Commissie Onderwijs 06-12-2018 – Handboeken islamitische godsdienst

12 december 2018

Deze vraag om uitleg van Nadia Sminate was eerder al twee keer uitgesteld. Derde keer, goede keer dus, hoewel haar eigen frustratie in dezen én het consequente, fundamentele standpunt ter zake van minister Crevits dezelfde bleven als bij de talrijke vorige keren waarop dit thema of een variatie erop aan bod gekomen waren. Bij een vlugge controle telde ik vijf zulke vorige gelegenheden zonder dan nog rekening te houden met enkele ingediende maar nadien teruggetrokken vragen. Bovendien was daar nu weer 25 minuten bespreking voor nodig, maar dat terzijde. Het thema is natuurlijk best wel interessant én belangrijk, maar het toonde weer een fundamenteel verschil in zienswijze, wat betreft de bevoegdheidsverdeling bij levensbeschouwelijke vakken, incl. het lesmateriaal daarvan, in het Vlaamse onderwijs.

Vragensteller Sminate had enkele handboeken islamitische godsdienst bestudeerd, die door de inspecteurs-adviseurs ervan sterk aangeraden werden. Ze stelde daarbij een redelijk zwart-witverhaal vast: positieve zaken kregen een foto van een meisje met een hoofddoek, negatieve zaken een foto van witte meisjes met westerse kleding. Een hele reeks vragen volgde: wat dacht de minister van dat alles, hoe zat het met de controle op zulke handboeken en plande de minister nog maatregelen in dezen, met name ook ten aanzien van de handboekenuitgevers? Een pittig detail was nog de vaststelling dat een medeauteur van de handboeken nu tot de inspectie islamitische godsdienst behoorde.

Aanvankelijk trok minister Crevits het thema wat verder open naar een algemenere kwestie van stereotypen in handboeken, maar snel kwam ze toch op een aantal bekende basisbeginselen van het Vlaamse onderwijs.

En dus volgde toen weer het verhaal van eindtermen enerzijds en pedagogische methodes anderzijds met de bevoegdheden ter zake van het Vlaams Parlement resp. de schoolteams en leraren. En van de controle daarbij op leerplannen door de Onderwijsinspectie en het systeem van doorlichtingen. Van de rol van de directeur en van de garanties door de onderwijsdecreetgeving (nwvr: men denke daarbij aan artikel 62, 11° van het Decreet basisonderwijs (erkenningsvoorwaarden van een school):  “in het geheel van haar werking de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder eerbiedigt” en aan artikel 15, 11° van de Codex secundair onderwijs (financierings- en subsidiëringsvoorwaarden): “als school in het geheel van haar werking de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen op het gebied van de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder eerbiedigen”). Tot zover voor de niet-levensbeschouwelijke vakken.

Voor de levensbeschouwelijke vakken herhaalde de minister dat niet het Vlaams Parlement maar de zgn. erkende instanties van de levensbeschouwingen zelf bevoegd waren. Maar ook daar speelt toch de garantie van de decreetgeving: de doelen in die vakken mogen evenmin in strijd zijn met de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen, de rechten van het kind en de eindtermen van andere vakken. En ook hier verwees de minister opnieuw naar de spelregels inzake leerplannen en de bevoegdheid ter zake van een korps van inspecteurs-adviseurs levensbeschouwelijke vakken, dus niet die van de Onderwijsinspectie. Maar ook weer de decretale rol van de directeur.

De minister wees nog op het feit dat de handboeken in kwestie weliswaar meegeschreven waren door een dame die nu inspecteur-adviseur was, maar dat niet was in de periode van haar auteurschap. Ten slotte verwees de minister naar een lopende bevraging van leraren over leerplannen, wat mogelijk, indien nodig, toch een update van handboeken zou kunnen meebrengen. Voor de levensbeschouwelijke vakken toonde de minister begrip voor de vraag van vragensteller Sminate, weliswaar binnen haar eigen bevoegdheden, en zou ze blijven proberen een impact te hebben door te blijven praten met de Moslimexecutieve en leraren.

Zoals hierboven al aangekondigd, uitte vragensteller Sminate haar blijvende frustratie (lees: wellicht zou zij de bestaande bevoegdheidsverdeling net anders willen zien met een grotere rol voor de overheid). Interveniënt Jo De Ro zag een rol voor ouders en leerlingen, maar die zouden dan door de overheid beter geïnformeerd moeten worden zodat die bij problemen hun klachten zouden kunnen ventileren. Als zoon van een inspecteur-adviseur levensbeschouwelijke vakken kende hij het vermelde probleem van de handboekenauteur die later inspecteur-adviseur werd. Daarvoor moest een oplossing komen, eventueel via de Onderwijsinspectie. Ten slotte vulde De Ro nog aan dat hij ook weet had van dit soort problemen in teksten en lesmateriaal van de (nwvr: met bepaald lidwoord) andere monotheïstische godsdiensten, gelet op de zopas goedgekeurde eindtermen van de eerste graad secundair onderwijs.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de inhoud van de gebruikte handboeken islamitische godsdienst van Nadia Sminate” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2006-12-2018%20%E2%80%93%20Handboeken%20islamitische%20godsdienst) (Wilfried Van Rompaey).