150 miljoen euro voor extra capaciteit

25 oktober 2018

Op 19 oktober 2018 besliste de Vlaamse Regering uiteindelijk over de verdeling van de capaciteitsmiddelen voor de volgende drie jaar.

De demografische evoluties in Vlaanderen en Brussel hebben sinds 2010 geleid tot een nood om te investeren in bijkomende plaatsen voor kleuter- en lager onderwijs. Het ligt in de lijn van de verwachting dat die leerlingen het lager onderwijs ontgroeien en zich aanbieden in het secundair onderwijs. Dat punt hebben we nu bereikt.

Met de ervaring met de capaciteitsproblematiek in het basisonderwijs sinds 2010 in het achterhoofd, bereiden we al enige tijd de ondersteuning voor van onze leden in die capaciteitsproblematiek secundair onderwijs, in overleg met het kabinet van minister Crevits en met de betrokken administraties en de andere onderwijsverstrekkers.

Wat moet je weten? 

In haar persbericht van 19 oktober 2018 inclusief de bijlage gaat minister Crevits in op de beslissing van de Vlaamse Regering van diezelfde voormiddag over de verdeling van de beschikbare capaciteitsmiddelen voor de volgende drie jaar.

De bepaling van de dringendste capaciteitsbehoefte gebeurde op basis van een objectief mechanisme. Dat mechanisme hield rekening met de verwachte evolutie aan vraagzijde (demografische evoluties, leerachterstand en instroom en uitstroom van leerlingen van en naar de periferie) en met de resultaten van de bevraging van de aanbodzijde die in het voorjaar 2018 liep. Die capaciteitsmonitor is ondertussen ook in alle transparantie vrijgegeven.

Op 19 oktober 2018 besliste de Vlaamse Regering op basis van de informatie uit die capaciteitsmonitor om de beschikbare middelen (nagenoeg 150 miljoen euro) voor de volgende drie jaar te verdelen over 27 steden en gemeenten in Vlaanderen en een belangrijk deel ook toe te wijzen aan capaciteitsinvesteringen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De focus ligt heel duidelijk op het secundair onderwijs. Uit haar beslissing kunnen we ook afleiden welke beperkte bedragen de volgende drie jaar in Gent, Brussel, Antwerpen en Dilbeek nog mogen besteed worden aan het basisonderwijs. Katholiek Onderwijs Vlaanderen heeft er altijd op aangedrongen om voor wat het basisonderwijs betreft, voorrang te geven aan verhogingen van aanvragen die eerder al als capaciteitsprojecten werden goedgekeurd maar die in de verdere uitwerking van hun project geblokkeerd raakten omdat tegenover een stijging van de bouwkost geen extra subsidie kon geplaatst worden. Voor de enkele steden die geld voor basisonderwijs toebedeeld krijgen, kunnen we streven naar die oplossing. Elders bestaat die mogelijkheid niet. Die vaststelling sterkt ons ook in de overtuiging dat we projecten met een realistische raming moeten indienen. Net in die stedelijke centra waar extra capaciteit het meest nodig is, bouwen we duurder dan elders. 

De Vlaamse Regering speelt de bal nu door naar lokale taskforces die per gemeente moeten opgestart worden als ze daar nog niet actief zijn. Dat is een taak van de gemeentelijke overheid. In die lokale taskforces ontmoeten de onderwijsverstrekkers, de betrokken administraties en de netwerkorganisaties elkaar om samen te zoeken naar oplossingen.

Over het juiste afsprakenkader werd nog geen definitieve beslissing genomen. Die verwachten we wel eerstdaags. Een aantal steden en gemeenten die ervaring hadden met capaciteit basisonderwijs hebben niet gewacht op dat stabiel afsprakenkader en zijn al aardig opgeschoten. Voor andere besturen is dit een eerste confrontatie met een nieuw fenomeen.

De timing is ook deze keer krap. Tegen 15 januari 2019 moeten de projecten ingediend zijn. Die projecten moeten niet uitvoeringsklaar zijn, maar ze moeten wel ver genoeg gevorderd zijn om op basis van een concreet bouwprogramma met een belofte van extra capaciteit ook een voldoende correcte raming op te stellen. Dit is een gesloten portefeuille. Verhogingen na aanbesteding of afrekening zoals we dit kennen in een continu regulier subsidieverhaal via AGION, zijn voor deze projecten niet voorzien.

Na het allerheiligenverlof voorziet het departement Onderwijs een overleg met vertegenwoordigers van de betrokken gemeenten om het programma, het afsprakenkader en de timing toe te lichten en de regierol van de gemeente te duiden. De ervaring leert dat het voor een stad niet altijd eenvoudig is om die regierol op te nemen als dezelfde stedelijke overheid ook onderwijsaanbieder is. Dat is voor ons een bijzonder aandachtspunt.

Wij houden ons alvast klaar om jullie te helpen. In overleg met de regionale ankerfiguren voor de bestuurlijke werking plannen we, waar dit nog niet gebeurde, een overleg met de besturen in de betrokken gemeenten en steden om samen afspraken te maken. Waar verschillende besturen aanwezig zijn, worden de plannen best op tafel gelegd en op elkaar afgestemd om met één gedragen pakket naar de lokale taskforce te trekken. Binnen de beperkingen van onze agenda’s en mankracht trachten we ook op de vergadering van de taskforces aanwezig te zijn, om er veel uit te leren en om te ondersteunen waar en indien nodig.

De collega’s van het team infrastructuur van onze Dienst Bestuur & organisatie hebben ervaring met capaciteitsdossiers. Ze draaien in die omgeving al mee sinds 2010. Aarzel ook niet om hun hulp in te roepen om snelheid te maken en te houden.

Op Vlaams niveau ijveren we ervoor om het afsprakenkader zo snel mogelijk scherp te stellen en volgen we de toepassing ervan op.

Waar de middelen in de capaciteitspot ontoereikend zouden zijn of waar behoefte is aan extra capaciteit in gemeenten die niet uit de beschikbare 150 miljoen euro kunnen putten, wijzen we graag op de derde huursubsidieoproep die eerstdaags voor iets meer dan 4 miljoen euro wordt opgestart. Dat werd op 24 oktober 2018 beslist op de raad van bestuur van AGION onder voorbehoud van goedkeuring van de Vlaamse begroting voor 2019. Ook voor die huursubsidieoproep worden projecten bij AGION ingewacht voor 15 januari 2019.

Er is werk aan de winkel.