Commissie Onderwijs 09-03-2017 – Modernisering secundair onderwijs

15 maart 2017

Iets minder dan een uur van de vergadering ging naar dit dossier, een van de belangrijkste maar ook erg complexe dossiers van deze legislatuur. Gelijk ook drie vragenstellers uit drie verschillende fracties: twee uit de meerderheid, één uit de oppositie.
De vragenstellers van de meerderheid waren erg beknopt en hun heel beperkte aantal vragen had alleen betrekking op de planning en adviesverlening/overleg (Jos De Meyer) en op hoe de vooropgestelde aanvangsdatum van 1 september 2018 halen (Koen Daniëls). Daniëls legde ook, niet ten onrechte, lijkt mij, nogal het accent op de diverse lopende, gerichte maatregelen uit het masterplan. Het gaat inderdaad om een erg breed dossier, maar natuurlijk kan ook Daniëls niet ontkennen, zoals de minister naderhand ook zei, dat de algemene structuur van het toekomstige secundair onderwijs daarin een bijzondere blikvanger is. Voor de realisatie van de fundamentele doelen van deze hervorming is het nog maar de vraag hoe cruciaal die structuurkwestie eigenlijk wel is versus diverse andere maatregelen, maar dat terzijde…
Vragensteller Caroline Gennez was de ambassadeur van de eerdere, kritische geluiden van GO! en Katholiek Onderwijs Vlaanderen, lijstte heel wat van die kritieken op en stelde dan ook heel wat vragen.

In haar antwoord hield minister Crevits inderdaad vast aan die toch niet vanzelfsprekende begindatum van 1 september 2018. Zij wil daarvoor tijdig het regelgevende kader klaar hebben voor alle aspecten van de eerste graad én het minimale kader voor de tweede en de derde graad, namelijk de matrix met indeling in domeinen en finaliteiten in plaats van de huidige indeling in studiegebieden, verankeren in de regelgeving. Wellicht betekent haar formulering dat  nog niet alle regelgeving tot en met alle punten en komma’s tegen dan klaar moet zijn, maar gelet op de tijd die nodig is om een onderwijsdecreet te maken in Vlaanderen, zal men nu dan toch niet te lang meer mogen aarzelen om aan dat deel van het proces te beginnen. De minister vatte overigens zelf nog eens kort de gebruikelijke decretale procedure samen en daarmee is een jaar snel om.
Zij benadrukte voorts de aanzienlijke vrijheidsgraden voor de scholen in haar aanpak, wat niet te ontkennen valt, lijkt mij (dus bijvoorbeeld geen schoolmodel opleggen door de overheid), maar daarnaast sprak ze alleen over “aanvullingen op de matrix” (niet over wijzigingen aan bv. de matrix en de basisopties) n.a.v. het lopende overleg, zoals de plaats van Se-n-Se, buitengewoon onderwijs en deeltijds onderwijs. Over een ander belendend perceel, dat van de noodzakelijke nieuwe eindtermen, waar toch ook een timingprobleem zit, had ik de indruk dat de minister dat enigszins minimaliseerde: misschien terecht en dan zou dat dossier de timing van de modernisering secundair onderwijs alvast niet nog méér belasten, maar is dat wel zo? Men kan toch niet beweren dat de aanpak van de eindtermen in de besloten werkgroep ter zake van onderwijscommissarissen van meerderheid en oppositie zo vlotjes loopt.

In zijn repliek herhaalde Jos De Meyer zijn gekende accenten op overleg en vrijheid van onderwijs. Inzake nog een ander belendend perceel, dat van de bestuurlijke optimalisatie en schaalvergroting (BOS), wees hij op de vraag naar duidelijkheid die leeft bij de schoolbesturen. En voor de eindtermen hield hij al duidelijk ermee rekening dat dat dossier finaal toch op de tafel van de minister zou belanden.

