Commissie Onderwijs 25-06-2020 – Coronacrisis en deeltijds kunstonderwijs

30 juni 2020

Nog enkele coronagerelateerde vragen om uitleg, maar nu in verband met het deeltijds kunstonderwijs, in grote mate een zaak van het stedelijk en gemeentelijk onderwijs. Zijn koepelorganisatie (OVSG) had op 11 juni 2020 een persbericht ter zake (met vier concrete voorstellen als gevolg van de coronacrisis) gepubliceerd en de Parlementsleden hadden blijkbaar ook een brief ontvangen, met dezelfde inhoud. Ging minister Weyts positief reageren op die OVSG-vragen en had hij er al zicht op of de academies volgend schooljaar volledig zouden heropenen, zo vroeg Hannelore Goeman. Elisabeth Meuleman had gelijkaardige vragen, maar eigenlijk bedoelde ze “identiek dezelfde vragen”. Loes Vandromme zei aanvankelijk nog expliciet de vragen niet te herhalen, maar deed dat dan vervolgens toch snel op een generieke wijze.

Minister Weyts schetste de gang van zaken rond de heropening van het deeltijds kunstonderwijs, in relatie ook tot sectoren als sport en cultuur. Hij herhaalde de algemene terughoudendheid bij de GEES, wat het deeltijds kunstonderwijs betrof, net vanwege de verschillende leeftijdsgroepen die daar samenkomen. Het algemene beeld en de reacties van leerlingen en ouders was alleszins positief. Ook in het deeltijds kunstonderwijs was hard en goed gewerkt. Vervolgens ging de minister met de nodige nuance en voorzichtigheid, zowel in pedagogisch als organisatorisch-financieel opzicht, in op de OVSG-voorstellen. Algemeen leek me niet zoveel over te blijven van de OVSG-vragen, want de minister had de zaak, ook wat de heropening in september betrof, nogal onder controle.

Vragensteller Goeman kwam nog terug op de niet-beantwoorde kwestie van een mogelijke compensatie voor het inschrijvingsgeld. Vragensteller Meuleman begreep dat de minister inderdaad niet zou ingaan op de OVSG-vragen, maar verbond de zaak met de culturele sector en vroeg nog welke mogelijkheden hij dan zag tegen het dreigende jobverlies en het verlies aan talentontwikkeling. Vragensteller Vandromme beaamde dat de knoop inderdaad zat bij het leerlingenaantal op 1 februari 2021, maar vroeg de minister nog dat goed te monitoren en misschien was een specifieke campagne (zoals eerder in de vergadering voor het volwassenenonderwijs) ook hier aangewezen.

De zaken bleken nog niet voldoende gezegd te zijn… Nog twee interveniënten kwamen aan het woord. De eerste, Roosmarijn Beckers, herhaalde gewoon haast letterlijk wat al gezegd was. De tweede, Kathleen Krekels, werd door voorzitter Grosemans zelfs aangemaand tot afronden: ze wees op de slechts relatieve kost van het dko-inschrijvingsgeld en sloot zich nog snel aan bij dat al vermelde punt van de monitoring.

Minister Weyts verduidelijkte daarop, na nog een eerste ironische zinnetje…, hoe de zaak van de dko-inschrijvingsgelden precies ineenzat. Ook hij relativeerde de hoogte van dat inschrijvingsgeld, die blijkbaar in het verleden ook geen impact had op het aantal inschrijvingen. Het dko was net heel erg gegroeid. Het corona-effect op die inschrijvingen was nu nog niet gekend. Dus toch wat afwachten, aldus de minister, en gelijk had hij, leek mij.

Goeman en Meuleman waren toch niet echt gerust op dat inschrijvingsgeld. Vandromme ten slotte stelde een kamerbreed akkoord vast over het belang van het dko.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over compensaties voor het deeltijds kunstonderwijs naar aanleiding van de coronacrisis van Hannelore Goeman, over de inschrijvingen aan academies voor het schooljaar 2020-2021 van Elisabeth Meuleman en over het heropstarten van het deeltijds kunstonderwijs van Loes Vandromme” aan minister Ben Weyts.

Reageren kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2025-06-2020%20%E2%80%93%20Coronacrisis%20en%20deeltijds%20kunstonderwijs) (Wilfried Van Rompaey).