Commissie Onderwijs 28-09-2017 – Ondersteuningsnetwerken

04 oktober 2017

Er waren blijkbaar nog niet genoeg vragen voor één commissievergadering want dit, toegegeven erg actueel en belangrijk thema, werd nog aan de oorspronkelijke agenda toegevoegd, zelfs deels onder de vorm van een interpellatie van onderwijscommissaris Caroline Gennez. Tijdens de ochtendvergadering had minister Crevits er al naar verwezen.
Beide vragenstellers overliepen omstandig de diverse problemen met de opstart van de ondersteuningsnetwerken, die hen vanuit het veld gesignaleerd waren en hoewel interpellant Gennez het voornamencasusformat gebruikte, betoogden beiden dat het hier niet gewoon om casuïstiek ging, maar om een duidelijke lijn in de vele signalen die hen bereikt hadden. Heel wat kritiek dus, maar hoe die dan precies spoorde met het vele werk dat gepresteerd is en geapprecieerd werd (cf. de minister nog tijdens de ochtendvergadering: “Ik heb alle lof voor de geleverde inspanningen, maar daarover deze namiddag meer.”), is me niet zo duidelijk (ik kon deze keer de namiddagvergadering niet live volgen, wat ik heel jammer vond, zeker voor deze vraag en interpellatie). Er is me nog wel meer niet zo duidelijk in dit hele verhaal. Ik ben dan ook geen bijzondere kenner van het verhaal. Wel duidelijk is dat dit een erg complex verhaal is: er mogen dan wel een M-decreet zijn (vorige legislatuur) en een verdere uitvoering daarvan, zoals geregeld via enkele amendementen bij Onderwijsdecreet XXVII (deze legislatuur), de concrete uitvoering ervan op de werkvloer is nog iets anders. Hieronder ga ik enkele zaken samenvattend oplijsten, die me opvielen bij de lectuur van de notulen van de vergadering.

Eén. Er schortte duidelijk wat aan het vorige zorgsysteem (met gon enz.) en het nieuwe systeem moest eigenlijk te snel ingaan, maar met extra middelen werd er toch al op de kar gesprongen.
Twee. Enkele relevante cijfers van het verhaal zijn deels gekend, deels ook niet, wegens te nog te vroeg. Minister Crevits beloofde wel een evaluatierapport na de herfstvakantie. Er waren in de commissievergadering dus nog vele kritische vragen en opmerkingen: deels wellicht terecht, deels wellicht voorbarig. Een beetje geduld zou gepast zijn. Vooroordelen, met name inzake de veelheid aan communicatie in dezen, zijn heel erg des mensen, en dat geldt voor àlle betrokken actoren, lijkt mij. Een voorbeeld in dat verband dat mij opviel, ging over de communicatie vanuit het onderwijsveld dat leerlinggebonden ondersteuning niet meer mogelijk was. Welnu, er leek mij een verschil te zijn tussen die bewering en de geciteerde tekst op een powerpoint van een of andere onbekende auteur (“We zetten prioritair in op de ondersteuning van leerkracht en teams, niet langer een begeleiding per week van een leerling.”). Zeker als de minister zelf wat later in het debat zelf dit zegt over de financiering: “De keuze is gemaakt om dat een stukje ‘open end’ te maken voor bepaalde types en een stukje niet, net om scholen ook voor de verantwoordelijkheid te stellen dat je ook via leerkrachtgerichte ondersteuning veel kunt doen.” Ik wil maar zeggen: sommige scholen zullen wellicht niet altijd het gewenste doen, zeker, maar in wat er allemaal gezegd en niet gezegd wordt door de vele betrokkenen in dit verhaal, liggen de zaken misschien wel wat dichter bijeen dan men zou denken.
Drie. Ik merkte veel genuanceerdheid in de toelichting van de minister de hele aanpak van de nieuwe ondersteuningsnetwerken (en haar vergelijking met het vroegere systeem), maar ferm bij echte misstanden.
Vier. In dat verband werd het belang van de wekelijkse stuurgroepvergaderingen o.l.v. adjunct-kabinetschef Leen Van Heurck terecht beklemtoond. En het voorstel van de minister om eind dit jaar begin volgend jaar een contact te organiseren tussen de stuurgroep en de Onderwijscommissie leek me dan ook meer dan opportuun. Ze maakte zelf al zelfs enig gewag van een eventuele bijsturing van het decreet…
Vijf. Even terecht werd het belang sowieso van de pedagogische begeleidingsdiensten voor systeem- en lerarenondersteuning (ook inzake niveaus 0 en 1 van het zorgcontinuüm) beklemtoond.
Zes. Er was ook nogal wat te doen om lange vragenlijsten die voor alle leerlingen zouden moeten worden ingevuld als een nodeloze bezigheid: afgekeurd door minister en vragensteller Koen Daniëls.
Zeven. Idem over de problemen met het inzetten van de ondersteuners met de gepaste expertise op de gepaste plaats.
Acht ten slotte. De zaak van het al of niet netoverschrijdende karakter van de ondersteuningsnetwerken. Hoewel niet alle onderwijscommissarissen even expliciet zijn over welke netten op dat stuk dan volgens hen ondermaats scoren, meende ik verschillende soorten signalen te lezen in de notulen én vooral vond ik dat haar eerlijkheid de minister sierde, toen ze het had over de verschillende interpretaties van de decretale tekst nota bene op het stuk van netoverschrijdende samenwerking, tja… Wordt zeker nog vervolgd.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de uitrol van de ondersteuningsnetwerken van Koen Daniëls en Interpellatie over de implementatie van het M-decreet en de dringende nood aan ondersteuning van Caroline Gennez” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2028-09-2017%20%E2%80%93%20Ondersteuningsnetwerken) (Wilfried Van Rompaey).