Commissie Onderwijs 09-01-2020 – Toename van leerlingen met zorgvraag

14 januari 2020

Hannelore Goeman schetste accuraat en samengebald het recentste stukje van de geschiedenis van zorgondersteuning voor bepaalde leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon onderwijs, in afwachting van het nieuwe zgn. Begeleidingsdecreet, waarover in de eerste fase van de nieuwe legislatuur al heel wat pennen in beweging kwamen. Blijkbaar is dat aantal zorgleerlingen recent erg gestegen, maar zijn de financiële middelen daarvoor slechts beperkt gevolgd. Hoe zat dat precies en wat ging minister Weyts daaraan doen? Kathleen Krekels voegde nog enkele relevante elementen van de bovenvermelde geschiedenis en regelgeving toe, maar had, niet onverwacht, eigenlijk dezelfde vragen als Goeman. Idem dito voor de derde vragensteller in de rij, Roosmarijn Beckers.

Minister Weyts lichtte heel transparant toe welke wijzigingen in de regelgeving ter zake de vastgestelde stijging veroorzaakt hadden: meer leerlingen in het gewoon onderwijs dan in de oudere regeling kwamen in aanmerking voor ondersteuning en zulks voor een langere periode. Hij ging werken aan de voorbereiding van dat nieuwe Begeleidingsdecreet, waarin de knelpunten van het huidige systeem, dat voorlopig overeind zou blijven, aangepakt zouden worden, met name ook via netoverschrijdende samenwerking. Tot slot wees hij op de substantiële toename van de budgettaire middelen in kwestie de voorbije jaren.

Vragensteller Goeman was in zekere zin positief over het antwoord van de minister, maar dat deed niets af aan de nood aan extra financiële ondersteuning. Dat zou zij deze legislatuur goed blijven opvolgen. Vragensteller Krekels benadrukte niet die extra middelen, wél hoe de middelen ingezet zouden worden. Ze ging ook in op het punt van fase 0 in het zorgcontinuüm, de zgn. basiszorg, waaraan ook de minister aandacht besteed had, terecht overigens. Krekels legde daarbij, ook terecht, een verband met het thema van het “gemeenschappelijk curriculum versus een individueel aangepast curriculum (IAC)”. Mij leek ze op een gepaste manier vooruit te kijken naar dat nieuwe Begeleidingsdecreet met enkele juiste evenwichten, maar ze erkende gelijk de grote moeilijkheidsgraad van die oefening. Inderdaad, en zoals ik al eerder dit werkjaar hier schreef, het is dan nog maar de vraag, gelet op al die heikele punten, hoe ànders het Begeleidingsdecreet gaat kunnen zijn, want de problemen zijn dezelfde en niet gering. In het Memorandum voor de Vlaamse regering 2019-2024 van Katholiek Onderwijs Vlaanderen stond onder andere: “Een eerste stap is het dichter bij elkaar brengen van gewoon en buitengewoon onderwijs in één onderwijscontinuüm. Aan de overheid vragen we te respecteren dat een zorg- en kansenbeleid tot de kern van ons pedagogisch project behoort.” Er werden ook diverse concrete bijkomende maatregelen voorgesteld. Hopelijk kunnen ook die in dezen inspiratie bieden.

Vragensteller Beckers vroeg naar de algemene richting van het Begeleidingsdecreet en wilde weten of er extra middelen zouden komen.

Ging de minister in dat Begeleidingsdecreet de eerder gemaakte keuzes terugschroeven, vroeg interveniënt Stijn Bex. Interveniënt Loes Vandromme vond dat de diagnostiek een belangrijke plaats in het Begeleidingsdecreet zou moeten krijgen en deelde het pleidooi van vragensteller Krekels i.v.m. een adequate basiszorg. Dat laatste specifieerde ze aan de hand van de kwantitatieve redenering die de basis gevormd had voor het zorgcontinuüm en M-decreet en die redenering wilde ze behouden (cf. RTI-model, “Response to Instruction”, zoals ook opgenomen in het Regeerakkoord).

Al die vragen kwamen eigenlijk nog te vroeg, oordeelde minister Weyts vervolgens en ik kon hem geen ongelijk geven. Hij wilde nu eerst het bestaande ondersteuningsmodel evalueren.

Ten slotte gaf vragensteller Krekels nog een korte toelichting bij dat RTI-model en verbreedde vragensteller Beckers het thema ineens tot de, naar eigen zeggen, grote noodsituatie waarin ons onderwijs zou verkeren.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de spectaculaire toename van kinderen met een zorgvraag van Hannelore Goeman, over het stijgende aantal leerlingen dat zorg krijgt uit het ondersteuningsmodel van Kathleen Krekels en over de toename van het aantal kinderen in het onderwijs met recht op extra zorg van Roosmarijn Beckers” aan minister Ben Weyts.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2009-01-2020%20%E2%80%93%20Toename%20van%20leerlingen%20met%20zorgvraag) (Wilfried Van Rompaey).