Codex Hoger Onderwijs

Voluit heet de Codex Hoger Onderwijs "Besluit van de Vlaamse regering tot codificatie van de decretale bepalingen betreffende het hoger onderwijs".

Hij bestaat uit 6 delen:

  • Deel 1. Gemeenschappelijke bepalingen 
  • Deel 2. Structuur en organisatie van het hoger onderwijs 
  • Deel 3. Financiering 
  • Deel 4. Beheer en verantwoording 
  • Deel 5. Rechtspositieregeling van het personeel 
  • Deel 6. Slotbepalingen

De Codex Hoger Onderwijs vervangt 13 decreten die het hogeronderwijslandschap  (hogescholen en universiteiten) sinds de jaren 1990 vorm en inhoud gegeven hadden. Voor de hogescholen gaat het om:

  • het Hogeschooldecreet (13 juli 1994) dat de drievoudige opdracht van de hogescholen vastlegde: het aanbieden van hogeschoolonderwijs, maatschappelijke dienstverlening en projectmatig wetenschappelijk onderzoek. Met het Hogeschooldecreet wilde de Vlaamse overheid grote multidisciplinaire hogescholen creëren die betaalbare kwaliteit zouden leveren, en die gewapend zouden zijn om de internationale concurrentie aan te gaan. Het Hogeschooldecreet introduceerde schaalvergroting, een financiering minder afhankelijk van de studentenaantallen, interne en externe kwaliteitsbewaking, een aangepast personeelsstatuut, sociale voorzieningen enzovoort.
  • het Dienstverleningsdecreet (22 februari 1995) dat de relaties regelde die hogeronderwijsinstellingen in het kader van hun wetenschappelijke of maatschappelijke dienstverlening aangaan met bedrijven en met de maatschappij.
  • het Structuurdecreet (4 april 2003) dat in opvolging van de Bolognaverklaring van 19 juni 1999 de bachelor-masterstructuur introduceerde en dat zorgde voor het ontstaan van de associaties.
  • het Aanvullingsdecreet (19 maart 2004) dat  de rechtspositie van de hogeronderwijsstudent, en de studenten- en personeelsparticipatie regelde.
  • het Flexibiliseringsdecreet (30 april 2004) dat de toegang tot het hoger onderwijs, de leeromgeving, het curriculum en de organisatie van het hoger onderwijs op een flexibele manier organiseerde. Op die manier wilde de decreetgever het voor iedere hogeronderwijsstudent - ongeacht zijn sociale achtergrond of leeftijd - mogelijk maken om op een voor hem aangepaste manier aan het hoger onderwijs deel te nemen.
  • het Financieringsdecreet (14 maart 2008) dat moest zorgen voor een transparant en billijk financieringssysteem voor de hogescholen en dat de efficiëntie, diversiteit en flexibiliteit van het hoger onderwijs moest bevorderen.
  • het STUVO-decreet (21 december 2012) waardoor de stuvo's op 1 januari 2013 geïntegreerd zijn in de hogescholen waar ze toegankelijk werden voor alle studenten met een diploma- en met een creditcontract, en voor HBO5-studenten van het CVO dat met de hogeschool samenwerkt.