Commissie Onderwijs 30-03-2017 – Scholenbouw

07 april 2017

Deze vragen om uitleg van Jo De Ro en Jos De Meyer  gingen over de concrete uitvoering van het decreet van 25 november 2016 over de zgn. DBFM-light of het projectspecifieke DBFM-programma. In het persbericht van 6 maart 2017 van minister Crevits werden scholen opgeroepen om projectaanvragen in te dienen. De vragenstellers wilden weten hoe dit nu verder concreet in zijn werk zou gaan en legden daarbij elk hun accenten. 

Minister Crevits beschreef eerst de werkwijze aan de hand van het decreet in kwestie. In een ideaal scenario zouden de selectie en rangschikking van de projecten tegen de zomer klaar kunnen zijn, waarna tegen eind dit jaar een of meerdere projectclusters in de markt geplaatst zouden kunnen worden. Voor de verdeling van de hiervoor beschikbare middelen (jaarlijks maximaal 22,5 miljoen euro waartoe AGION wordt gemachtigd om de beschikbaarheidsvergoedingen te subsidiëren) wordt de verdeelsleutel van Onderwijsdecreet II toegepast. Vervolgens vindt op basis van de actuele parameters een omrekening naar investeringsbudget en bouwvolume per onderwijsnet plaats. Het decretale evenwicht zal zo gewaarborgd zijn, aldus de minister. Dossiers die al op de reguliere wachtlijst staan, konden ook perfect in aanmerking komen.
Jo De Ro prees in zijn repliek het criterium van de multifunctionaliteit van de gebouwen en beklemtoonde voor het onderwijsnet waarin hij actief is (OVSG) het belang van het criterium “capaciteit”. Wat de verdeelsleutel van Onderwijsdecreet II betrof, wilde hij graag de berekening zien. Gelet op de strakke deadline verwachtte Jos De Meyer dat vooral dossiers van de reguliere wachtlijst nu in dit alternatieve circuit zouden worden ingediend en hij wees op de financiële problematiek van kleinere basisscholen. Aangezien de DBFM-toelage de beschikbaarheidsvergoeding niet voor 100% dekt in het gesubsidieerd onderwijs, kan zich op dat stuk inderdaad een probleem stellen. Interveniënt Koen Daniëls vroeg om de multifunctionaliteit en de dwingende nood aan investeringen voldoende gewicht te geven binnen de diverse gehanteerde criteria, want daarrond was er geen specifieke regelgeving.
Voor de publicatie van de verdeling van de middelen over de onderwijsnetten, met inderdaad een hele en delicate voorgeschiedenis en volgens De Ro met de gekste verhalen, wilde de minister ten slotte enige voorzichtigheid in acht nemen en suggereerde ze eventueel een infosessie, waarna De Meyer het laatste, erg positieve woord kreeg. 

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de investeringen in nieuwe schoolgebouwen van Jo De Ro en over de verdere uitrol van het nieuwe DBFM-programma (Design Build Finance Maintain) voor scholenbouw van Jos De Meyer” aan Minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2030-03-2017%20%E2%80%93%20Scholenbouw) (Wilfried Van Rompaey).