Aangifte patrimoniumtaks

14 maart 2018

Schoolbesturen met een onderworpen vermogen groter dan 25 000 euro moeten een aangifte patrimoniumtaks indienen tegen 31 maart. Tegen diezelfde datum moet de taks ook betaald worden. Heb je geen uitnodiging gekregen van het lokaal Registratiekantoor? Dan moet je zelf initiatief nemen om de aangifte in te dienen en de betaling uit te voeren.

De patrimoniumtaks wordt ook wel 'de jaarlijkse taks op de vzw’s' of 'de taks tot vergoeding van de successierechten' genoemd. Aangifteformulieren zijn te verkrijgen bij het lokale registratiekantoor.

Hoe bepaal je het aan te geven vermogen?

Om het aan te geven vermogen te bepalen voor de aangifte die je tegen 31 maart 2018 moet doen, vertrek je het best van het actief van de (voorlopige) balans per 31 december van 2017.

De onroerende goederen die bestemd zijn voor onderwijs, mag je weglaten: die zijn vrijgesteld van de patrimoniumtaks. Dat geldt ook voor de erfpachten en opstalrechten die betrekking hebben op onroerende goederen bestemd voor onderwijs.

Andere onroerende goederen moeten wel worden aangegeven. Indien er voor die andere onroerende goederen hypothecaire kredieten zijn afgesloten, dan mag het nog niet afgeloste bedrag op die kredieten in mindering worden gebracht van de waarde van de onroerende goederen indien de hypotheek minstens 50 procent van de hoofdsom van de lening waarborgt.

Ook liquide middelen en korte termijnbeleggingen (zoals bedragen op spaarrekeningen en/of termijnrekeningen met een looptijd van 3 maanden of minder) die je nodig hebt voor de betaling van de werkingskosten mag je weglaten: ook die zijn vrijgesteld van de patrimoniumtaks.

De overblijvende activa moeten worden aangegeven. Het aan te geven bedrag is echter niet de netto boekwaarde, maar de verkoopwaarde. De verkoopwaarde is de verkoopprijs die je verwacht te ontvangen indien je de goederen (tweedehands) zou verkopen. De netto boekwaarde is de waarde van de goederen zoals vermeld in de balans: aanschaffingswaarde inclusief kosten min gerealiseerde afschrijvingen. Voor beleggingen zullen de netto boekwaarde en de verkoopwaarde aan elkaar gelijk zijn. Het is echter mogelijk dat de verkoopwaarde voor andere balansposten (bijvoorbeeld meubilair, machines en installaties) verschilt van de netto boekwaarde. De verkoopwaarde van die bezittingen zal in die gevallen meestal kleiner zijn dan de netto boekwaarde.

Er kunnen geen kosten in rekening worden gebracht.

Tarief van de patrimoniumtaks

Het tarief van de patrimoniumtaks bedraagt 0,17 procent op het aangegeven vermogen. Bij laattijdige aangifte of wanneer een te lage waarde wordt aangegeven, kunnen een boete en nalatigheidsintresten worden aangerekend. Het registratiekantoor kan daarbij tot 10 jaar teruggaan in de tijd.

Jouw lokaal registratiekantoor?

Je vindt het adres van je lokaal registratiekantoor via een zoekrobot van de FOD Financiën. Om het adres op te zoeken, kies je in het vak naast de term 'Bevoegdheid' voor de optie: Invorderen voor de taks tot vergoeding van de successierechten (aangiften vzw’s). Dat is de voorlaatste keuzemogelijkheid. Vervolgens vul je in het vak naast de term 'Gemeente' de postcode of de naam of een gedeelte van de naam van de gemeente van de maatschappelijke zetel van de vzw in en druk je op enter. Voor sommige gemeenten moet daarna nog de straatnaam van de maatschappelijke zetel worden ingegeven (vervolgens druk je opnieuw op enter).

Voorwaarden om de drie jaar

Wanneer het aan te geven vermogen van een schoolbestuur niet hoger is dan 294 117,65 euro dan mag in één keer een aangifte worden gedaan voor 3 jaar. De patrimoniumtaks is dan kleiner of gelijk aan 500 euro per jaar. Opgepast: de bedragen zijn verhoogd: vorig jaar ging het nog om 125 euro patrimoniumtaks per jaar. Wie van die mogelijkheid gebruik wenst te maken, moet daarvoor een formulier afhalen bij het lokaal Registratiekantoor. Bovendien moet je het lokaal Registratiekantoor ook inlichten indien het aan te geven vermogen in de loop van die drie jaar zou toenemen waardoor de patrimoniumtaks zou oplopen tot 525 euro of meer.

Meer informatie vind je op de website van de FOD Financiën.