Memorandum – Infrastructuur/scholenbouw

04 april 2019

Tijdens ons congres van 22 januari gaven we toelichting bij de tien prioriteiten van ons memorandum voor de Vlaamse Regering 2019-2024. De komende weken berichten we in de nieuwsbrief telkens over één prioriteit. In dit bericht leggen we de focus op infrastructuur en scholenbouw.

Ondanks belangrijke initiatieven van opeenvolgende Vlaamse regeringen blijft de onderfinanciering het grootste probleem. We stellen vast dat de gesubsidieerde scholenbouwinvesteringen geen gelijke tred kunnen houden met de instroom aan nieuwe aanvragen. Om de wachttijden in te korten, vragen we om AGION te voorzien van voldoende middelen voor de subsidiëring van scholenbouwinvesteringen.

We stellen vast dat het voor sommige schoolbesturen niet langer haalbaar is om het eigen aandeel van 30 procent (basisonderwijs) of 40 procent (secundair onderwijs) te betalen.

Voorts pleit Katholiek Onderwijs Vlaanderen voor een gedegen en brede evaluatie van het gebruik van de PPS-constructie voor schoolinfrastructuur via Scholen van Morgen, waarin naast het effect op de overheidsbegroting, de kostprijs voor de overheid en de kostprijs voor de schoolbesturen, ook andere factoren, zoals gebruiksgemak, worden opgenomen.

Om die ambitie kracht bij te zetten, vragen we deze maatregelen:

  • Voorzie 80 procent subsidie voor het basisonderwijs en 70 procent voor het secundair onderwijs, de internaten, het volwassenenonderwijs, deeltijds kunstonderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.
  • Voorzie minstens 300 miljoen euro subsidie in de reguliere piste op jaarbasis om gelijke tred te houden met de jaarlijkse investeringsbehoefte voor het vrij gesubsidieerd onderwijs.
  • Verdubbel de investeringsmiddelen van het hoger onderwijs.
  • Voorzie trekkingsrechten voor grotere besturen, congregaties of groeperingen van schoolbesturen vanaf 15 000 leerlingen of 700 000 LUC (in het volwassenenonderwijs) met het oog op een optimalisatie van de besteding van de beperkte scholenbouwmiddelen.
  • Evalueer op een gedegen wijze het lopende DBFM-programma Scholen van Morgen en de nieuwe projectspecifieke DBFM alvorens desgevallend een nieuw DBFM-programma voor scholenbouw op te starten.