Commissie Onderwijs 05-10-2017 – Flexibilisering in hoger onderwijs

11 oktober 2017

Onderwijscommissaris Tine Soens had vragen over diverse aspecten van het thema “flexibilisering in hoger onderwijs”. Soms ontstaat in dit debat wat terminologische verwarring (oriëntatieproef, instapproef, toelatingsproef (bindend voor arts en tandarts en in de kunsten, niet-bindend voor professionele bachelors lerarenopleidingen) en ijkingsproef). Ik ga het niet meer hebben (of ja, toch nog héél kort) over de contradictio in terminis van de zgn. “verplichte, niet-bindende toelatingsproef” voor de lerarenopleidingen in de hogescholen… Gelukkig ontstond er alvast meer terminologische duidelijkheid, wat betreft instapproef, toelatingsproef en ijkingsproef door de definitieve beslissing van de Vlaamse regering inzake “Wijziging decreet hoger onderwijs” van 6 oktober 2017: enerzijds worden nu instapproef, toelatingsproef in lerarenopleidingen (hogescholen) en ijkingsproef in positieve wetenschappen (universiteiten) gevat onder de term “verplichte, niet-bindende toelatingsproeven voor bepaalde bacheloropleidingen” en anderzijds blijft de toelatingsproef (tand)arts uiteraard verplicht én bindend (en dus een échte toelatingsproef…idem in de kunsten), maar wordt de regeling ervan gewijzigd (o.a. twee aparte proeven: een voor arts, een voor tandarts). Minister Crevits verwees ernaar in haar antwoord.
Het vertrekpunt van vragensteller Soens was een uitspraak van de nieuwe Leuvense rector Luc Sels over remediëring, die overeenstemt met de regeringsbeslissing, na het afleggen van bepaalde proeven en zij verbond dit met een aantal andere relevante aspecten, in het bijzonder vanuit het perspectief van kansengroepen.

Minister Crevits lichtte het hele kader toe (cf. hierboven) en inzake de mogelijkheid van remediëring benadrukte ze dat daarmee zowel de student als de instelling een opdracht wordt geven: de student moet zich bijspijkeren, maar de instelling moet daartoe ook in het nodige voorzien. Het Vlor-advies over het leerkrediet was er nog niet. En over de geplande evaluatie van de effecten van de diverse maatregelen die de instellingen nemen inzake flexibilisering sprak de minister wijze woorden: door de aard van de zaak kwam die vraag gewoon te vroeg want zo’n evaluatie kost veel meer tijd. 

Interveniënt Ann Brusseel ging goed in op de terminologische kwestie en de aanpak van de oriëntatieproef. Over de Leuvense 30%-regel (analoog in andere universiteiten) was zij duidelijk strenger dan vragensteller Soens. Interveniënt Koen Daniëls was ook strenger en schetste een evolutie in de slaagcijfers, legde vervolgens terecht het verband met het secundair onderwijs en sprak ook terecht over heroriëntering wanneer opportuun, maar ambieerde ook wat meer gelijkvormigheid tussen de instellingen. Interveniënt Paul Cordy benadrukte dat men niet de hele opdracht in dezen aan de universiteit mocht geven, maar dat men van een aspirant-hogeronderwijsstudent een bepaalde zelfstandigheid mocht verwachten.

In haar repliek verwees de minister naar de twee ingrepen deze legislatuur: Columbus om te oriënteren en de weg te wijzen, en de niet-bindende toelatingsproeven om de student op weg te zetten zodra de keuze is gemaakt. Inzake de 30%-regel zag zij inderdaad een evolutie naar meer gelijkvormigheid in het veld. En i.v.m. het niet slagen was het de impact ervan op het zelfvertrouwen van de jongeren dat de minister het meest zorgen baarde.

Aan het eind was er even nog een misverstand over welke evaluatie het nu precies ging: over de concrete 30%-regel in Leuven en de regeling in Gent had de minister blijkbaar toch al wel officieus de resultaten, die vragensteller Soens ook graag kreeg om na te gaan of daar het perspectief van de kansengroepen niet in het geding zou zijn. Maar hoe dan ook, voor een grondige evaluatie van de diverse ingrepen moet ook veel meer longitudinaal gekeken kunnen worden en dat vergt nu eenmaal tijd.
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over flexibilisering van het hoger onderwijs van Tine Soens” aan minister Hilde Crevits. 

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2005-10-2017%20%E2%80%93%20Flexibilisering%20in%20hoger%20onderwijs) (Wilfried Van Rompaey)