Welke rechten een gesubsidieerd personeelslid kan genieten, hangt af van de anciënniteit die het heeft bereikt. Die anciënniteit wordt berekend op basis van de gesubsidieerde diensten die het heeft geleverd, vandaar dat men ook spreekt van dienstanciënniteit, zonder onderscheid in betekenis.

Hoe die anciënniteit wordt berekend en hoeveel er moet bereikt zijn, hangt af van het recht dat het personeelslid hoopt te genieten. Zo onderscheidt men anciënniteit met het oog op tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur (TADD), of voor vaste benoeming, of voor terbeschikkingstelling en reaffectatie, of voor “vrij zijn van reaffectatie”, of  voor bezoldigd ziekteverlof (“sociale anciënniteit”) enzovoort.

Voor toelichting bij de anciënniteitsvoorwaarden en bij de berekening ervan kan je terecht bij de Dienst Personeel. (dienst_personeel [at] katholiekonderwijs.vlaanderen)