Commissie Onderwijs 17-01-2019 – Vergoeding contractstage bacheloropleiding Verpleegkunde

23 januari 2019

Hier ook terechte opvolgingsvragen over een verpleegkundethema, dat stilaan dringend begint te worden. Na de vraag om uitleg van Ingeborg De Meulemeester op 8 november 2018 gingen nu Jos De Meyer en Tine Soens daarop door. De eerste wat specifieker op de kwestie van de vergoeding, de tweede ook ruimer over de representativiteit van de studenteninspraak, over de eventuele evolutie in de studentenaantallen (als gevolg van het extra studiejaar) en het meer algemene probleem van voldoende instroom in de verpleegkundeberoepen. De onlinepetitie, waarvan sprake, was ook al bij de eerdere vraag om uitleg aan bod gekomen.

In de loop van het gesprek had ik bij het gebruik van de term vergoeding wel een What’s in a name?-gevoel: men had beter accuraat gesproken van een vergoeding (en of dat dan een vergoeding voor de contractstage zou zijn of een vergoeding voor gemaakte onkosten tijdens die contractstage (per bewezen item of forfaitair) maakt dan eigenlijk weinig tot geen verschil) versus een loon (waarbij net het studentenstatuut verlaten zou worden, maar dat wilde wellicht niemand, ook niet de petitie-initiatiefnemers, lijkt mij).

Vragensteller De Meyer had uit de voorgeschiedenis inderdaad geconcludeerd dat de meeste betrokkenen geen voorstander van een loon waren, maar dat de extra financiële middelen prioritair moesten gaan naar de financiering van de onkosten die de stages met zich meebrachten en naar de financiering van de begeleiding en mentorenopleiding. Wat had de taskforce ter zake beslist en quid met die onlinepetitie, waar blijkbaar nogal wat ondertekenaars achter stonden?

Vragensteller Soens had dezelfde vragen, maar ging, zoals al vermeld, nog een stuk verder. Wat ze overigens citeerde uit een brochure van de Gentse Arteveldehogeschool liet volgens mij net géén onduidelijkheid bestaan over de juiste aard van de bedoelde, weliswaar toekomstige “vergoeding” conform ook het standpunt van Zorgambassadeur Lon Holtzer.

Minister Crevits schetste de hele (voor)geschiedenis, met name ook hoe de participatie van het werkveld én van de studenten vorm gekregen had (cf. de zgn. white paper). Ze ging ook in op de federale kant van de zaak met een verschillende aanpak in Vlaanderen t.o.v. de twee andere gemeenschappen, wat voor een probleem zorgde inzake de financiering van de Vlaamse contractstage. Voor dat laatste waren er trouwens middelen in de begroting opgenomen. Prioritair voor de financiering van de begeleiding en van de mentoropleiding. Daar leek dan weer de vergoeding (via welke vorm dan ook, cf. supra) voor de studenten twijfelachtig, wat de minister ook nadien bevestigde toen ze over de onlinepetitie sprak. Inderdaad nogal vreemd, temeer omdat ze zelf melding maakte van het eenparige standpunt van de VLHORA (geen loon, wel een onkostenvergoeding!), maar toen gebruikte ze de veel accuratere term van verloning (cf. supra).

Recent werd een specifiek adviescomité opgericht (voor overleg tussen studenten, onderwijs, werkveld en beroepsorganisaties), om algemeen de bacheloropleiding in de Verpleegkunde goed te organiseren en in het bijzonder de modaliteiten rond de stage in het vierde jaar uit te werken. De voorzitter is een algemeen directeur van een hogeschool. De Vlaamse Zorgambassadeur heeft de functie van secretaris. Dat werk was nog bezig.

Ten slotte ging minister Crevits in op de wat wisselende studentenaantallen en gaf mee dat de zijinstroom afnam: hoewel er flexibele mogelijkheden bestaan, is voor wie nog voltijds werkt een combinatie met een verpleegkundestage echt niet evident.

Vragensteller De Meyer vatte het verhaal van de minister netjes samen, maar vragensteller Soens zag toch problemen met de representativiteit van de studentenparticipatie tot nog toe en stelde voor om VVS uit te nodigen in de Commissie (N.B. de minister zei zelf in overleg te gaan met VVS). Terecht sprak Soens over de urgentie in dit dossier. Interveniënt Ingeborg De Meulemeester bevestigde die urgentie, maar deed gelijk toch ook haar duit in het zakje van de terminologische onduidelijkheid: behoud van het studentenstatuut is net ook wat de hogescholen willen en dat staat dus geenszins haaks op hun “belofte” van een (onkosten)vergoeding…maar de kwestie zal vooral zijn wie die onkostenvergoeding zal mogen/moeten betalen, denk ik… Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het vergoeden van studenten uit het vierde jaar van de bacheloropleiding Verpleegkunde van Jos De Meyer en over contractstages in de bachelor Verpleegkunde van Tine Soens” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2017-01-2019%20%E2%80%93%20Vergoeding%20contractstage%20bacheloropleiding%20Verpleegkunde) (Wilfried Van Rompaey).