Commissie Onderwijs 28-03-2019 – Taalbaden in het lager onderwijs

01 april 2019

Taalbaden en onderwijscommissaris Koen Daniëls c.q. zijn fractie in één en dezelfde zin, het is deze legislatuur meermaals voorgekomen. Kennis van de instructietaal “Standaardnederlands” (en met name dan nog in die taalvariant, wat nog iets anders is dan huis-, tuin- en keuken-Nederlands) is inderdaad cruciaal voor studiesucces in het Vlaamse onderwijs. Vragensteller Daniëls kwam ermee terug op (lees: “verwees ermee naar” en dus niet een andere betekenis van “terugkomen op iets” als “van mening veranderen over”) de kamerbreed goedgekeurde motie in de plenaire vergadering n.a.v. het actualiteitsdebat over de onderwijsstaking van de week voordien. Hij lichtte nog eens gedetailleerd de bestaande regelgeving in dit verband toe. In een deel van de concrete vragen was een bekend refrein te horen, dat in het verdere gesprek nog opgefrist werd met een schoonfamiliemetafoor. Quid met het zgn. kleuren van uren en middelen die gegenereerd werden door leerlingenkenmerken voor bijvoorbeeld het inrichten van taalbaden in het licht van het rapport van het Rekenhof van 2015? En hoe stond minister Crevits tegenover het feit dat taalbaden Nederlands door diensten van koepels of netten werden afgeraden aan leerlingen die daar blijkbaar toch mee gebaat zouden zijn?

Ook minister Crevits ging in op de bestaande regelgeving (met in dit verband verschillende mogelijkheden voor scholen: zgn. taalbaden vormen daarvan één optie), met vooral ook een gedetailleerd accent op het huidige financieringsmechanisme (werkingsmiddelen en omkadering), dat deels gebaseerd is op leerlingenkenmerken (o.a. ook thuistaal niet-Nederlands (TNN)). Ze verwees naar het relevante element in de vermelde motie (en de implicatie ervan, als die gekleurde, extra middelen er zouden komen) en naar relevante informatie op de websites van Katholiek Onderwijs Vlaanderen en de Onderwijskoepel van Steden en Gemeenten (OVSG). Het gaat daarbij trouwens om genuanceerde ondersteunende informatie voor de scholen, lijkt mij, en niet om stringente, verplichte reglementen. Maar die kwestie was nu net het punt, -- en niet voor het eerst --, waarop vragensteller Daniëls omstandig doorging met een betoog waarin het zelfrefererende gebruik van de woorden “men” en “vindt” in die volgorde uit de websiteteksten van de vermelde schoolbesturenverenigingen een belangrijke rol speelde. Een betoog dat finaal ook leidde naar de schoonfamiliemetafoor.

Interveniënt Jo De Ro was een grote voorstander van het financieringsmechanisme zoals het bestond (N.B. het zgn. GOK-decreet van 2002, waarmee een en ander begon, kwam tot stand onder toenmalig onderwijsminister Marleen Vanderpoorten, en later werd onder onderwijsminister Frank Vandenbroucke doorgegaan op dat spoor) en sprak genuanceerd over taalbaden. Hij wilde anderzijds taalbaden dan weer wel netoverschrijdend organiseren in de toekomst en betreurde dat er momenteel weinig scholen gebruik van maakten. Zijn conclusie: “Wij gebruiken ze voor kinderen die vanuit een volledig anderstalig onderwijs op latere leeftijd instromen, zodat we hun maximale kansen kunnen bieden en we zo leerkrachten in de klas kunnen ontlasten.” leek mij erg dicht aan te leunen bij wat ook in het dossier “Taalbad” van Katholiek Onderwijs Vlaanderen te lezen is.

Interveniënt Jos De Meyer had een enigszins andere kijk dan vragensteller Daniëls op het vermeende dwingende karakter van informatie vanuit schoolbesturenverenigingen. Hij beschouwde op een fundamenteler niveau in dit debat de volgende passage uit het memorandum van de Vlaamse Onderwijsraad als een belangrijke uitnodiging voor de toekomst: “Diversiteit is in onderwijs niet langer te vatten in een doelgroepenbeleid. Daarom is er een grondig conceptueel debat nodig over de uitgangspunten, indicatoren en doelstellingen (…) van het gelijkeonderwijskansenbeleid in alle onderwijsniveaus.”

In haar repliek herhaalde de minister heel wat zaken, maar ook haar voorzichtige oordeel over wetenschappelijk onderzoek in dezen (en bij uitbreiding: inzake onderwijs tout court) leek mij alvast erg relevant. Vragensteller Daniëls besloot het gesprek met nogmaals een slag op zijn onderwijskoepelspijker.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het organiseren van taalbaden in het lager onderwijs van Koen Daniëls” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2028-03-2019%20%E2%80%93%20Taalbaden%20in%20het%20lager%20onderwijs) (Wilfried Van Rompaey).