Commissie Onderwijs 03-05-2018 – Hervorming van het academiejaar

09 mei 2018

Onderwijscommissaris Tine Soens kwam in principe op een goed moment met deze opvolgingsvraag, ware het niet dat een geplande vergadering met de VLUHR op 21 maart 2018 geannuleerd was en uitgesteld tot 9 mei 2018. Dus haar vraag kwam alsnog te vroeg. Het ging over de plannen van de KU Leuven en UGent om de kalender van het academiejaar te wijzigen, waarover wat ongerustheid en problemen bestonden volgens de vragensteller.

“Minister, kunt u een stand van zaken geven over de kwestie? Hoe verloopt de discussie op dit moment onder de instellingen? Welke aspecten van de hervorming worden op Vlaams niveau overlegd? Welke volgende stappen zal men ondernemen? Bracht u intussen de onderlinge verschillen tussen de instellingen in kaart? Welk verder gevolg zult u daaraan geven? Vandaag is er weinig onderzoek naar de doeltreffendheid van de nieuwe indeling van het academiejaar. Zal men onderzoeken wat de meerwaarde is van zo’n hervorming?”

Minister Crevits kon dus weinig anders dan herhalen wat ze al in de commissievergadering van 1 maart 2018 benadrukt had (vooral ook de betrokkenheid van de studenten). Het noodzakelijke overlegproces moest nu zijn gang gaan.

Interveniënt Paul Cordy voegde nog toe dat de focus moest liggen op de pedagogische meerwaarde. Andere argumenten waren secundair. De minister beaamde dat, maar maakte zich wel wat zorgen over de formele studentenparticipatie. Daarop besloot vragensteller Soens het gesprek met de stelling dat daartoe alle informatie effectief naar de studenten en naar het personeel moest doorstromen. Terecht.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de hervorming van het academiejaar van Tine Soens” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2003-05-2018%20%E2%80%93%20Hervorming%20van%20het%20academiejaar) (Wilfried Van Rompaey).