Commissie Onderwijs 25-10-2018 – Artsenquota

06 november 2018

Dan iets helemaal anders, wat politiek een heel stuk delicater was dan de vraag van zijn collega Kathleen Krekels over slimme technologie in onderwijs: niet politiek delicater binnen Vlaanderen, maar wel binnen België. Een vraag om uitleg met dus een duidelijk communautaire dimensie van onderwijscommissaris Koen Daniëls. Hij schetste nauwkeurig en bondig verleden en heden van het toelatingsexamen voor de artsenopleiding en van de artsenquota in de twee gemeenschappen van dit land. Daarbij stelde hij, ondanks alle goede voornemens, een anomalie vast: in tegenstelling tot Vlaanderen bleek dat er in de Franse Gemeenschap dit academiejaar dubbel zoveel studenten de artsenstudies zouden aanvatten dan dat er aan de slag konden gaan (met een RIZIV-nummer) na het afstuderen.

Minister Crevits zou haar Franstalige collega Marcourt zeker over de zaak aanspreken op 14 november a.s. en had hem ter voorbereiding al een brief gestuurd, waarin ze hem overigens de Vlaamse expertise (met het intussen gewijzigde Vlaamse toelatingsexamen) aangeboden had. Ze overliep nog eens consciëntieus de diverse elementen van de federale afspraken inzake artsenquota en de praktijk nu inzake het (nieuwe) toelatingsexamen in de Franse Gemeenschap. Zeg maar, dezelfde vaststelling die vragensteller Daniëls gedaan had. Én ze liet niet na te wijzen op de federale verantwoordelijkheid… Ze lichtte ook de verdere toekomstige ontwikkelingen voor Vlaanderen toe als gevolg van de federale afspraken over artsenquota.

Vragensteller Daniëls stelde in zijn repliek nog twee bijkomende vragen: de eerste, waarvan hij wellicht zelf al wel had kunnen vermoeden dat die gevraagde informatie over de deelnemers aan het Vlaamse toelatingsexamen niet geakteerd wordt; de tweede over de (gemengde) financiering inzake de artsen-in-opleiding. Daarop kon de minister niet antwoorden, want dat was eigenlijk stof voor een latere aparte vraag.

Interveniënt Tine Soens  betrok nog een ander aspect bij de zaak: de zgn. subquota van de vervolgopleiding, waarbij ze verwees naar een Vlor-advies, wat tot de bevoegdheid van minister Vandeurzen behoorde. Daarover was nog geen finaal besluit: de gesprekken liepen nog, aldus minister Crevits. Interveniënt Jos De Meyer herinnerde aan zijn vraag om uitleg van 11 mei 2017: hij was nu verrast door de communicatie tussen de ministers De Block en Marcourt en wees op de bevoegdheid van de eerste m.b.t. een degelijk handhavingsinstrument om er effectief voor te zorgen dat alle gemeenschappen de hun toegewezen artsenquota zouden naleven. Minister Crevits betreurde de manier waarop die handhaving nu in de praktijk zou gebeuren, met name ten koste van de studenten in kwestie.

Conclusie: minister Crevits zelf had het al gesuggereerd tijdens de bespreking en vragensteller Daniëls had het ook op zijn papier staan. Hij zou met name een initiatief nemen om tot een resolutie ter zake te komen en de subquota die Tine Soens had ingebracht, zou hij ook opvolgen.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de artsenquota van Koen Daniëls” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2025-10-2018%20%E2%80%93%20Artsenquota) (Wilfried Van Rompaey).