Commissie Onderwijs 24-10-2019 – Onderwijsbegroting 2020

05 november 2019

De laatste vraag om uitleg van de namiddag betrof een aantal vragen die Elisabeth Meuleman al gesteld had in de Commissie ad hoc (N.B. de overgangsfase naar de nieuwe legislatuur, weet je nog?) aan de minister-president en minister Diependaele. Toen werden de Parlementsleden inderdaad voor verdere details doorverwezen naar de vakministers, maar de vragensteller had daarmee ook kunnen wachten tot de reguliere behandeling van de begroting-2020. Het zij zo. Het ging over het milderen van het groeipad secundair onderwijs, over besparingen bij de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB’s) en pedagogische begeleidingsdiensten en over het Inschrijvingsdecreet samen met de zgn. afschaffing van het M-decreet (met de financiële implicaties). Allemaal heikele thema’s, zeer zeker.

Niet onverwacht bracht het antwoord van minister Weyts vooral herhaling en bleef ook relatief kort. Inzake de besparing bij de CLB’s ging het blijkbaar niet om de CLB’s zelf, maar alleen om de permanente ondersteuningscellen van de CLB’s. Dat was nieuw, voor mij althans. De minister zei te werken aan een visienota die tot het zgn. Begeleidingsdecreet moest leiden, dat in de plaats zou komen van het M-decreet. Op de Vlaamse regering van een dag later was dat inderdaad al te merken.

Vragensteller Meuleman zag ook wel in dat de eigenlijke antwoorden op haar ontegensprekelijk belangrijke vragen pas later zouden komen. Maar ze legde gelijk en terecht de vinger op een mogelijke zere wonde i.v.m. begonnen hervormingen die dan nadien weer teruggeschroefd zouden worden. Motiverend zou anders zijn, inderdaad. Vragensteller Meuleman toonde zich een verdediger van de CLB’s en keek uit naar het vervolg van de bespreking van de begroting en de beleidsnota van de minister. Ik ben benieuwd of de geplande timing van 8 november daarbij gehaald zal worden.

Interveniënt Steve Vandenberghe sloot zich bij vragensteller Meuleman aan, lijstte nog enkele andere problemen met de geplande besparingen op, toonde zich daarbij dan weer expliciet een verdediger van de pedagogische begeleidingsdiensten en herhaalde een al enkele keren gestelde maar in het Vlaams Parlement nog niet beantwoorde vraag over de mogelijke niet-indexering van werkingsmiddelen in onderwijs. Intussen is daarover in de media wel een en ander verschenen. Ook Vandenberghe zag in dat dit eigenlijk allemaal vragen waren die beter bij de latere behandeling van de beleidsnota en de begroting beantwoord konden worden. Interveniënt Arnout Coel ondersteunde en passant de meerderheidsattitude ten aanzien van de begroting. Interveniënt Kathleen Krekels bestreed de redenering van vragensteller Meuleman over de meerkost, als meer leerlingen opnieuw in het buitengewoon onderwijs zouden belanden, maar in haar slotzin bouwde ze toch zelf ook enige voorzichtigheid in ten aanzien van haar aanvankelijke stelligheid. Ik denk inderdaad ook dat men eerst het hele plaatje moet kennen, vooraleer men precies kan oordelen over wat precies hoeveel kost in vergelijking met een voorgaande situatie. Onderwijsspelregels en de financiering ervan zijn nu eenmaal heel complexe dingen.

Na een heel korte repliek van minister Weyts was het slotwoord van vragensteller Meuleman weer niet echt een slotwoord. Een serieuze inhoudelijke én budgettaire lap erop, was het des te meer. Wordt inderdaad ongetwijfeld vervolgd.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het deel onderwijs in de krachtlijnen van de begroting 2020 van Elisabeth Meuleman” aan minister Ben Weyts.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2024-10-2019%20%E2%80%93%20Onderwijsbegroting%202020) (Wilfried Van Rompaey).