Koen Daniëls lijstte een reeks elementen op: gaande van het belang van de huidige teksten over het belang van samenwerking in scholen, het bewaken van de huidige 1-page matrix, de noodzaak van een soort concordantietabel-oude-nieuwe-studierichtingen tot het parlementaire werk inzake eindtermen. Twee zaken uit zijn reeks pik er nog graag uit: (i) het belang van de vrijheid van de scholen in dezen; inderdaad, volkomen terecht, maar het valt mij nu al sinds het begin van het lopende werkjaar op dat onderwijscommissaris Daniëls pleegt voorbij te gaan aan nog een andere vrijheid in dit verband, nl. de vrijheid van vereniging voor de scholen; (ii) de stelligheid waarmee volgens hem deze hele hervorming het overigens wel terecht aangehaalde PISA-probleem aan het oplossen is, ontroerde en viel op, maar on verra

Caroline Gennez wees terecht op het verschil tussen conceptnota’s en decreten en repliceerde niet onverwacht op een aantal statements van de minister en onderwijscommissaris Daniëls. Ook deed ze zinvolle uitspraken over de eindtermen, maar de precieze betekenis van haar slotbedenking daarover was mij niet zo duidelijk: “Tot slot denken we dat er in de actualisering van de eindtermen ook een belangrijke vertaling moet zijn naar de leerplannen, die wij het best uniform gegarandeerd willen zien, over de onderwijsverstrekkers heen, met respect voor de pedagogische vrijheid die elk van hen heeft en behoudt, zoals grondwettelijk verankerd in ons land.” Uniform én met respect voor de pedagogische vrijheid?

Daarop pleitte onderwijscommissaris Jo De Ro, ter wille van de duidelijkheid, voor een overzichtstabel van aangekondigde maatregelen en hun stand van uitvoering. Onderwijscommissaris Kathleen Krekels sprak weliswaar anoniem over demarches van “de koepel”, met name inzake tso-scholen die hun doorstroomrichtingen  van die koepel zouden moeten afstaan of in de gebouwen van het aso zouden moeten laten plaatsvinden en dat arbeidsgerichte richtingen naar het bso zouden moeten. Het deed me denken aan wat diezelfde ochtend in De Standaard had gestaan in verband met het loopbaanpact, dat nog andere, grote en heikele dossier: de N-VA wist waar er voor dat loopbaanpact nog extra geld te vinden was en Koen Daniëls neemt daarvoor de koepels en ondersteunende diensten in het vizier, stond er te lezen, en hij doet dat volgens mij systematisch. Het is jammer dat die uitspraak tot nog toe, bij mijn weten althans, niet precies geëxpliciteerd werd. Ik denk dus maar even luidop: vindt de N-VA of vindt Koen Daniëls dat het onderwijsmiddenveld dan maar moet worden ontmanteld , wegens ideologisch allemaal niet meer relevant in Vlaanderen anno 2017? En moeten we dan volgens hen inzake onderwijs naar een staatspedagogie, terwijl het voor het commerciële bedrijfsleven niet liberaal genoeg kan zijn? #koepelbashing? Maar ook dat even terzijde.

Commissievoorzitter Kathleen Helsen vroeg aandacht voor het buitengewoon onderwijs, de Se-n-Se-opleidingen en de zevende jaren en wees op de verantwoordelijkheid van de onderwijscommissie inzake de eindtermen.

In de tweede ronde stelde minister Crevits haar houding over de vrijheid van de scholen nogmaals klaar en duidelijk en reageerde en passant op de koepeluitspraak van Kathleen Krekels, waarbij Jos De Meyer nadien ook nog even de puntjes op de i zette. Ze gaf ook een uitleg bij de aparte manier waarop in de matrix de aso-studierichtingen werden behandeld, wellicht niet voor alle actoren even overtuigend. Maar goed, aso-richtingen als Latijn-wiskunde zouden sowieso nooit te vatten zijn in één domein, terwijl toch niemand plannen heeft om zo’n studierichting af te schaffen, denk ik dan. Die al vermelde aanvullingen aan de matrix moesten er komen, maar het geheel moest ook eenvoudig blijven.
Volkomen terecht betrok Koen Daniëls ten slotte het oriëntatieproces vanuit het basisonderwijs bij de zaak, maar dat lijkt me veel minder een zaak van de politiek dan van de mensen op de werkvloer zelf. Overigens geen simpele taak, maar dat is niet nieuw. Wordt ongetwijfeld vervolgd, zoals ook Caroline Gennez besloot.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de verdere timing van de uitrol van de modernisering van het secundair onderwijs van Jos De Meyer, over de verdere uitrol van de verschillende maatregelen van de modernisering van het secundair onderwijs van Koen Daniëls en over de hervorming van het secundair onderwijs van Caroline Gennez” aan Minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2009-03-2017%20%E2%80%93%20Modernisering%20secundair%20onderwijs) (Wilfried Van Rompaey)