Commissie Onderwijs 23-01-2020 – Vertrouwelijke informatie in CLB’s

29 januari 2020

Kathleen Krekels vertrok vanuit een casus in de krant Het Laatste Nieuws, waaruit alvast bleek dat men voorzichtig moet zijn met (sommige) krantenberichten: een zaak van kindermishandeling, waarbij een CLB niet adequaat opgetreden zou zijn. Het ruimere thema van de vraag om uitleg was natuurlijk wel veel interessanter en belangrijk. Het beroepsgeheim van de CLB-medewerker, dat duidelijk verschilt van bijvoorbeeld het ambtsgeheim of de discretieplicht van leraren en directeurs. Doorbreken van dat beroepsgeheim is mogelijk, wanneer het belang van de leerling in gevaar is. De beslissing daarvoor ligt bij de individuele CLB-medewerker, zo las vragensteller Krekels in het Decreet Leerlingenbegeleiding (van 14 juni 2018; art.28). Het kan aan mij liggen, maar mij lijkt die bronvermelding niet echt accuraat: dat bewuste decreet is niet van 14 juni 2018, maar van 27 april 2018 en bovendien gaat artikel 28 over iets anders. Ik heb ook de recentere gecoördineerde versie van dat decreet nagekeken, met dezelfde vaststelling. Ten slotte checkte ik het overigens opgeheven (oudere) Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, want daaruit had de vragensteller artikel 11 (juist) geciteerd, maar ook daar een artikel 28 over iets anders. Ik was dus wat in de war, maar geloof graag dat het inhoudelijke punt wel correct is. Misschien lag de oplossing wel bij de actuele vraag van Lorin Parys aan minister Wouter Beke op 15 januari 2020. Die handelde over hetzelfde. Daarin werd verwezen naar artikelen uit het Strafwetboek (458bis en 422bis). Maar wie nog meer opheldering in mijn verwarring kan brengen: heel graag op mijn onderstaande e-mailadres. Veel en oprechte dank bij voorbaat.

Had minister Weyts contact gehad met het CLB uit de casus in de krant? Wat was uit die gesprekken voortgekomen? Welk houvast hebben CLB-medewerkers wanneer zij twijfelen over de vraag of ze hun beroepsgeheim al dan niet kunnen doorbreken?

Minister Weyts lichtte de zaak gedetailleerd toe op basis van het Decreet Leerlingenbegeleiding en het Decreet Jeugdhulp. Hij verwees daarbij naar de samenwerking tussen Onderwijs en Welzijn en zijn afspraken met minister Beke inzake geweld, misbruik en kindermishandeling conform het Regeerakkoord. Tussendoor leerde ik van zijn uiteenzetting het woord ‘adiëren’. De mogelijkheden van de CLB-praktijk werden alleszins duidelijk, maar over die individuele beslissing om het beroepsgeheim te doorbreken, hoorde ik eerlijk gezegd niets.

Vragensteller Krekels was toch tevreden over het antwoord en sprak vooral positief over het CLB in kwestie, dat ten onrechte communicatief in “een schietkraam” (woordkeuze van minister Weyts) terechtgekomen was met het bovenvermelde krantenbericht. Interveniënt Loes Vandromme begreep de voorzichtigheid met krantenartikelen ook zeer goed en prees nogmaals het werk van CLB-medewerkers.

Minister Weyts was finaal toch ongerust over de hele communicatie in de bedoelde casus en vond dat er betere afspraken moesten worden gemaakt, ook met justitie. Vragensteller Krekels beaamde dat.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de behandeling van vertrouwelijke informatie door medewerkers van de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB's) van Kathleen Krekels” aan minister Ben Weyts.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2023-01-2020%20%E2%80%93%20Vertrouwelijke%20informatie%20in%20CLB%E2%80%99s) (Wilfried Van Rompaey).