Omschrijving

Opleidingsvorm 2 geeft een algemene en sociale vorming en een arbeidstraining met het oog op integratie in een beschermd leef- en werkmilieu; hij kan georganiseerd worden voor de types 2, 3, 4, 6 en 7.

Opleidingsvorm 2 omvat twee fasen, elke fase duurt ten minste twee leerjaren.
De eerste fase geeft voorrang aan de Algemene en Sociale Vorming en waarborgt tevens de arbeidsgerichte vorming. Ten minste vijftien lesuren per week worden voorbehouden aan de Algemene en Sociale Vorming.
De tweede fase geeft voorrang aan de arbeidsgerichte vorming. Ten minste negen lesuren per week worden voorbehouden aan de Algemene en Sociale Vorming.
De klassenraad, in samenspraak met het CLB, bepaalt voor iedere leerling de duur van elke fase.
In opleidingsvorm 2 behoren de leeractiviteiten met betrekking tot:
a) de algemene en sociale aanpassing, de compensatietechnieken, de lichamelijke opvoeding en de lessen in de erkende godsdiensten, in de niet-confessionele zedenleer of in de cultuurbeschouwing tot de Algemene en Sociale Vorming;
b) de technische en praktische beroepsopleiding tot de Beroepsgerichte Vorming.

Voor deze opleidingsvorm dienen de scholen een activiteitentabel, die overeenkomt met de reële situatie, ter beschikking van de inspectie op school te houden.

In deze opleidingsvorm kunnen stages worden ingericht. Deze worden georganiseerd gedurende de tweede fase, tijdens het schooljaar, met respect voor de bepalingen uit SO/2016/01 (BuSO). Uitzonderlijk kunnen deze stages georganiseerd worden tijdens de vakanties (inhaalstages), op voorwaarde dat de voorwaarden in SO 74 (in het bijzonder punt 5.3 d) gerespecteerd worden.

Iedere leerling die de school verlaat na de tweede fase, op het einde van het schooljaar of in de loop van het schooljaar, heeft recht op een attest buitengewoon secundair onderwijs tot sociale aanpassing en arbeidsgeschiktmaking, ondertekend door de directeur (model zie bijlage nr. 2).

Curriculum

De ontwikkelingsdoelen voor de opleidingsvormen 2  van het BuSO zijn geschreven vanuit een emancipatorisch gedachtengoed. Zelfrealisatie, zelfbeschikking en participatie zijn de sleutelbegrippen om te ontwikkelen tot een volwaardig burger in de maatschappij. De ontwikkelingsdoelen situeren zich op contexten wonen, werken en vrij tijd om zo te komen tot een maximale persoonlijkheidsontwikkeling in relatie met de samenleving.