van het leerplan Nederlands vooral vanuit de vormingscomponenten talige, culturele en sociale vorming; de krachtlijnen van het leerplan Mens & samenleving vooral vanuit de vormingscomponenten sociale, maatschappelijke en economische vorming. Leerplannen zijn met andere woorden ingebed in het vormingsconcept van een katholieke dialoogschool. Ze beogen de ontplooiing van de volledige persoon, hebben betrekking op het geheel van vorming en nemen daarin ook kritisch-constructief de verwachtingen van de samenleving (onder meer de einddoelen eerste graad) op.

Nieuwe einddoelen eerste graad

De nieuwe einddoelen voor de eerste graad, waaraan de Vlaamse Regering op 13 juli een eerste principiële goedkeuring gaf, zijn ingedeeld in 16 sleutelcompetenties. Ze worden niet meer vastgehaakt aan vakken en worden gekenmerkt door geëxpliciteerde kennis bij elk te bereiken einddoel. In tegenstelling tot de huidige vakoverschrijdende eindtermen waarvoor een inspanningsverplichting geldt op het einde van de derde graad, zijn nagenoeg alle nieuwe einddoelen te bereiken op het einde van de eerste graad in de lesuren algemene vorming: 27 lesuren in het eerste leerjaar en 25 lesuren in het tweede leerjaar van de A-stroom (tegenover 24 lesuren in het huidige tweede leerjaar).

Mens & samenleving

Vanuit de eigen visie op vorming heeft Katholiek Onderwijs Vlaanderen in het vak Mens & samenleving einddoelen uit volgende sleutelcompetenties opgenomen:

  • burgerschapscompetenties met inbegrip van competenties inzake samenleven
  • competenties op het vlak van lichamelijk, geestelijk en emotioneel bewustzijn/gezondheid
  • digitale competentie en mediawijsheid
  • economische en financiële competenties
  • ontwikkeling van initiatief, ambitie, ondernemingszin en loopbaancompetenties
  • sociaal-relationele competenties

Omdat einddoelen met betrekking tot die sleutelcompetenties in meerdere vakken een plaats kunnen krijgen, is er een sterke verbinding met de leerplannen Geschiedenis (burgerschapscompetentie), Nederlands, Frans en Engels (sociaal-relationele competenties: communicatie) en Lichamelijke opvoeding (competenties op vlak van lichamelijk, geestelijk en emotioneel bewustzijn/gezondheid en sociaal-relationele competenties).

In het vak Mens & samenleving zullen we expliciet aandacht besteden aan

  • persoonsvorming in verbondenheid met anderen en inzicht in identiteit
  • als persoon aan een diverse samenleving participeren en in interactie met anderen duurzame, sociale en relationele vaardigheden ontwikkelen
  • als consument aan de samenleving participeren met aandacht voor financiële en economische geletterdheid
  • inzicht in maatschappelijke thema’s en ontwikkelingen in de samenleving vanuit sociaal-maatschappelijk en economisch perspectief

Modellessentabel eerste graad

Om alle einddoelen met inbegrip van de geëxpliciteerde kennis te kunnen bereiken, voorziet de nieuwe lessentabel voor het vak Mens & samenleving twee lesuren in het eerste leerjaar. Voor dit nieuwe vak maakten we door twee ingrepen ruimte in de lessentabel van het eerste leerjaar:

  • We verschuiven een uur Plastische opvoeding naar het tweede leerjaar (waar voortaan een extra uur algemene vorming geldt – zie hoger). Dat betekent dat in tegenstelling tot de berichtgeving in sommige media, het totaal aantal graaduren Plastische opvoeding niet wijzigt en dat voortaan Plastische opvoeding (in tegenstelling tot vandaag) in beide leerjaren van de eerste graad aan bod komt. Culturele vorming maakt voor Katholiek Onderwijs Vlaanderen immers essentieel deel uit van de algemene vorming van elke leerling.
  • We verminderen het aantal lesuren Nederlands in het eerste leerjaar met één lesuur t.o.v. de huidige lessentabel.

