Commissie Onderwijs 28-02-2019 – Opleiding vroedkunde

08 maart 2019

Een boeiend thema uit het paramedisch hoger onderwijs. Het ging in de Commissie voor Onderwijs al vaker over de verpleegkundeopleidingen (professionele bacheloropleiding en graduaatsopleiding), maar nu had onderwijscommissaris Koen Daniëls het over de bacheloropleiding Vroedkunde. Daar zou een analoge studieduurverlenging, zoals in de bacheloropleiding Verpleegkunde, niet aan de orde zijn, maar het takenpakket en de verantwoordelijkheden van de vroedkundigen waren in de loop der jaren toch ook aanzienlijk veranderd, zoals het uitschrijven van medicatie en de kortere kraambedperiodes die in de federale richtlijnen opgenomen waren. Vragensteller Daniëls verwees expliciet naar de VLHORA-ad-hocwerkgroep Vroedkunde en vroeg naar de resultaten van de meest recente vergadering van die groep alsook naar de beleidsplannen ter zake van de minister als alternatief voor een studieduurverlenging.

Minister Crevits rapporteerde van die meest recente vergadering (d.d. 14 november 2018) en wees op het verschil tussen de situatie van Verpleegkunde versus Vroedkunde (cf. Europese Richtlijn 2013/55 ter wijziging van de Europese Richtlijn 2005/36). Er was voor haar dan ook geen studieomvanguitbreiding nodig voor Vroedkunde, maar ze was altijd bereid tot overleg, als de hogescholen, om aan de verzuchtingen van het werkveld tegemoet te komen, initiatieven zouden willen nemen.

Vragensteller Daniëls wilde naar eigen zeggen vooral een oplossing voor de taakuitbreiding en het meer inhoudelijk stofferen van de opleidingen tot vroedkundigen. Hij herhaalde dan ook zijn laatste vraag.

Voorzitter Jan Durnez stelde dat de hogescholen geen studieduurverlenging vroegen, maar wel enige afstemming wat de stage betrof, tussen Vroedkunde en Verpleegkunde zodat gelijk ook concurrentie tussen beide vermeden zou worden.

Maar vragensteller Daniëls had toch ook weet van enige frictie tussen de hogescholen en de beroepsgroep en betreurde dat hij geen antwoord gekregen had op zijn laatste vraag. Tussen haakjes, zelf heb ik nog geleerd dat “op zijn honger blijven” een zgn. gallicisme was en dat betekende dus “geen Standaardnederlands”. Maar op grond van een woordenlijst van De Standaard, “Hoe Vlaams mag uw Nederlands zijn? --  1.000 Belgisch-Nederlandse woorden” (2015) is dat inderdaad weliswaar een zgn. Belgisch-Nederlandse uitdrukking maar nu wél standaardtaal. Taalverandering, ook “taalpolitieke” verandering, het bestaat, ja. Misschien ook nuttige “kennis” voor deze of gene (toekomstige) eindterm…

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de opleiding vroedkunde van Koen Daniëls” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2028-02-2019%20%E2%80%93%20Opleiding%20vroedkunde) (Wilfried Van Rompaey).