Commissie Onderwijs 05-10-2017 – Financiering van hoger onderwijs

12 oktober 2017

Laatste vraag van een lange dag. Onderwijscommissaris Koen Daniëls bracht de commissievergadering van 12 mei 2016 in herinnering en borduurde daarop voort met een artikel in De Morgen van 16 september 2017, waarin enkele lectoren getuigden over de onbedoelde neveneffecten van de hogeronderwijsfinanciering. Hij schetste de systematiek van de strengere hogeschool, die daardoor minder studenten aantrekt en een lagere uitstroom van studenten kent. Als dat gebeurt in studierichtingen met een hoge onderwijsbelastingseenheid (OBE; bv. lerarenopleiding met coëfficiënt 1,6), heeft die situatie door de eigenheid van het financieringsmechanisme substantiële gevolgen voor de enveloppe werkingsmiddelen van die hogeschool. Hoe kon de minister, gelet op de getuigenissen in het artikel, de kwaliteit van de uitstroom uit het hoger onderwijs waarborgen? Had zij de gevolgen van de effecten van eventuele aanpassingen van het financieringsmodel al in kaart kunnen brengen? Zo ja, wat waren de resultaten? Zo neen, wanneer plande ze dat dan te doen? Hadden de associaties al inspanningen geleverd om de processen te optimaliseren? Zo ja, om welke inspanningen ging het dan? Zo neen, zou ze hen aansporen om dat te doen? Dat was zeer duidelijke taal.

Minister Crevits relativeerde een en ander van die getuigenissen in de krant en onderbouwde dat goed door het verschil tussen input- en outputfinanciering uit te leggen en het evenwicht tussen beide componenten van het financieringsmechanisme, dat destijds door onderwijsminister Frank Vandenbroucke was ingevoerd. Anderzijds zaten er op korte termijn geen grote veranderingen aan het systeem aan te komen (eventueel wel na afloop van het huidige groeipad in 2024/2025) en dat onderbouwde de minister dan weer met een Vlor-advies van 9 juni 2015 (er stond verkeerdelijk 6 juni in de notulen). Het systeem van het leerkrediet zou wel voorwerp van verandering kunnen worden. Via de associaties ten slotte zouden er volgens de minister nog efficiëntiewinsten geboekt kunnen worden.

Vragensteller Daniëls nuanceerde het probleem een stukje in zijn repliek, maar schetste toch ook zaken die in de praktijk zeker leven. Interveniënt Tine Soens had daarop een terecht idee voor een ruimere hoorzitting rond de thematiek. De minister herhaalde haar punt van relativering en vond het nuttig dat ook het Parlement het complexe financieringssysteem beter zou leren kennen. Vragensteller Daniëls sloot af met een voorstel van heroriëntering van studenten als een financiële incentive en niet als een bestraffing. Wordt zeker nog vervolgd.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de financiering van het hoger onderwijs van Koen Daniëls” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (Wilfried Van Rompaey).