De lessentabel van de algemene vorming vertrekt onder meer van deze uitgangspunten:

  • Het gaat om een minimumlessentabel voor de algemene vorming. Het lessenrooster van de school zal naast de algemene vorming ook (vakken voor) het keuzegedeelte bevatten die de school vrij kan invullen, weliswaar binnen de krijtlijnen die de Vlaamse Regering heeft vastgelegd.
  • De leerplannen zijn graadleerplannen. De school kan zelf beslissen hoeveel lesuren zij besteedt aan een vak in het eerste leerjaar en in het tweede leerjaar. Verschuivingen van het aantal uren voor een vak van het eerste naar het tweede leerjaar en omgekeerd behoren dus tot de mogelijkheden.
  • Vanuit het vormingsconcept bieden we alle leerlingen alle vormingscomponenten aan. Voor de A-stroom maken we expliciet ruimte voor economische, maatschappelijke en sociale vorming in het vak Mens & samenleving. (Voor de leerlingen van de B-stroom maakt dat integraal deel uit van het vak Maatschappelijke vorming.)
  • De lessentabellen zijn richtinggevend. Vanuit visie op onderwijs, regionale inbedding en rekening houdend met de leerlingenpopulatie legt de school (schoolbestuur, schoolteam) eigen accenten; zij beslist aan welke vakken ze meer of minder lesuren wil besteden en communiceert daarover transparant met alle betrokkenen. We verwijzen in dat verband in het bijzonder naar talige vorming. Omgevingsfactoren en leerlingenpopulatie kunnen scholen ertoe doen besluiten om extra uren te besteden aan de ene of aan de andere taal: de economische realiteit, de nabijheid van de Franse grens, de Brusselse Rand, de inrichting van CLIL, de culturele achtergrond van hun leerlingen … Een school kan dus zelf beslissen om meer in te zetten op Engels, Frans of Nederlands.

Ambitieuze leerplannen

Voor de vakken in de lessentabel voorziet Katholiek Onderwijs Vlaanderen in goedgekeurde leerplannen die rekening houden met het vooropgestelde aantal lesuren en bovendien ruimte laten voor leraar/lerarenteam. In onze leerplannen nemen we het minimumniveau van de eindtermen als basis, maar voorzien we ook verdiepingsdoelen zodat we sterke leerlingen voldoende kunnen uitdagen. We gaan uit van een ambitieuze algemene vorming die recht doet aan de capaciteiten van elke leerling.

Wat met Nederlands en taal(beleid)?

Ook het nieuwe leerplan Nederlands vertrekt van een ambitieus minimum en bevat verdiepingsdoelen voor leerlingen die sterk zijn in taal. Op basis van hun regionale inbedding, leerlingenpopulatie … kunnen scholen ervoor kiezen om een of meer lesuren extra te besteden aan het vak Nederlands. Zo’n bijkomend uur is mogelijk voor wie meer tijd nodig heeft, of zich verder wil verdiepen.

Een aantal doelen zal echter niet aan één specifiek vak gekoppeld worden, maar zijn plaats vinden in een basisleerplan dat geldt voor alle vakken. Dat is met name het geval voor doelen die betrekking hebben op informatieverwerving en -verwerking. Bronnen en informatie beoordelen op betrouwbaarheid, correctheid en bruikbaarheid, informatie verwerken tot een samenhangend geheel, schooltaal en domeinspecifieke taal gebruiken … zijn van belang in elk vak van de algemene vorming. We mogen verwachten dat de leraar geschiedenis daar expliciet aandacht voor heeft, zoals we ook van de leraar Nederlands mogen verwachten dat hij aan historisch bewustzijn werkt op momenten dat het relevant is. Precies die kruis- en dwarsverbindingen over vakken heen, de transfer waartoe de leerling door het volledige lerarenteam van de eerste graad expliciet wordt gestimuleerd, zal leiden tot meer positieve effecten dan een louter vakgerichte benadering.

Taal, leren en denken zijn immers onlosmakelijk met elkaar verbonden. Taalgericht vakonderwijs zoekt naar mogelijkheden om leren en taal aandacht te geven in alle lessen. De (vak)inhoud staat voorop en daarover praten en schrijven leerlingen en leraren met elkaar in (vak)taal. Aandacht voor taal betekent dan dubbele winst. De leerling leert enerzijds beter de (vak)inhouden en anderzijds neemt de taalontwikkeling toe door een betere communicatie over en in de (vak)inhouden.

In opvolging van de resultaten van tests begrijpend lezen (cf. PIRLS) kiest Katholiek Onderwijs Vlaanderen er met andere woorden resoluut voor dat “elke leraar een taalbewuste leraar” geen holle leuze blijft. Niet het aantal lesuren dat aan Nederlands wordt besteed, is daarbij van cruciaal belang, wel hoe het vak Nederlands samen met alle andere vakken van de algemene vorming effectief inzet op het belang van taal en de informatieverwerving en -verwerking van alle leerlingen versterkt.

Meer info

Verdere info vind je op onze themapagina 'Mens en samenleving'.

In de media, onder andere:

“Aandacht voor taal is een zaak voor elk schoolvak, niet enkel voor de leraar Nederlands!”, Knack, 29 augustus 2018

“Wat hebben we aan een les Mens & maatschappij (sic)”, De Standaard, 30 augustus 2018