Commissie Onderwijs 11-01-2018 – Kansengroepen en lage studie-efficiëntie

17 januari 2018

Een bekend studententhema, waarover intussen meer informatie beschikbaar was, maar dat ook nu weer enig vuurwerk gaf tussen de twee vragenstellers onderling (met ook interveniënt Ann Brusseel aan de zijde van Daniëls): onderwijscommissarissen Koen Daniëls en Tine Soens. Het thema, of beter gezegd, de sprekers namen heel wat spreektijd in beslag.

Daniëls was pro de zgn. 30 procentmaatregel van de KU Leuven, vroeg of de minister naar een meer uniform (lees: decretaal verankerd) systeem wilde gaan voor alle instellingen en verbond dit ook met het dossier van het leerkrediet en de financiering. Soens was op sociale gronden erg kritisch voor de maatregel: kansengroepen werden er veel meer door getroffen en vroeg maatregelen om de impact van externe, voor studiesucces belemmerende factoren te verkleinen. Ze wilde bijkomende cijfers, vroeg naar de evaluatie van de studievoortgangsmaatregelen en legde de link naar het secundair onderwijs.

Minister Crevits begon daarop aan een uitvoerige toelichting. Het regeerakkoord en de beleidsnota hadden de ambitie geformuleerd om een antwoord te bieden op die aspecten van de flexibilisering van het hoger onderwijs die nadelig zijn voor de studenten. Ze gaf dan een overzicht van haar al uitgevoerde of hangende beleid (oriënteringsproef Columbus, verplichte, niet-bindende toelatingsproeven met remediëring (beslissing van de Vlaamse regering op 12 januari 2018 en het dossier is nu naar de Raad van State), studievoortgangsmaatregelen via Onderwijsdecreet XXV).
Na een overzicht van diverse studievoortgangsmaatregelen van diverse instellingen toetste de minister de 30 procentmaatregel aan een aantal voor haar relevante criteria en dat leverde volgens haar een positief resultaat op. Inzake de kansengroepen werd eigenlijk bevestigd wat al geweten was: dat bepaalde groepen minder succesvol zijn in hun studiekeuze dan andere. De echte remedie voor dat probleem lag volgens de minister (en heel terecht, denk ik) bij een ganse reeks maatregelen, die overigens het hoger onderwijs ver overstijgen, en meteen volgden haast alle grote werven van haar beleid en elementen van al vroeger onderwijsbeleid, zoals de extra financiering voor bepaalde groepen studenten.
De minister sprak dan over de monitoring van de ingevoerde studievoortgangsmaatregelen door de onderwijsadministratie. Dat wordt nog een omstandig werk, zo kwam het mij voor. Op basis van die monitoring zou dan finaal ook bekeken worden wat met het leerkrediet zou gebeuren.

Dan volgde een ellenlange passage, -- replieken van de twee vragenstellers, een tussenkomst van interveniënt Ann Brusseel en nogmaals de minister --, waarin eigenlijk niets nieuws werd toegevoegd. Het werd intussen 16.00 u en toen moesten de zgn. ‘slotwoorden’ nog komen. Met alweer nihil novi sub sole. Ten slotte had de minister, niet conform het reglement trouwens, ook nog een idee toe te voegen: in dezen vertonen de studenten blijkbaar geen shoppinggedrag. Waarvan akte.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de weigering van studenten op grond van lage studie-efficiëntie van Koen Daniëls en over de oververtegenwoordiging van kansengroepen bij door de KU Leuven geweigerde studenten van Tine Soens” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2011-01-2018%20%E2%80%93%20Kansengroepen%20en%20lage%20studie-effici%C3%ABntie) (Wilfried Van Rompaey).