Het Lerarendecreet (15 december 2006)

Voluit heet het Lerarendecreet het "Decreet betreffende de lerarenopleidingen in Vlaanderen".

Het werd op 6 december 2006 aangenomen in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement en werd op 15 december 2006 bekrachtigd door de Vlaamse regering. Het trad grotendeels in werking bij het begin van het academiejaar 2007/2008. Uiterlijk vóór december 2012 moest de Vlaamse regering een evaluatieverslag over dit Decreet voorleggen aan het Vlaams Parlement.

Met het Lerarendecreet had de decreetgever een dubbele bedoeling: een structuurhervorming van de opleiding en een kwalitatieve verbetering ervan. Het bepaalt dat de lerarenopleiding door 3 verschillende instellingen aangeboden kan worden waarbij maximale gelijkvormigheid het streefdoel is: centra voor volwassenenonderwijs (CVO’s), universiteiten en hogescholen. De 3instellingen leveren het diploma van leraar af.

De aspirant-leraar kan in twee soorten trajecten tot leraar opgeleid worden: de geïntegreerde lerarenopleiding en de specifieke lerarenopleiding. Bij de geïntegreerde lerarenopleiding (kleuter, lager, en secundair) worden gedurende de hele opleiding vakinhoudelijke en pedagogisch-didactische onderdelen geïntegreerd. Het is een volwaardige professionele bacheloropleiding (180 studiepunten) die enkel door hogescholen aangeboden kan worden. Voor de bacheloropleiding secundair onderwijs heeft de student de keuze uit twee vakken wat een diepgaande kennis van het vak mogelijk moet maken, en in het curriculum ruimte voor kwalitatieve upgrading moet creëren.

Met de specifieke lerarenopleiding wilde de decreetgever de zijinstroom in het lerarenberoep verbeteren en vergroten, en meer competenties uit de samenleving het onderwijs binnenbrengen. Dit soort opleiding telt 60 studiepunten (1 studiejaar) en kan door de 3 vernoemde instellingen aangeboden worden. De hogescholen kunnen ze enkel organiseren voor hun eigen afgestudeerden (professionele bachelors en masters).

Beide opleidingstrajecten hebben een ruim praktijkgedeelte. Met die maatregel heeft de decreetgever willen voorkomen dat de praktijkshock pas na de opleiding zou plaatsvinden, waardoor waardevolle en gemotiveerde mensen voor het onderwijs verloren zouden gaan. In de geïntegreerde opleiding bedraagt de stage 45 studiepunten; in de specifieke opleiding 30 studiepunten. De stage kan bovendien verschillende vormen aannemen: praktijkgerichte onderwijsactiviteiten (luister- en observatielessen), zogenoemde ‘preservicetraining’ (stage in de gebruikelijke betekenis van het woord), en zogenoemde ‘inservicetraining’ (een leraar-in-opleiding-baan die vervuld wordt als personeelslid van een instelling). Laatstgenoemde stagevorm - eigenlijk een vorm van ‘leerwerken’ - is bedoeld voor aspirant-leerkrachten die de theorie al geheel of gedeeltelijk achter de rug hebben.

Het Decreet voorziet dat de stagiairs en startende leraars op het terrein begeleid worden door zogenoemde 'mentoren', ervaren leraars die instaan voor de supervisie van de coaching en begeleiding.

Het Lerarendecreet riep ook de zogenoemde 'Expertisenetwerken' (ENW’s) en de regionale platforms voor lerarenopleidingen in het leven. ENW’s zijn een ver doorgedreven vorm van samenwerking in de schoot van een associatie waarvan één universiteit, en ten minste één hogeschool en één CVO deel uitmaken. Regionale platforms werken associatieoverschrijdend en moeten toelaten dat lerarenopleidingen die deel uitmaken van een pluralistische associatie kunnen samenwerken met lerarenopleidingen van dezelfde ideologische strekking maar van een andere associatie. Via de creatie van ENW’s en regionale platforms wilde de decreetgever de samenwerking tussen de lerarenopleidingen van de verschillende instellingen stimuleren. Momenteel zijn 4 ENW’s en één regionaal platform actief: ENW School of Education (Associatie K.U.Leuven), Brussels Expertisenetwerk Onderwijs (Universitaire Associatie Brussel), Expertisenetwerk Lerarenopleidingen Antwerpen (Associatie Universiteit & Hogescholen Antwerpen), Expertisenetwerk Lerarenopleidingen AUGent (Associatie Universiteit Gent), Regionaal Platform Lerarenopleiding Limburg.